//De overname van een vennootschap

De overname van een vennootschap

Vandaag wordt regelmatig de vraag gesteld naar de overname van een onderneming door één van de kinderen.  Hoe organiseren we dit ? Waarop moeten we letten ?  Is het zinvol vooraf acties te ondernemen of laten we alles op zijn beloop ?  Het zit het met het vererven en de successierechten ?Enz …

Waneer we weten dat de KMO ’s de drijfkracht zijn van onze economie dan is het zonder twijfel belangrijk hierbij toch even stil te staan. We proberen in deze bijdrage een zaken te analyseren.  We bekijken een aantal verschillen en aandachtspunten. 

Het verhaal is eenvoudig.  Ouders (woonachtig in Vlaanderen) hebben reeds jaren hard gewerkt in hun eigen KMO.  De waarde van de KMO is dan ook danig opgelopen.  Ook hebben zij twee kinderen en één van de kinderen toont interesse de fakkel over te nemen.  Hoe eenvoudig de casus ook is, het antwoord is het niet.  We moeten immers rekening houden met behoorlijk wat zaken die daarenboven niet altijd fiscaal belangrijk zijn.  Een analyse …

 Het vererven van de KMO-vennootschap 

Hiermee bedoelen we voornamelijk de situatie waarbij vooraf niets gepland werd.  Twee zaken zijn hier van belang.  Wie erft wat en hoeveel bedragen de successierechten ?

 Wie erft wat (stel man sterft eerst) ? 

Hier is in eerste instantie het huwelijkscontract van belang.

 Stel echtpaar is gehuwd met wettelijk stelsel. 

Dit stelsel kent drie vermogens
-het eigen vermogen van de man
-het eigen vermogen van de vrouw
-het gemeenschappelijk vermogen 

eigen  vermogen :

-die goederen die men reeds bezat van vóór het huwelijk,
-die goederen die men geërfd of geschonken heeft gekregen tijdens het huwelijk
-alle wederbeleggingen van eigen vermogen (bv. een geschonken geldsom wordt belegd in een vermogensbeheer met individuele aandelen.  Deze individuele aandelen maken deel uit van het eigen vermogen.)
-eigen schulden zijn o.a. de schulden die dateren van voor het overlijden, de schulden aangegaan in het uitsluitend belang van het eigen vermogen, … 

gemeenschappelijk vermogen :

-alle beroepsinkomsten
-alle inkomsten uit eigen vermogen (bv. de rente van een geschonken obligatie)
-die goederen waarvan niet kan bewezen worden dat ze eigen vermogen zijn
-alle wederbeleggingen van gemeenschappelijk vermogen
-de niet eigen schulden zijn gemeenschappelijk schulden

 

Bij het wettelijk stelsel (zonder afwijkingen in het huwelijkscontract) is het zo dat wanneer de aandelen van de vennootschap deel uitmaken van de gemeenschap de overlevende echtgenote op de helft van de gemeenschap en op het eigen vermogen van haar echtgenoot het vruchtgebruik erft en de twee kinderen erven de blote eigendom.

 Stel echtpaar is gehuwd met scheiding van goederen. 

Hier bestaat  (in principe) geen gemeenschappelijk vermogen enkel de twee eigen vermogens van man en vrouw

  • het (eigen) vermogen van de man
  • het (eigen) vermogen van de vrouw

 

Bij het overlijden van de man zal de vrouw ook hier het vruchtgebruik erven en de kinderen de blote eigendom. 

Hoeveel bedragen de successierechten ? 

Rechte lijn , tussen echtgenoten en samenwonenden (wettelijk of feitelijk na 1 jaar)

Schijven Belasting op vorige schijven % op deze schijf
0,01 – 50.000,00 0 3 %
50.000,01 – 250.000,00 1.500,00 9 %
> 250.000,00 19.500,00 27 %

     

Er is wel een splitsing tussen roerende en onroerende goederen.

 

Maar er bestaat ook een 0%-tarief voor (o;a.) het vererven van de aandelen van een familiale KMO.  Gezien de relevantie overlopen we (zonder in detail te treden) de voorwaarden. 

