//Geniet u echt minder notionele intrestaftrek?

Geniet u echt minder notionele intrestaftrek?

De notionele intrestaftrek komt meermaals in de dagelijkse actualiteit. Deze berichtgeving is vrijwel constant negatief.

De basis waarop de notionele intrestaftrek wordt berekend, is het eigen vermogen van de vennootschap op het eind van het vorige belastbare tijdperk volgens de boekhoudwetgeving.

De vermelde basis wordt in al dan niet verminderd. Deze correctiefactoren zijn o.a.
– sommige buitenlandse onroerende goederen
– participaties die geboekt zijn onder de financieel vaste activa
– activa van sommige buitenlandse inrichtingen
– de boekwaarde van de bestanddelen die als beleggingen worden gehouden in de vennootschap en die door de aard ervan niet bestemd zijn om een belastbaar periodiek inkomen voort te brengen
– de netto boekwaarde van de materiële vaste activa of gedeelten ervan in zover de erop betrekking hebbende kosten op onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreffen
– de boekwaarde van onroerende goederen of andere zakelijke rechten met betrekking tot dergelijke goederen waarvan een bedrijfsleider – natuurlijke persoon die in de vennootschap een opdracht of functies als bedrijfsleider  uitoefent, zijn echtgenoot of hun kinderen wanneer zij het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen hebben, het gebruik hebben.

Het resultaat is dat veel venootschappen van de notionele intrestaftrek ook niet kunnen genieten. Denken we maar aan een vennootschap die ook een holdingactiviteit heeft of sommige patrimoniumvennootschappen.

Het tarief voor dit jaar (Aj 2010) is 4,473% en voor KMO-vennootschappen (conform art 15 W.Venn) 4,973%.
Maar één van de bergotingsmaatregelen is nu dat de notionele intrestaftrek moet worden geplafonneerd tot 3,80% (dit voor aanslagjaar 2011 en 2012). De vraag is of dit echter financieel een groot verschil geeft ?  De ‘collateral dammage’ laten we in het midden.  Het komt immers bij veel vennootschappen niet goed over …  de Belgische fiscale rechtzekerheid nietwaar !

Techniek
Het tarief (notionele intrestaftrek) is gelijk aan het jaargemiddelde van de door het Rentefonds maandelijks bekendgemaakte indexen J voor de staatsobligaties op 10 jaar.  (het betreft m.a.w. de OLO’s op 10 jaar) van het voorlaatste jaar dat het aanslagjaar voorafgaat. Het toepasbaar tarief mag echter niet meer dan één procentpunt afwijken van het gehanteerde tarief van vorig aanslagjaar. Daarenboven is het tarief geplafonneerd tot 6,5%.

Of het een probleem vormt of niet kunnen we vandaag (nog) niet exact zeggen. Wel kunnen we toch reeds een richting aangeven. Het huidig gemiddelde voor inkomstenjaar 2010 zou vandaag 3,990% bedragen. Voor een KMO komt er 0,5% bij.
In vergelijking met de 3,80 % (of 4,30% voor KMO’s) is het niet echt een groot verschil te noemen.

2009-10-26T13:06:02+00:00
Donderdag 26 oktober 2017 - 11:00u

Gratis Seminar: Bulgarije, Ster in Europa

In een handomdraai krijgt u een overzicht van de mogelijkheden in Bulgarije en de belangrijkste componenten voor ondernemers:
  • 10% personenbelasting
  • 10% vennootschapsbelasting
  • 10%, de loonkost bedraagt slechts 10% van een gemiddeld Belgisch/Nederlands loon
JA, IK WIL ME INSCHRIJVEN

De 112 Meest Begeerde Fiscale Tips - Editie 2017


Voor al wie belastingontwijking een mensenrecht vindt, 112 haalbare en praktische fiscale tips 
GRATIS INKIJKEXEMPLAAR
Click Me