In de praktijk worden er wel eens vragen gesteld over ‘de wagen’ en dit bij wie een vennootschap opricht. In het bijzonder diegene die hun éénmanszaak of vrij beroep voortaan willen verder zetten d.m.v. een vennootschap. Moet deze wagen overgedragen worden ?  Of niet ?  Kunnen we deze dan verhuren aan de vennootschap ?

BTW …
Vaak worden we plots ook geconfronteerd met een btw-vraagstuk. Moet op deze huur geen btw aangerekend worden, want het verhuren van een roerend goed met als bedoeling hiervan duurzaam opbrengsten te verkrijgen, wordt immers beschouwd als een economische activiteit. En dus het gevolg is btw, of toch niet ?

In eerste instantie zouden we geneigd zijn hierop bevestigend te antwoorden. Maar wat hier in onze casus wel bijzonder is, is dat het een bedrijfsleider/vennoot is die maar één enkel goed nl een wagen ter beschikking stelt van zijn net opgerichte vennootschap. Dit heeft in het verleden al meermaals tot een discusiie geleid tussen de belastingsplichtige en de fiscus.

In het geval waar een natuurlijk persoon een wagen verhuurde tegen een huurprijs aan zijn vennootschap heeft de rechtspraak geoordeeld dat deze persoon niet de bedoeling had om uit deze verhuur duurzame opbrengsten te verwerven. Het gevolg was dat de verhuurder door het verhuren van deze wagen aan zijn vennootschap hierdoor niet het statuut krijgt van btw-belastingplichte. Dit werd nog niet zo lang geleden nogmaals in de verf gezet door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (Rb Antwerpen 2 juni 2008). Ondertussen heeft de Administratie zich hierbij neergelegd.

Zonder in detail te treden merken we ook op dat er vrijstellingsregeling m.b.t. de btw bestaat, nl voor de zogenaamde kleine ondernemingen. Indien de gerealiseerde ontvangsten 5 580 EUR, exclusief BTW niet overschrijden ken er steeds geopteerd worden voor de vrijstellingsregeling (cfr art 56, §2 W.BTW).

Personenbelasting …
We weten nu hoe het zit met de BTW.  Maar hiermee zijn alle fiscale vragen nog niet beantwoord. Hoe wordt dit uiteindelijk belast ? Het verhuren van een roerend goed wordt belast als een roerend inkomen (art 17 §1, 3° WIB 1992). Dit is ook zo het geval bij de wagen die verhuurd wordt aan de vennootschap. 

Zulk een roerend inkomen is uiteindelijk belast tegen een tarief van 15%. Maar het is wel zo dat dit ganse roerend inkomen niet belast zal worden. Bij het verhuren van roerende goederen kennen we immers nog een aftrek van kosten. Van de huur worden immers de kosten voor het verwerven of het behoud van dat roerend inkomen nog in aftrek genomen. Ofwel bewijst men deze kosten ofwel opteert men voor de forfaitaire kostenaftrek. Deze laatste bedraagt 15% van het brutobedrag. Let wel voor het verhuur van andere roerende inkomsten bestaan nog andere percentages, maar daar gaan we hier niet verder op in.

Maar wanneer we het hebben over roerende inkomsten dan komt ongetwijfeld de vraag op of er geen roerende voorheffing door de huurder (hier de vennootschap) moet op ingehouden worden. Dit is iimmers het geval bij intresten en dividenden. Maar is dit hier ook van toepassing ? 

Het antwoord is ‘neen’. De roerende voorheffing is hier niet aan de orde wanneer de begunstigde van de huurinkomsten een inwoner is, en onderworpen is aan de personenbelasting, of als het om een binnenlandse vennootschap gaat (cfr art 111 KBWIB 1992). En dit is hier het geval. Let wel dat door de aangifte in de personenbelasting er wel nog aanvullende gemeentebelasting moet op betaald worden. Tenzij men in een gemeente woont waar het tarief 0% bedraagt.

Is het zinvol de wagen te verhuren ?
Het kan inderdaad zinvol zijn de wagen aan de vennootschap te verhuren i.p.v. de wagen aan de vennootschap over te dragen. Wie de wagen overdraagt zal op de meerwaarde t.b.v. 75% nog personenbelasting moeten van 16;5% (+ gemeentebelasting). 

Wordt de wagen later verkocht (na deze verhuurd te hebben aan de vennootschap) dan kan er geargumenteerd worden dat deze niet langer belast wordt. 
Dit o.b.v. de zogenaamde desaffectatie-theorie die recent door de rechtspraak nog eens bevestigd werd. Weliswaar in het kader van de verhuur van een onroerend goed maar dit is evenzeer verdedigbaar bij de verhuur van een personenwagen (Hof van Beroep van Brussel  25 februari 2010).

Wel opletten dat het verhuren niet altijd beter is. Want wie de wagen overdraagt aan zijn vennootschap zal kunnen genieten van het voordeel van het statuut van de bedrijfswagen.Het voordeel van alle aard voor het privé-gebruik van een gratis ter beschikking gestelde personenwagen (of wagen voor dubbel gebruik) wordt immers forfaitair berekend door het aantal privé-kilometers te vermenigvuldigen met een coëfficiënt die afhangt van de CO²-uitstoot en het type brandstof.

Indien de afstand woon-werkverkeer meer bedraagt dan 25 km, dan wordt dit berekend op 7 500 km zoniet op 5 000 km.  En dit onafgezien het aantal kilometers er nog verder mee gereden wordt.
De formule = het aantal privé-km (5 000 of 7 500) x uitstoot van CO²/km x coëfficiënt
Deze coëfficiënt bedraagt:
• 0,00210 eur/gr CO2 voor voertuigen op benzine, LPG of natuurlijk gas
• 0,00230 eur/gr CO2 voor dieselvoertuigen

Het bedrag van het voordeel per kilometer mag echter niet lager zijn dan 0,10 eur