De vennootschap moet in de drie jaar voorafgaand aan het overlijden gedurende een ononderbroken periode van drie jaar voor minstens 50% toe te behoren aan de overledene en/of zijn echtgenoot.  Doch er wordt hierbij ook rekening gehouden met de aandelen die in bezit zijn van descendenten en hun echtgenoten of van de zijverwanten tot en met de 2de graad (broers en zusters), van ascendenten en vooroverleden kinderen van broers en zussen en van de echtgenoten van broers en zussen.

Opgelet bij effecten aan toonder kan de bewijsvorming hier echter duidelijk een probleem vormen.  Dit probleem zal zich op termijn oplossen omdat de effecten aan toonder ‘eindig’ zijn.  Daarom is het reeds vandaag kenbaar maken van de aandelen wenselijk.  Zoniet kan de bewijsvoering op termijn hier duidelijke voor problemen zorgen. 

Aanvankelijk was de vrijstelling van toepassing wanneer de onderneming of de vennootschap in de drie jaar voorafgaand aan het overlijden minstens vijf in het Vlaams Gewest tewerkgestelde werknemers tellen, uitgedrukt in voltijdse eenheden.  Dit betekent concreet dat de erflater elk van de drie (dus niet gemiddeld) voorgaande jaren minstens 5 werknemers in dienst moet hebben gehad.  Deze werkwijze wordt voortaan verlaten (dit n.a.v. een uitspraak van het Europese Hof van Justitie). 

Voortaan is het zo dat er een minimumbedrag aan loonlasten uitbetaald, aan werknemers die in de Europese Economische Ruimte tewerkgesteld zijn, van 500.000 euro zal moeten geweest zijn in de twaalf kwartalen voorafgaand aan dat waarin het overlijden van de erflater heeft plaatsgehad.   In de twintig kwartalen na het overlijden moet er nog minimaal een bedrag gelijk aan vijf derden van de loonlasten betaald in de twaalf kwartalen vóór het overlijden, worden uitbetaald..  Ook nu wordt er in een pro rata verdeling voorzien. 

Veronderstel dat de vennootschap 200.000 euro uitbetaald heeft in de periode van 12 kwartalen vóór het overlijden. De vererfde netto-waarde van de aandelen zal vrijgesteld worden voor 200.000/500.000.  In de periode van 20 kwartalen na het overlijden wordt moet in principe 5/3 van 200.000 = 333.333 euro aan loonlasten uitbetaald worden. Indien slechts 300.000 euro wordt uitbetaald, zal de vrijstelling verder beperkt worden tot 200.000/500.000 x 300.000/333.333 = 36%.

Voor de volledigheid vermelden we ook ook nog dat het kapitaal, geïnvesteerd in de vennootschap, gedurende vijf jaar na het overlijden niet mag dalen door uitkering of terugbetalingen. Wordt er een daling vastgesteld, dan wordt het normaal tarief evenredig verschuldigd verhoogd met de wettelijke interesten.  Ook moet de vennootschap gedurende drie jaar vóór en vijf jaar na het overlijden een jaarrekening opmaken. 

Vraag die kan gesteld worden is wanneer de vennootschap in aanmerking komt voor de 0% regeling, er überhaupt actie moet ondernomen worden.  Het is belangrijk te vermelden dat in het beste geval er geen successierechten moeten betaald worden, maar de verdeling is hiermee niet opgelost.  Ook de dochter die niet geïnteresseerd is in de vennootschap erft.  Dit zal mogelijk tot complicaties komen.  Het verdient dan ook veelal de voorkeur niet de vereving af te wachten maar vooraf een aantal zaken vooraf duidelijk te regelen.

Het schenken van de KMO-vennootschap

In Vlaanderen worden de schenkingsrechten (blote of volle eigendom en in vruchtgebruik) beperkt tot 2 % (o.a.) voor aandelen van een vennootschap waarvan de zetel in één van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte is gevestigd en die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post tot doel heeft (de aandelen van ‘zuivere’ holdings en patrimoniumvennootschappen komen dus niet in aanmerking 

Verder overlopen we kort een aantal voorwaarden en de gevolgen van de schenking van aandelen van de ‘KMO-vennootschap’. 

