Geachte, beste,

Nu de verkiezingen bijna een feit zijn, laat u me toch even toe aan politiek te doen. Tegenwoordig hoor je na middernacht aan de toog mensen discuteren over de notionele intrestaftrek, de grote boosdoener. Ik denk echt dat 90% van de politici niet weet waar het over gaat en zich verslikken in hun eigen slogans. Aan de notoire tegenstanders misschien ook vragen of ze akkoord zijn om de vennootschapsbelasting ten minste te laten zaken op het niveau van onze buurlanden, dus van pakweg 34% naar 25%. Ondertussen is de aantrekkingskracht van de notionele intrestaftrek op buitenlandse investeerders toch al om zeep, en dit door de onrust die er wordt over rond gestrooid. Dit is dodelijk voor een fiscale maatregel. Je investeert beter in Tunesië en liefst voor eind van dit jaar, dan zal je in de meeste gevallen een belastingvrijdom genieten gedurende de eerste 10 jaar. Dat is pas klaar en duidelijk. O ja en dan zijn er sommige partijen die beweren dat nieuwe jobs centraal staan. Hoe denken deze heren en dames dit te bereiken, door meer ‘ambetantenaren’ aan te werven? Want deze partijen doen net alles om het bedrijfsleven stokken in de wielen te steken door hoge belastingen en regeldiarree. Willen ze echt nieuwe jobs dan moeten ze een beleid prediken dat haaks staat op wat ze nu doen, denken en zeggen. Genoeg politiek.

Even een iets over van generation skipping. We worden vandaag allemaal ouder dan vroeger het geval was. Sommige grootouders hebben kinderen die zelf reeds aan een successieplanning werken.  Het heeft dan mogelijk weinig zin eerst het vermogen door te geven aan de eigen kinderen waarna het naar de kleinkinderen gaat met als het gevolg dat er mogelijk tweemaal successierechten moeten betaald worden op dezelfde goederen. De techniek van ‘generation skipping’ (generatiesprong) kan hieraan verhelpen. Door de kleinkinderen in het verhaal te betrekken wordt er over een groter aantal personen gespreid met een positief gevolg wat de successierechten betreft. Wanneer er drie kinderen zijn met elk twee kinderen dan is de spreiding groter wanneer de kleinkinderen mee in het verhaal worden betrokken.

Het spreekt voor zich dat het goed moet geregeld worden m.a.w. er zal met de eigen kinderen best eens over gepraat worden.  Het is immers zo dat de eigen kinderen een reserve hebben die men niet zomaar naast zich neer kan leggen (de zogenaamde regels van inkorting). Op voorhand heeft men deze zekerheid niet. Ook mag het volgende element niet vergeten worden. De kleinkinderen dienen er verstandig mee om te springen. Vaak is dit het grootste probleem bij grootouders.

Daarom kan je soms kiezen voor het ‘ik-opa-testament’. Hier stelt opa zijn kinderen aan als algemeen legataris via zijn testament. Hij koppelt er echter wel een last aan waarbij zijn kinderen aan de kleinkinderen een bedrag moeten betalen. De kleinkinderen erven van opa een schuldvordering die kan verhaald worden op hun ouders, maar wel pas vanaf het moment dat deze ouder zelf overlijdt. De kleinkinderen erven van hun opa een schuldvordering. Deze schuldvordering die de kinderen hebben t.o.v. de kleinkinderen is aftrekbaar van hun erfdeel (secundair legaat genoemd). Het voordeel zit hem erin dat er onmiddellijk een spreiding is en de schuldvordering die wordt geactualiseerd. Er wordt immers bepaald dat het bedrag dat het kind zal moeten betalen een bepaalde waarde dient te hebben maar een waarde op het moment van het overlijden van opa (testator).
En verder:

Op 22 juni geven we het laatste offshore-seminar voor de zomer.
Heel binnen kort zal u op onze websites tal van nieuwe e-books aantreffen. Ook zullen onze websites een grondige facelift ondergaan en nog meer interactief worden. Wij houden u op de hoogte.

Met vriendelijke groeten;

I De Hoon
Director

.