//De zin van het oprichten van een holdingvennootschap

De zin van het oprichten van een holdingvennootschap

Met een holding  wordt overwegend een vennootschap bedoeld, die niet een eigen activiteit uitoefent, maar enkel participaties van andere vennootschappen beheert.  Let wel dat sommige holdings ook een eigen activiteit (kunnen) hebben.

Waarom een holding oprichten ?

Een holding wordt vaak opgericht omwille van verschillende redenen.  De redenen zijn sterk uiteenlopend.

We overlopen enkele van de mogelijke redenen en gevolgen.  Maar we willen wel benadrukken dat dit verder dient onderzocht te worden naar de haalbaarheid ervan.

De holding en een overname

Vandaag is de onderneming veelal ondergebracht in een vennootschap. De reden kan fiscaal van aard zijn maar ook de afscherming van het privé-vermogen t.o.v. het ondernemersrisico is van belang.

Wanneer een vennootschap de activiteit uitoefent dan zal de overlater verkiezen om de aandelen van deze vennootschap te verkopen. De prijs die hij hiervoor ontvangt is in principe vrij van belasting. Maar de keerzijde is wel hoe de koper van dit aandelenpakket uietindelijk zal belast worden?  De verkoper wordt (in principe) dan wel niet belast maar de koper kan aandelen niet afschrijven … Omdat de overnameprijs moet worden terugverdiend op basis van het netto-inkomen wordt veelal de overname van de aandelen niet privé gedaan maar wel door een op te richten holdingvennootschap. Maar het hoogste tarief dat geldt in de vennootschapsbelasting bedraagt echter 33,99 %, hetgeen merkelijk lager is dan de personenbelasting.  Ook is een vennootschap niet onderhevig aan de gemeentebelasting.   Doordat de terugbetaling kan gebeuren met gelden na vennootschapsbelasting, kan de globale fiscale druk afnemen.

Het onttrekken van liquiditeiten/eigen vermogen aan de vennootschap

Wie aandelen bezit van een vennootschap die behoorlijk wat eigen vermogen bezit (winsten die in het verleden niet uitgekeerd werden) stelt zich wel eens de vraag hoe hij hieraan kan verhelpen. Wanneer deze vennootschap dus een behoorlijk eigen vermogen heeft dan wordt (of eerder werd) daarom wel eens overwogen deze aandelen over te dragen aan een eigen opgerichte holdingvennootschap.  Meerwaarden die op deze aandelen worden gerealiseerd zijn in de personenbelasting (in principe) immers vrij van belastingen.

Tenzij deze aandelentransactie (o.a.) buiten het normale beheer van een privévermogen valt.

Maar is dit ook het geval voor wie de aandelen van de exploitatievennootschap verkoopt aan zijn holdingvennootschap ?  De adminsitratie heeft hiermee duidelijk een probleem.  Zij stelt dat hier duidelijk meer aan de hand is en ziet hier niet langer een daad van normaal beheer van privévermogen in en kwalificeert de opbrengst van deze verkoop dan ook als een divers inkomen belasten (taxatie tegen 33% (+ gemeentebelasting)). Deze techniek heeft zelfs een naam meegekregen nl de ‘interne meerwaarde’.

Men kan echter opteren voor een inbreng ipv een verkoop.  De werkwijze is dezelfde met dat verschil dat men later via een kapitaalsverlaging de gelden ontvangt.  De Rulingcommissie stelde vroeger dat dit geen speculatief inkomen betreft wanneer men een aantal engangementen opneemt.  Men moet meerbepaald na de inbreng een  “wachtperiode” van drie jaar in acht nemen (behoudens enkele uitzonderingen wanneer de holding investeringen plant)

  • Geen kapitaalvermindering in de holding ;
  • Geen kapitaalvermindering in de  exploitatievennootschap ;
  • Geen wijziging van de dividendstroom die in het verleden plaats vond ;
  • Geen wijziging van oa de managementfees.

Vandaag zomaar een holding oprichten, om de vennootschap af te slanken, is niet zonder risico.  Een ruling aanvragen wordt dan ook geadviseerd en dient niet enkel fiscaal onderbouwd te worden.  Ook is de houding van de Rulingcommissie hierbij aanzienlijk verstrengd!

Het vererven of schenken van de familiale onderneming

Zonder in detail te treden, vermelden we het volgende.

Vandaag kan een familiale onderneming/vennootschap geschonken worden aan 0% of vererfd worden aan 3% of 7%.  Maar er zijn behoorlijk wat voorwaarden.  De vraag hierbij is wat bij een holding?  Wanneer een holding zelf een nijverheids-, handels-, ambachts-  of landbouwactiviteit heeft of een vrij beroep uitoefent, wordt zij zelf beschouwd als een familiale vennootschap.  Holdings die zelf geen nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit hebben of een vrij beroep uitoefenen, kunnen onder bepaalde voorwaarden beschouwd worden als een familiale vennootschap, zodat zij, wanneer de participatievoorwaarde is vervuld en wanneer de groep een reële economische activiteit heeft, tevens in aanmerking komen voor de vrijstelling of het verminderd tarief.