De aandelen die geschonken worden, vallen onder het verminderd tarief van 2 % indien deze aandelen ofwel minstens 10 % van de stemrechten in de algemene vergadering vertegenwoordigen, ofwel minstens 10 % van de totaliteit van de aandelen van de vennootschap vertegenwoordigen.  De schenking moet gebeuren bij authentieke akte (doch herover bestaat in de rechtsleer discussie over).  De activiteit van de vennootschap moet zonder onderbreking verder gezet worden gedurende vijf jaar na de datum van de akte van schenking.  De begiftigde is niet verplicht de geschonken aandelen te behouden.  Alleszins een aandachtspunt bij een verkoop van de onderneming.  Het valt op dat de voorwaarden veel minder verregaand zijn dan de vrijstelling inzake de successierechten.  Van enige loonmassa is hier geen sprake.  

Niettegenstaande is het verschil van 2% in vergelijking met de 3% (schenkingstarief in de rechte lijn, tussen gehuwden en samenwonenden voor andere roerende goederen) niet zo groot.  Menig belastingplichtige zal dan ook moeten overwegen of het verschil van 1% voldoende groot is om de bijkomende voorwaarden te willen respecteren. 

Het voordeel moet elders gezocht worden en dan vooral in het civielrechtelijke.  De schenking van een vennootschap die kadert in de 2%-regeling biedt als voordeel dat er een aantal civielrechtelijke principes buiten werking worden gezet. 

Het principe stelt dat een schenking van goederen tijdens het leven in de staat ten tijde van de schenking doch voor de waarde op moment van het overlijden in de nalatenschap dienen ingebracht te worden (zogenaamde fictieve massa).  Dit betekent concreet dat indien de vennootschap in waarde is toegenomen, deze meerwaarde mogelijk zal moeten gedeeld worden met andere erfgenamen.  Aan dit principe is in het kader van de 2% schenkingsregeling een einde gekomen.  Dit is niet onbelangrijk. 

Voorbeeld 

Vader wenst een schenking vader te doen aan zijn 2 kinderen

                        Aandelen                     100.000 euro aan Kind 1

                        Geld                            100.000 euro aan Kind 2

Stel dat vader jaren later komt te overlijden. 

Zijn nalatenschap bestaat dan uit

                        Spaargelden  : 150.000 euro (saldo overlijden)

 

De zogenaamde fictieve massa, die nodig is om te berekenen of ieder kind het deel ontvangt waarop het recht heeft, wordt samen gesteld.

Fictieve massa : 100.000 (geld) + 650.000 (waarde van de aandelen op moment van het overlijden) + 150.000 (spaargelden) = 900.000 euro 

De reserve waar kind 1 en 2 recht op hebben bedraagt : 900.000 / 3 = 300.000 euro

            Kind 2 : 100.000 (schenking van geld) + 150.000 = 250.000 euro

            Kind 2 heeft dus een tekort van 50.000.  Kind 1 zal dit echter moeten vergoeden

aan zijn broer of zus 

Opgelet : schenken van roerende goederen kan inderdaad fiscaal een mooie besparing opleveren.  Maar het is niet altijd mogelijk dat een ouder ‘kan’ schenken.  Het is hier ook noodzakelijk het huwelijkscontract vooraf te raadplegen.  Gehuwden die immers een contractuele erfstelling (dit is een schenking van toekomstige goederen tussen de echtgenoten) hebben voorzien in hun huwelijkscontract kunnen niet langer kosteloos beschikken over hun goederen.  Zij kunnen m.a.w. geen schenking meer doen aan bv. hun kinderen.  De enige oplossing is d.m.v. een kleine wijziging aan het huwelijkscontract deze contractuele erfstelling te schrappen in het huwelijkscontract.

De verkoop van de KMO-vennootschap 

Hier is het de situatie waarbij de ouder(s) de vennootschap verkopen aan het kind dat wil overnemen. 

Hierbij zijn een aantal zaken te vermelden. 

