Het is de Vlaamse overheid menens bepaalde vastgoedprojecten te ondersteunen.

Ze heeft hiervoor drie steunmaatregelen  uitgewerkt (zie samengevat verder):
– het subsidiëren van zogenaamde activeringsprojecten;
– de creatie van een belastingvermindering voor renovatieovereenkomsten;
– het verlagen van de registratierechten voor de aankoop van sommige panden.

In het decreet lezen we wat met ‘activeringsprojecten’ wordt bedoeld : ‘Activeringsprojecten zijn complexe en grootschalige ruimtelijke projecten die kaderen binnen de doelstellingen van de structuurplanning, structureel ingrijpen op het sociaal, economisch, cultureel en ruimtelijk functioneren van een buurt, een wijk, een stadsdeel of een gebied, en de hefboom vormen voor nieuwe ruimtelijke en sectorale ontwikkelingen.  Zij worden georganiseerd op initiatief van publieke, publiek-private of private initiatiefnemers.  Zij vertrekken vanuit een visie en een plan van aanpak, vastgelegd op grond van een overleg tussen de projectleiding, planners, deskundigen, betrokken gebiedsoverheden en vertegenwoordigers van de lokale bevolking.’

1. het subsidiëren van zogenaamde activeringsprojecten
Gezien zulke activeringsprojecten (definitie zie boven) grootschalige ruimtelijke projecten zijn, kunnen deze rekenen (mits voorwaarden) op een subsidie van de Vlaamse Regering. De projectleiding kan de Vlaamse Regering om een subsidie-enveloppe verzoeken door middel van een standaardaanvraagformulier.  De Vlaamse Regering kan bepalen dat de standaard-aanvraagformulieren worden ingediend op grond van een oproepsysteem. Zij kan in de oproepen specifieke projectkenmerken opnemen op het vlak van de doelstellingen van het activeringsproject, de aard van de maatschappelijke groepen waarvan de ruimtelijke behoeften worden ondersteund, de aard van de gediende ruimtelijke doelstellingen of de ruimtelijke karakteristieken van het projectgebied.  De Vlaamse Regering omschrijft de subsidiabele kosten en de procentuele grootte van de ondersteuning.  Zij bepaalt de nadere materiële en formele ondersteuningsvoorwaarden, de mogelijkheden op het vlak van de cumulatie van een subsidie-enveloppe met andere publieke middelen, evenals de methodologie aangaande de selectie van projectvoorstellen en de toekenning van de ondersteuning.

2. de creatie van een belastingvermindering voor renovatieovereenkomsten
Natuurlijke personen (zowel de kredietnemer als de kredietgever) kunnen in onderling overleg een renovatieovereenkomst afsluiten.  Dit  voor de renovatie van een pand dat (oa) aan de volgende voorwaarden voldoet :
1° het onroerend goed is op het ogenblik van het sluiten van de renovatieovereenkomst sinds ten hoogste vier opeenvolgende jaren opgenomen in één of meer leegstandsregister, inventaris van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten of lijst van ongeschikte en/of onbewoonbare woningen en verwaarloosde gebouwen en/of woningen
2° het onroerend goed wordt na de renovatie bestemd tot hoofdverblijfplaats van ten minste één van de kredietnemers, en dit, behoudens in het geval van overlijden of een plotse ramp, voor een periode van ten minste acht opeenvolgende jaren.
De renovatieovereenkomst zelf kan hoogstens dertig jaar lopen. Ze wordt opgesteld aan de hand van een modelformulier dat door de Vlaamse Regering wordt vastgesteld.

De kredietgever kan genieten van een belastingvermindering. Hij mag in de vijf jaar vóór het sluiten van de renovatieovereenkomst en dit gedurende de volledige duurtijd zelf geen zakelijk recht hebben op het debetreffende pand.
De belastingvermindering wordt jaarlijks genoten in de personenbelasting voor de opeenvolgende jaren waarin het goed gebruikt wordt als hoofdverblijfplaats van de kredietnemer.  De belastingvermindering wordt voor het eerst toegestaan in het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin het goed bestemd wordt tot hoofdverblijfplaats. Als berekeningsgrondslag voor de belastingvermindering geldt het rekenkundig gemiddelde van alle ter beschikking gestelde bedragen op 1 januari en 31 december van het belastbare tijdperk. In 2009 geldt als berekeningsgrondslag enkel de som van de ter beschikking gestelde bedragen op 31 december 2009.  Die berekeningsgrondslag bedraagt ten hoogste 25.000 euro per belastingplichtige.

3. De vermindering van de heffingsgrondslag m.b.t. de registratierechten
Ook is er een luik voorzien wat de regsitratierechten betreft.  Er komt een abattement bij van 30.000 euro. Concreet wil dit zeggen dat de er een fiscaal voordeel genoten wordt van hetzij 3.000 euro (bij 10% registratierechten) hetzijn 1.500 euro (bij 5% regsitratierechten (zogenaamd een klein beschrijf).

Het abattement van 30.000 euro mag of kan gecombineerd worden met de andere abattementen zoals :
– het abattement voor kopers van een eerste, enige woning (pro memorie het abattement betekent hier een vermindering ten belope van 15.000 euro van de belastbare grondslag waarop de registratierechten van hetzij 10% of 5% berekend worden)
– en het zogenaamde bij-abattement voor personen die een eerste woning via een hypothecaire lening afbetalen (pro memorie het abattement van 15.000 euro wordt hier verhoogd tot 25.000 euro als op de koop de registratierechten van 10 % verschuldigd zijn of het wordt verhoogd tot 35.000 euro als het een koop betreft van een woning die voor het  zogenaamd klein beschrijf (5% registratierechten) in aanmerking komt).

Bron Decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid (BS 15 mei 2009, eerste editie, Boek 3, p. 37.357 – 37.368)