Wie tot een overgang van een éénmanzaak naar een vennootschap heeft besloten, stelt zich meermaals de vraag hoe hij dit dient te realiseren.  De éénmanszaak heeft ondertussen een bepaalde waarde bereikt.  Dat de overdracht naar een vennootschap veelal als een element van fiscale planning moet aanzien worden, zal weinige verbazen.  De fiscale druk via een vennootschap is veelal lager.  Mocht dit niet zo zijn dan heeft de vennootschap uit fiscale overweging immers weinig zin.

De overdracht en de fiscaliteit

Wanneer de goodwill n.a.v. de stopzetting van de éénmanszaak wordt ingebracht of verkocht aan de vennootschap dan valt men in het regime van de stopzettingsmeerwaarden.  Deze meerwaarde is in principe belastbaar aan 33% (+ gemeentebelasting).  Indien het oa. een stopzetting betreft vanaf 60 jaar dan bedraagt het tarief 16,5%.  Dit echter ten belope van de belastbare netto winsten of baten van de 4 jaar voor stopzetting (de zogenaamde 4×4 regel). Het eventuele surplus zal belast worden tegen het progressief tarief.Een meerwaarde die gerealiseerd wordt op het materieel wordt belast aan 16,5% (te verhogen met gemeentebelasting).  Noot : op de ganse overdracht moeten ook sociale zekerheidsbijdragen betaald worden doch deze zijn gelimiteerd.

Mogelijkheden van overdracht

Bij deze zogenaamde belaste overdracht kan u kiezen voor twee mogelijkheden.  U kan de éénmanszaak enerzijds verkopen aan de vennootschap of inbrengen in de vennootschap.

Bij een verkoop heeft de vennootschap een schuld.  Deze schuld kan een schuld zijn aan een financiële instelling (wanneer de vennootschap u onmiddellijk betaald heeft) of het kan een schuld zijn aan uzelf (de zogenaamde rekening courant of RC). In beide gevallen ontvangt u een som geld van uw vennootschap, al dan niet gespreid over de jaren heen.  De rente die de vennootschap aan hetzij de financiële instelling hetzij aan uzelf (RC) betaalt is fiscaal aftrekbaar.  Wel opletten met de RC gezien de onduidelijkheid hieromtrent m.b.t. het herkwalificatiegevaar (de intrest wordt boven bepaalde limieten plots een dividend met alle fiscale gevolgen vandien).

Bij een inbreng daarentegen heeft de vennootschap geen schuld.  Wel zal haar kapitaal hoger zijn dan bij een verkoop.  De éénmanszaak wordt immers als kapitaal ingebracht.

Wat zijn de voordelen van beide systemen ?

Bij een verkoop betaalt de vennootschap een intrest die normaliter aftrekbaar is.  Indien er met een  rekening courant gewerkt wordt dan is (zie echter boven) de intrest beperkt belastbaar aan 15% roerende voorheffing. 

Bij een inbreng als kapitaal in de vennootschap dan betaalt de vennootschap geen rente.  Het rendement voor u als aandeelhouder is hier een dividend.  Een dividend is in de vennootschap fiscaal niet aftrekbaar.  Ook moet er opgelet worden dat het dividend niet te hoog is wat zou betekenen dat de vennootschap het verlaagd tarief niet geniet.  De winst wordt dan sowieso belast aan 33,99%. Het kapitaal kan later belastingvrij verminderd worden, maar de nodige wettelijke verplichtingen dienen gevolgd te worden (notariële acte, …).

Let wel op dat in beide gevallen u als overdrager van uw éénmanszaak belast wordt aan 16,5% en/of 33%. 

Bij een inbreng als kapitaal geniet de vennootschap wel een verhoogde notionele intrestaftrek (4,807% voor Aj 2008).  Deze aftrek wordt immers berekend op het eigen vermogen van de vennootschap. 

 

Een niet onbelangrijk nadeel van de inbreng (van de éénmanszaak in de vennootschap als kapitaal) is echter dat het tarief roerende voorheffing sowieso 25% bedraagt bij een dividenduitkering.  Bij een verkoop kan dit 15% zijn.  Een verschil dat vlug enkele duizende euro’s kan kosten.  Hou hier in de bepaling van uw keuze zeker rekening mee!