Fiscale aandachtspunten

Geniet een holding het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting?

Om van het verlaagd tarief vennootschapsbelasting te genieten, moet aan de voorwaarden voldaan zijn van art. 215 WIB 1992.  Hierbij is de volgende voorwaarde van belang :

“De volgende vennootschappen zijn uitgesloten van het verlaagd tarief :

Vennootschappen die aandelen bezitten waarvan de beleggingswaarde meer bedraagt dan 50%, hetzij van de gerevaloriseerde waarde van het gestorte kapitaal, hetzij van het gestort kapitaal verhoogd met de belaste reserves en de geboekte meerwaarden. In aanmerking komen de waarde van de aandelen en het bedrag van het gestorte kapitaal, de reserves en de meerwaarden op de dag waarop de vennootschap die de aandelen bezit haar jaarrekening heeft opgesteld. Om te bepalen of de grens van 50% is overschreden, worden de aandelen die ten minste 75% vertegenwoordigen van het gestorte kapitaal van de vennootschap die de aandelen heeft uitgegeven, niet in aanmerking genomen.

In het kader van een holdingvennootschap kan deze regel belangrijk zijn, wanneer de aandelen van de exploitatievennootschap mee werden ondergebracht in de holdingvennootschap.  Maar vermits participaties van 75% toch niet meetellen is dit overwegend geen probleem voor de holding.

De notionele intrestaftrek

Wat houdt deze notionele intrestafrek zoal in voor de holdingvennootschap ?

De notionele intrestaftrek betekent een fictieve intrestaftrek berekend op het eigen vermogen van de holdingvennootschap.  Vennootschappen met een (aanzienlijk) eigen vermogen zullen hierdoor een fiscale stimulans kennen.  Vennootschappen die kiezen voor het financieren via eigen vermogen zullen fiscaal niet langer benadeeld worden in vergelijking met vennootschappen die via vreemd vermogen financieren.

De notionele interestaftrek bedraagt voor aanslagjaar 2014 2,742 %.  Voor de KMO’s wordt dit percentage met 0,5% verhoogd tot 3,242%.  De definitie van een KMO-vennootschap vinden we ook hier terug in art. 15 W.Venn.

Een aftrek van het gehele eigen vermogen ?

Neen, het eigen vermogen zal met een aantal zaken ‘gecorrigeerd’ moeten worden.  Dit zijn o.a. financieel vaste activa, een onroerend goed waar de bedrijfsleider in woont, kapitalisatie Sicav’s, DBI-beveks,…

Kortom de holdingvennootschap zal veelal geen notionele intrestaftrek genieten en voor de dochtervennootschap zal er weinig veranderen (zolang het eigen vermogen intact blijft).

Thin Cap

Sinds enige tijd is het moeilijker geworden voor vennootschappen die tot dezelfde groep behoren onderling aan mekaar leningen toe te staan.  Ook hiermee dient rekening gehouden te worden met een holdingvennootschap.  Het is gebruikelijk bij KMO’s dat zij onderling aan mekaar leningen toestaan.  I.p.v. de ene vennootschap (van binnen dezelfde groep) gelden te laten beleggen bij de bankier en een andere vennootschap (ook van binnen dezelfde groep) bij diezelfde bankier te laten lenen, wordt er onderling vaak aan mekaar een lening toegestaan.  De ene vennootschap betaalt dan hiervoor een intrest aan de andere vennootschap.  Voor de betalende vennootschap is dit een aftrekbare kost en voor de andere vennootschap maakt dit deel uit van het belastbaar inkomen.  Zo eenvoudig is het, of beter was het, want voortaan zal de intrest mogelijk niet langer (volledig) aftrekbaar zijn bij de betalende vennootschap. Voortaan is de intrest nog maar aftrekbaar tot een bepaalde verhouding van het totaalbedrag aan afgesloten leningen t.o.v. de som van de belaste reserves bij het begin van het boekjaar en het gestorte kapitaal op het einde van het boekjaar.  Deze verhouding bedraagt 5 op 1.    Kortom intresten van zowel leningen die afgesloten worden tussen verbonden ondernemingen (nieuw) als kredieten toegestaan door kredietverstrekkers gelegen in belastingparadijzen zijn voortaan maar aftrekbaar volgens een verhouding van 5 op 1.  Let wel dat de ontvangende (verbonden) vennootschap de intresten volledig in haar belastbaar inkomen zal moeten blijven opnemen.  We beperken ons verder tot de zogenaamde verbonden vennootschappen.

