Een gesplitste aankoop van een onroerend goed in vruchtgebruik en blote eigendom, waarbij de vennootschap het vruchtgebruik van het vastgoed verwerft en de venno(o)t(en) de blote eigendom, ligt al enige tijd moeilijk bij de Administratie.  Het moet echter gezegd, soms begrijpelijk, maar ook soms niet.  Alle registers worden opengetrokken om dit aan te vechten verwerven.  Ten onrechte echter.

In een zaak m.b.t. een gesplitste aankoop door een vennootschap gaat het Hof van Beroep te Brussel ook niet mee in de negatieve gedachtengang van de Administratie (Brussel 1 maart 2012).  De redenering is dat het gratis terbeschikking stellen van een woning door de vennootschap aan haar bedrijfsleider per definitie beroepsmatig is omdat dit past binnen het verloningsbeleid van de vennootschap.  Het Hof van Beroep te Luik kwam tot hetzelfde besluit (Luik 1 februari 2012).

Ook de Rechtbank van Eerste Aanleg van Aarlen (Rb Aarlen 14 maart 2012) kwam tot een gelijkaardige beslissing (weliswaar geen gesplitste aankoop).

Niettegenstaande deze uitspraken in het voordeel van de belastingplichtigen moeten we toch voorzichtig zijn wat deze zogenaamde ‘bezoldigingsteheorie’ betreft.  Er bestaat evenzeer rechtspraak die stelt dat gezien de bedrijfsleider belast wordt als voordeel alle aard dit niet automatisch betekent dat deze kosten daardoor ook aftrekbaar zijn.

Het Hof van Beroep te Bergen (Bergen 29 juni 2011) stelt dit uitdrukkelijk.  De kosten van het vruchtgebruik zijn niet fiscaal aftrekbaar, enkel omdat de bedrijfsleider belast wordt conform art 18 KB.WIB 1992.  Voor het Hof waren de voorwaarden van art 49 WIB 1992 toch niet voldaan.  Kortom belastbaarheid en aftrekbaarheid worden los van mekaar beoordeeld.  Enkel wanneer de vennootschap aantoont dat de gemaakte kosten m.b.t. het vruchtgebruik ook werkelijke prestaties verlonen ,maakt dat de aftrek mogelijk is (zie ook Rb Antwerpen 16 februari 2011).  Trouwens dit kan uitendelijk leiden tot een dubbele taxatie (privé en vennootschap).

Kortom wat de vruchtgebruikconstructie moet er dus omzichtig gewerkt worden.  Het is en blijfteen wettelijke mogelijkheid van vastgoedconstructie waar op zich niets mis mee is.  Wel is het belangrijk dat alle regels correct gevolgd worden.

Hierbij denken we aan het volgende :

– het vruchtgebruik dient correct gewaardeerd te worden over een aanvaardbare termijn

– de regels en de wezenskenmerken die eigen zijn aan het vruchtgebruik dienen gerespecteerd te worden.

– het dient te passen in het maatschappelijk doel van de vennootschap

– beroepsmatig gebruik zal de verdediging van het dossier ten goede komen

– de kosten van het vruchtgebruik kunnen hierbij ook verantwoord worden in het verloningsbeleid van de vennootschap.  M.a.w. de kostprijs van het vruchtgebruik is verantwoord in de uitgevoerde prestaties van haar bedrijfsleider.  De verantwoording kan opgenomen worden in de notulen van de algemene vergadering..

– op het einde van het vruchtgebruik is het belangrijk dat wanneer ‘kort’ voor het moment van uitdoving er nog zware werken uitgevoerd werden , de blote eigenaar de vennootschap hiervoor vergoedt

– de wettelijke verplichtingen (oa regeling belangenconflicten) dienen gerespecteerd te worden

Hou er rekening mee dat wanneer de vruchtgebruiker (vennootschap) teveel betaald heeft voor het vruchtgebruik, dit betekent dat de blote eigenaar (bedrijfsleider) te weinig ervoor heeft betaald.  Een taxatie geheim commissieloon is dan ook het (mogelijk) gevolg (zie verder).

 Recent echter werd er een zeer interessante ruling mbt een vruchtgebruik gepubliceerd.

We kunnen ons dan ook volledig terug vinden in deze beslissing van de rulingcommissie (Voorafgaande beslissing nr. 2012.011 dd. 10.07.2012).

In deze rulingbeslissing werden een aantal van de onzekere zaken verduidelijkt :

– toepassing van de anitmisbruikbepaling ?

– voordeel van alle aard ? zowel bij de start als bij het einde

– aftrekbaarheid van de kosten (art 49 WIB 1992) ?

– correcte waardering

– vennootschapsbelang

– de berekening van de meerwaarde op de verkoop van het vruchtgebruik

Kortom een duidelijke beslissing.

Het weze bedandrukt dat een ruling uitgesproken wordt in het kader van een bepaalde casus.  D.w.z. dat deze beslissing zomaar niet kan toegepast worden op andere dossiers.  Niettegenstaande worden de krijtlijnen hierbij uitgezet en is het een inspiratiebron voor andere dossiers.