Beperkte aftrek van brandstofkosten

Vanaf 1 januari 2010 zijn brandstofkosten m.b.t. het beroepsmatige gebruik van een personenwagen, auto dubbel gebruik en minibus niet langer voor 100% aftrekbaar.  Voortaan is de aftrek beperkt tot 75 % (uitgezonderd voor oa de taximaatschappijen en de erkende rijscholen). 

Maaltijd-, sport-, cultuur- en ecocheques


Vanaf inkomstenjaar 2009 zijn de vrijstellingen en de vrijstellingsvoorwaarden mbt de tussenkomst van de werkgever of de onderneming opgenomen in de fiscale wetgeving. 
Dit betekent concreet dat het voor de werknemer of de bedrijfsleider een vrijgesteld inkomen betreft.  De werknemer of bedrijfsleider betaalt op zij beurt dan ook geen personenbelasting.  Voor de werkgever of de vennootschap is dat de kostprijs van deze cheques niet als beroepskost aftrekbaar is.   Hierop bestaat wel een uitzondering nl de maaltijdcheques.  Hier is vanaf 1 februari 2009 een bedrag van 1 EUR aftrekbaar per cheque.

Verlaging kostenforfait voor bedrijfsleiders (bestuurders, zaakvoerders)
Om dubbel gebruik van deze beroepskosten te vermijden, wordt de forfaitaire kostenaftrek voor bedrijfsleiders vanaf 2010 (Aj 2011) herleid tot 3% (voorheen 5%). Het bestaande maximum wordt bijkomend geplafonneerd tot 2.150 EUR voor aanslagjaar 2011.

Kinderopvang
De kosten van kinderopvang zijn aftrekbaar.  Een bestaande voorwaarde is dat het kind nog geen 12 jaar oud mag zijn.  Deze leeftijdsgrens van 12 jaar is vanaf 1 januari 2010 verhoogd naar 18 jaar, maar wel enkel voor de opvangkosten van kinderen met een zware handicap (lees : recht geeft op de verhoogde kinderbijslag).

De belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven
Afschaffing van de belastingvermindering voor sommige uitgaven in nieuwe woningen. Met nieuwe woningen worden woningen bedoeld die minder dan vijf jaar in gebruik zijn.  Vanaf 1 januari 2010 genieten deze woningen geen belastingvermindering meer voor  de vervanging en het onderhoud van een oude stookketel, het plaatsen van dubbele beglazing, de isolatie van daken, muren of vloeren, het plaatsen van thermostatische kranen of een kamerthermostaat met tijdsinschakeling en het laten uitvoeren van een energie-audit.

Wel nog voor de volgende uitgaven :
– de installatie van waterverwarming via zonne-energie (zonneboiler);
– de plaatsing van zogenaamde fotovoltaïsche zonnepanelen;
– de plaatsing van andere geothermische energieopwekking (warmtepomp).

Geen verhoogde belastingvermindering voor zonneboilers

De verhoging met 830,00 EUR (aj 2011) wordt geschrapt vanaf aanslagjaar 2012 en dit voor de installatie van een waterverwarmingssysteem met zonne-energie.   De verhoging blijft echter wel behouden voor de fotovoltaïsche zonnepanelen.

De uitbreiding van het belastingkrediet
Voor wie weinig of geen belastingen betaalt, worden sommige energiebesparende maatregelen omgezet in een terugbetaalbaar belastingkrediet voor het isoleren van daken en/of vloeren en/of muren.  Deze werken moeten worden uitgevoerd in 2009 aan een woning (de ouderdom van de woning is niet relevant) of in 2010 aan een woning die reeds minstens 5 jaar in gebruik is genomen.

Dit belastingkrediet is nu ook toepasbaar op de dakisolatie uitgevoerd in 2011 en 2012.  Het isoleren van muren en vloeren betaald vanaf 2011 levert geen belastingvermindering meer op wat dan ook betekent dat het omzetbaar belastingkrediet niet aan de orde is..

Er is echter vanaf 1 januari 2010 een tijdelijke uitbreiding wat het belastingkrediet betreft. , nl voor de volgende werken :
– de vervanging en het onderhoud van oude stookketels en het onderhoud van een stookketel
– de plaatsing van dubbele beglazing
– de warmteregeling voor centrale verwarming
– het uitvoeren van een energie-audit.

De belastingvermindering voor een lage- of nulenergiewoning
Vanaf aanslagjaar 2011 heeft men enkele nieuwe belastingverminderingen gecreëerd.  Nieuwe verminderingen van toepassing voor wie een lage energiewoning of een nulenergiewoning bouwt of verbouwt (gelegen in de EER).

Een lage energiewoning is een woning waarvan de totale energievraag voor ruimteverwarming en koeling beperkt blijft tot 30 kWh/m 2 geklimatiseerde vloeroppervlakte.
Een nulenergiewoning is dan weer een woning die voldoet aan de voorwaarden van een passiefwoning maar  waarin bijkomend de resterende energievraag voor ruimteverwarming en koeling volledig wordt gecompenseerd door ter plaatse opgewekte hernieuwbare energie.

De belastingvermindering per jaar en per woning is verschillend.
– voor een lage energiewoning : 300,00 EUR (420,00 EUR voor Aj 2011);
– voor een nulenergiewoning 1.200,00 EUR (1.660,00 EUR voor aanslagjaar 2011).
Deze belastingverminderingen wordt echter verleend gedurende tien opeenvolgende jaren vanaf het jaar waarin is vastgesteld dat de woning een lage energiewoning, een passiefwoning of een nulenergiewoning is (obv een erkend certificaat). Let wel dat tijdens deze tiejarige periode deze woning plots een stapje hoger komt wat de energiebesparing betreft dan wordt vanaf dat jaar dan ook de hogere belastingvermindering toegekend voor de resterende periode.

Enkele voordelen van alle aard

De bedrijfswagen
Voor de genieter van het voordeel van het gebruik van de wagen wijzigt de berekening.
De volgende formule moet dan worden toegepast :
Aantal privé-km (5.000 of 7.500) x Uitstoot van CO²/km x coëfficiënt
indien de afstand woon-werk meer bedraagt dan 25 km, dan wordt dit berekend op 7500 km zoniet 5000 km.   De coëfficiënt bedraagt:
• 0,00210 EUR/gr CO2 voor voertuigen op benzine, LPG of natuurlijk gas
• 0,00230 EUR/gr CO2 voor dieselvoertuigen
(Het bedrag van het voordeel per kilometer mag echter niet lager zijn dan 0,10 EUR. Of m.a.w. het belastbare voordeel zal minstens 500 EUR bedragen).

Onroerend goed
Het privé-gebruik van een gebouwd onroerend goed geeft aldus aanleiding tot een aanrekening van een voordeel van alle aard in hoofde van de werknemer of  bedrijfsleider die het vastgoed bewoont.  De berekening van het voordeel van alle aard is voor het gebruik van het onroerend goed wijzigt niet, wel wat de elektriciteit en de verwarming betreft.

Deze bedragen worden verhoogd en wel in twee stappen :

Elektriciteit :
 Voor bedrijfsleiders :  740 EUR in 2010 en 820 EUR vanaf 2011
 Voor andere verkrijgers :  370 EUR in 2010 en 410 EUR vanaf 2011
Verwarming :
 Voor bedrijfsleiders : 1.480 EUR in 2010 en 1.640 EUR vanaf 2011
 Voor andere verkrijgers : 740 EUR in 2010 en 820 EUR vanaf 2011