Geachte, beste,

Het is al weer vakantietijd. Geniet ervan en zet even de fiscale ellende en gulzigheid van de Staat uit je hoofd. Laat je meedrijven op dat gelukzalige vakantiegevoel van niks moet. Laat het azuurblauwe water van je zuiders vakantieoord je voeten overspoelen terwijl u zich verdiept in een spannend boek. Of voor de sportievelingen onder ons, verleg je grenzen door net die voettocht te doen die er eigenlijk over is maar je achteraf toch die sterkte geeft van ik kan het nog. Wij zijn er ook tussen uit de laatste twee weken van juli om wat uit te rusten en te herbronnen.In de loop van augustus zullen onze diverse websites in een nieuw kleedje steken. Tegen begin september zullen we een tiental spannende e-books aanbieden en dit is nog maar het begin. In oktober verschijnt dan van ondergetekende een nieuw boek bij Roularta waar nu de laatste hand aan gelegd wordt onder de ronkende naam ‘Hoe maak ik mij onzichtbaar voor de fiscus’. In het najaar van 2010 zullen we u meer dan ooit trachten te laten genieten van elke zuurverdiende cent zonder dat de Staat met de helft of meer gaat lopen.

Om dit eerste half jaar af te ronden nog een leuk arrest in de sfeer van de aangiftetijd. Zo als u weet als u niet akkoord bent met uw belastingaanslag, dan kan u daar uiteraard altijd bezwaar tegen indienen. Daarbij moet u echter rekening houden dat dit in principe binnen zes maand na de verzending van uw aanslagbiljet moet gebeuren. In de praktijk is het erg belangrijk dat die termijn strikt gerespecteerd wordt. Als uw bezwaarschrift te laat toekomt bij de belastingen, dan is het immers niet ontvankelijk en wordt het dus onherroepelijk afgewezen, ook al heeft u zonder discussie gelijk. Normaal gezien is zes maand ruim voldoende, behalve als u bv. pas na die termijn zou vaststellen dat er een vergissing gebeurd is. Zulke vergissingen kunnen dus onmogelijk nog worden rechtgezet via een bezwaarschrift, maar in dat geval kan een zgn. ambtshalve ontheffing wel nog soelaas bieden.

Een groot verschil met een bezwaarschrift is echter dat een ambtshalve ontheffing slechts in een beperkt aantal gevallen mogelijk is, onder meer bij overbelasting als gevolg van een materiële vergissing, dubbele belasting of als er nieuwe feiten aan het licht komen. Het voordeel is dat u in dat geval vijf jaar de tijd heeft om een rechtzetting te vragen. Voor een materiële vergissing begint die termijn van vijf jaar te lopen vanaf 1 januari van het jaar waarin de aanslag is gevestigd, in de andere gevallen vanaf het aanslagjaar waartoe de belasting behoort. Zo’n ambtshalve ontheffing is dus in principe ook nog mogelijk nadat de bezwaartermijn reeds (lang) verstreken is, wat dus handig kan zijn als u te laat een materiële vergissing vaststelt.Het probleem is gewoonlijk echter dat het begrip ‘materiële vergissing’ door de fiscus erg strikt geïnterpreteerd wordt. Volgens de fiscus is een ambtshalve ontheffing enkel mogelijk bij duidelijke reken- of schrijffouten, maar niet als het om een ‘beoordelingsfout’ gaat. Hoewel het onderscheid vaak moeilijk te maken is, is ook de rechtspraak gewoonlijk geneigd om het strenge standpunt van de fiscus te volgen.

Dit betekent uiteraard niet dat de belastingplichtige nooit zonder succes naar de rechter trekt…Zo kwam er een onlangs een zaak voor de rechter (Rb. Hasselt, 26.11.2009) van een zelfstandige die in zijn aangifte in de personenbelasting onder de aftrekbare kosten vergeten was om de afschrijvingen op zijn investeringen toe te voegen waardoor zijn belastbare winst dus een stuk te hoog was. Vermits hij dit pas ontdekte na het verstrijken van de bezwaartermijn vroeg hij een ambtshalve ontheffing omdat dit volgens hem een materiële vergissing betrof, maar de fiscus ging daar niet op in. De rechter is het daar echter niet mee eens.

Volgens hem zijn materiële vergissingen het gevolg van een misvatting vanuit een gebrek aan aandacht of verstrooidheid, meer in algemene zin zijn het reken- en schrijffouten. De rechter stelt vast dat de zelfstandige een resultatenrekening bij zijn aangifte had gevoegd waaruit duidelijk blijkt dat het totaal bedrag aan beroepskosten 22.486,68 euro bedroeg, uitgesplitst in de resultatenrekening in een post investeringen ten bedrage van 4.790,67 euro en een post bedrijfslasten ten bedrage van 17.696,01 euro, terwijl op het aangifteformulier zelf slechts het bedrag van 17.696,01 euro overgenomen werd. De rechtbank is van oordeel dat het hier wel degelijk een materiële vergissing betreft en dat alle voorwaarden van art. 376, § 1 WIB92 zijn voldaan om een ambtshalve ontheffing toe te staan.Een goede vakantie en tot begin augustus, scherper dan ooit.

Met vriendelijke groeten, 

I De Hoon

Director 

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Tip van de week.