Het is absoluut geen uitzonderlijk gegeven dat gehuwde partners weliswaar beide eigenaar zijn van een onroerend goed doch maar één van hen oefent in dit onroerend goed een zelfstandige activiteit uit. 

De vraag die hierbij wel eens wordt gesteld is hoe de fiscaliteit hiermee te combineren valt.  We denken in het bijzonder aan de aftrek van de BTW (nieuwbouw), de afschrijvingen, de intresten en de meerwaardeproblematiek wanneer dit onroerend goed verkocht wordt.  We trachten op deze vragen weliswaar een bondig antwoord te formuleren. 

Aftrek BTW.   De Administratie stelt in een oude beslissing  (ET 17.988 van 14 april 1976) het volgende : "Wanneer echter een bedrijfsmiddel is verkregen en gefactureerd op naam van één der echtgenoten, maar bestemd is voor de andere echtgenoot die het gebruikt voor zijn aan de btw onderworpen werkzaamheid, mag de bij de verkrijging van dit goed geheven btw worden afgetrokken alsof het goed verkregen werd door en gefactureerd werd aan de echtgenoot die het goed voor zijn belastbare werkzaamheid gebruikt. Deze regel geldt ongeacht het huwelijksstelsel van de echtgenoten en wie ook de echtgenoot is die het goed heeft verkregen."

Het Europees Hof van Justitie heeft er een andere mening over.  Zij stelt dat de BTW in aftrek mag genomen worden beperkt tot het aandeel dat de BTW-belastingplichtige heeft in het onroerend goed. (Hof Van Justitie 21 april 2005).  De Belgische wetgeving is hier duidelijk aantrekkelijker. 

Afschrijvingen.  Hier is het huwelijksstelsel wel van belang.  Indien de echtgenoten gehuwd zijn met het wettelijke stelsel en het onroerend goed maakt deel uit van het gemeenschappelijk vermogen,  dan mag er afgeschreven worden op het beroepsmatig deel ervan, onafgezien het onroerend goed ook eigendom is van die echtgenoot die er geen zelfstandige activiteit in uitoefent (Vr. nr. 907 Hoorebeke, 23 mei 1997, Vr. en Antw. Kamer, 1996-1997, nr. 90, 12365).

Zijn de echtgenoten daarentegen gehuwd met het stelsel van scheiding van goederen en het onroerend goed is onverdeeld eigendom van beide, dan liggen de fiscale kaarten anders.  Hier zal er enkel mogen afgeschreven worden op het eigendomsgedeelte nl op het beroepsmatig gedeelte van de onverdeelde helft van het gebouw.  Dit euvel kan enkel opgelost worden door te werken met een huurcontract. (Vr. nr. 89 Hoorebeke, 30 april 2001, Vr. en Antw. Kamer, 2000-2001, nr. 89, 10268)  Is het eigendom exclusief eigendom van de partner die de zelfstandige activiteit er al dan niet in uitoefent dan zal er ofwel met een huur moeten gewerkt worden of kan het volledig afgeschreven worden als het én zijn eigendom is én hij er ook de beroepsactiviteit in uitoefent.

Intresten.  Hoe zit het met de intrestaftrek ?  Stel dat het krediet is aangegaan op twee namen en één van beide oefent er zijn activiteit uit.  Mag hij dan de intrest volledig in aftrek nemen of maar beperkt tot de helft ?  Bij gehuwden met het wettelijk stelsel lijkt de aftrek volledig te moeten worden toegestaan (analogie met de afschrijvingen).  Maar wat bij gehuwden onder scheidng van goederen ? Hierover bestaat recente rechtspraak die stelt dat de intrest in aftrek kan genomen worden.  Deze intrestkost werd door de rechtbank aanzien als een kost die overeenstemt met de huur die hij aan zijn echtgenote zou moeten betaald hebben voor het gebruik van haar helft (Rb Luik 21 november 2002).  De vraag is wel of de rechtbank tot dezelfde beslissing was gekomen indien er wel een huur aangerekend werd.

Meerwaarde.  Wanneer het onroerend goed later verkocht wordt en er werd op afgeschreven dan zal de meerwaarde belast worden.  Dit is een gangbaar principe.  Maar ook hier zal het huwelijksstelsel zijn belang hebben.  Wanneer het volledig werd afgeschreven bij gehuwden onder het wettelijk stelsel dan zal de meerwaarde ook volledig belast worden.  Wanneer enkel het gedeelte werd afgeschreven door de beroepsgebruiker dan zal de belastbare meerwaarde ook beperkt worden. 

Wat bij een uitkoop i.g.v. echtscheiding  Mag een partner, die het onroerend goed beroepsmatig gebruikt en de andere partner uitkoopt n.a.v. de verdeling, afschrijven op het het gedeelte dat hij overkoopt.  Hierbij denken we dan aan echtgenoten die gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel.  Ons lijkt dit verdedigbaar niettegenstaande echtscheidingen een privé aangelegenheid is.  Hiervoor verwijzen we naar een uitspraak van het Hof van Beroep te Gent dd 9 februari 2000.  Maar … het logische gevolg is wel dat de mogelijk gerealiseerde  meerwaarde belast wordt m.a.w. of het hierdoor überhaupt dan wel zin heeft is nog maar een andere vraag.