Meerwaarde op aandelen

Wanneer een vennootschap een meerwaarde realiseert op één of meerdere aandelen dan zijn deze sinds lang niet belastbaar in de vennootschapsbelasting.  Maar let op dit was (en is) niet altijd absoluut het geval.  De meerwaarde op een aandeel is slechts vrijgesteld van vennootschapsbelasting indien het mogelijke dividend (wanneer dit zou uitgekeerd worden) in aanmerking komt voor de zogenaamde DBI-aftrek (‘DBI’ staat voor ‘definitief belast inkomen’).  Deze regel houdt in concreto in dat een dividend bij de ontvanger niet bijkomend belast wordt in de vennootschapsbelasting wanneer het (oa) afkomstig is van een vennootschap die hetzij aan de Belgische vennootschapsbelasting onderworpen is of aan een gelijkaardige buitenlandse belasting.  Met deze laatste voorwaarde worden vooral dividenden bedoeld van vennootschappen die niet gelegen zijn in zogenaamde belastingparadijzen.

Voortaan zal de meerwaarde nog maar vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting enkel wanneer bijkomend de meerwaarde betrekking heeft op een aandeel dat de vennootschap ten minste één jaar ononderbroken in volle eigendom in portefeuille heeft gehad.  Zoniet wordt de meerwaarde alsnog belast.  Niet aan het klassieke tarief waaronder de vennootschap valt , maar wel aan een apart tarief van 25% (te verhogen met 3% opcentiemen crisisbijdrage ofwel 25,75%).  Let wel dat er geen verschil gemaakt wordt of de meerwaarde al dan niet betrekking betrekking heeft op een deelneming.  Voortaan komt er dus een extra situatie bij wanneer we het hebben over een meerwaarde op een aandeel in de vennootschapsbelasting.  Maar hier houdt het niet mee op.

Wanneer een vennootschap aandelen verkoopt en hier een meerwaarde op realiseert, moet men er rekening mee houden dat er, naast de reeds vermelde redenen, alsnog een taxatie verschuldigd kan zijn.

In de programmawet van 27 december 2012 werd immers een taks ingevoerd van 0,40 % (plus crisisbijdrage van 3 %) op zogenaamde niet ‘besmette’ aandelen die gedurende minimum één jaar werden aangehouden wanneer de vennootschap die ze verwezenlijkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin de meerwaarde werd verwezenlijkt of vastgesteld op grond van art. 15 W.Venn. niet als een kleine vennootschap wordt aangemerkt (dus grote onderneming).   M.a.w. voor een KMO is er veelal geen probleem.  Maar opgelet deze voorwaarde dient op geconsolideerde basis berekend te worden.

Een vennootschap is een KMO-vennootschap wanneer ze, voor het laatste en het voorlaatste afgesloten boekjaar, niet meer dan één der volgende criteria overschrijdt:

  • jaargemiddelde van het personeelsbestand : 50;
  • jaaromzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde : 7.300.000 euro
  • balanstotaal : 3.650.000 euro; tenzij het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt

Let wel dat wanneer de belastbare basis van de vennootschap lager is dan de gerealiseerde meerwaarde, deze taks alsnog verschuldigd is.

Kortom wanneer de holdingvennootschap de aandelen van de dochtervennootschap verkoopt (na één jaar) dan zal er mogelijk een belasting van 0,412% van toepassing zijn, tenzij we te maken hebben met een KMO volgens de vermelde definitie van art. 15 W.Venn.

BESLUIT

Een holdingvennootschap mag zomaar niet als een fiscale truckendoos aanzien worden.  Niettegenstaande kan zij zeker haar nut nog hebben.

Gelden Onttrekken Aan De Vennootschap – Editie 2017

15 praktische mogelijkheden om gelden te onttrekken aan de vennootschap begrijpelijk uitgelegd in dit boek van 78 pagina’s.

Gratis Inkijkexemplaar
2017-05-01T16:10:51+00:00
Donderdag 26 oktober 2017 - 11:00u

Gratis Seminar: Bulgarije, Ster in Europa

In een handomdraai krijgt u een overzicht van de mogelijkheden in Bulgarije en de belangrijkste componenten voor ondernemers:
  • 10% personenbelasting
  • 10% vennootschapsbelasting
  • 10%, de loonkost bedraagt slechts 10% van een gemiddeld Belgisch/Nederlands loon
JA, IK WIL ME INSCHRIJVEN

De 112 Meest Begeerde Fiscale Tips - Editie 2017


Voor al wie belastingontwijking een mensenrecht vindt, 112 haalbare en praktische fiscale tips 
GRATIS INKIJKEXEMPLAAR
Click Me