Vermits het een verkoop betreft is er van schenken of erven geen sprake meer.  De opvolger heeft immers betaald voor de aandelen.  De gelden die de ouders ontvangen (die in principe niet belast worden), kunnen op hun beurt aan de beide kinderen geschonken worden.  Zodoende heeft elk kind exact hetzelfde gekregen en hoeven we ons verder geen zorgen te maken.  Let wel op dat een schenking van die gelden (indien registratie) 3% (in de rechte lijn, tussen gehuwden en sommige samenwonenden – voor anderen bedraagt het tarief 7%) schenkingsrechten kost.  Het voordeel hierbij is dat er ook hier onmiddellijk met de fiscus werd afgerekend.  Dit betekent dat wanneer de schenker binnen de drie jaar na de schenking overlijdt, er geen successierechten meer verschuldigd zijn.  Bij een handgift of bankgift (zonder registratie) is dit echter wel het geval. 

Het spreekt voor zich dat de waarde van de aandelen correct bepaald werden en dan ook voor de correcte prijs verkocht werden.  Wanneer de opvolger een lager bedrag betaald heeft, dan spreken we terug over een schenking (al dan niet gedeeltelijk). 

De betaling van de overname kan onmiddellijk, gespreid in de tijd of uitgesteld worden. 

De ouders kunnen bij de verkoop onmiddellijk de betaling vragen.  M.a.w. de opvolger zal vermoedelijk bij de bank moeten aankloppen of misschien zijn de ouders bereid zelf een uitstel van betaling te vragen.  De rente die zij hiervoor aanrekenen is voor de overnemer fiscaal aftrekbaar en voor de ouders belastbaar aan 15% roerende voorheffing (die aan de bron dient te worden ingehouden).  Een combinatie van beide is ook mogelijk. 

Ook kan de betaling uitgesteld worden.  Zelfs is het mogelijk te voorzien dat de betaling pas zal gebeuren na het overlijden van de ouder(s).  De betaling zal dan door de opvolger aan de nalatenschap moeten plaats vinden.  Met als gevolg dat erop successierechten zullen verschuldigd zijn.

 De financiering van de aandelen 

De financiële impact zal afhangen van de vraag hoe de aandelen zullen worden overgenomen.

Gaat de overnamefinanciering gebeuren door de opvolger privé (bedrijfsleider) of via een aparte vennootschap. 

De intresten van een overnamekrediet kunnen onrechtstreeks ten laste worden gelegd van het fiscaal resultaat van de vennootschap. Wie leent om aandelen van een vennootschap te kopen, mag de betaalde intresten immers aftrekken van de bezoldiging (aftrekbaar in de vennootschap) die hij als bedrijfsleider van deze vennootschap ontvangt. 

Doch afschrijven op aandelen wordt echter niet aanvaard. Door het ontbreken van deze afschrijvingsmogelijkheid, zal de overnameprijs moeten worden terugverdiend met gelden na personenbelasting wat maakt dat het prijskaartje wel zeer duur uitvalt. 

Voorbeeld: overname aandelen voor 400.000 EUR / overnamekrediet: 400.000 EUR – 12 jaar – intrest 5 % / jaarlijkse kapitaalsaflossing  33.333 eur

 

 

jaar 1

jaar 2

bezoldiging (*)

100.000

100.000

intresten (bv. 4%)

– 20.000

– 18.000

Belastbaar

80.000

82.000

sociale bijdragen  personenbelasting (**)

– 12.815

– 28.355

– 12.815

– 29.425

netto-inkomen

38.830

39.760

kapitaalaflossingen

– 33.333

– 33.333

saldo 5.497 6.427

(*) ganse winst van de vennootschap van de vennootschap wordt uitgekeerd.
(**) sociale bijdragen in hoofdberoep 2007

     personenbelasting aanslagjaar 2008 voor een alleenstaande – gemeentebelasting 7% 

Doordat de overnameprijs moet worden terugverdiend op basis van het netto-inkomen is het eindresultaat niet al te rooskleurig.  Trouwens een krediet voor een overname van aandelen over 12 jaar is ook al vrij lang..

Gezien de hoge fiscale en parafiscale druk op de beroepsinkomsten, wordt veelal overwogen om de aandelen van de vennootschap niet als privé-persoon aan te kopen, maar door een vennootschap (holding genaamd) die hiertoe door de overnemer wordt opgericht. 

Het overnamekrediet wordt dan aangegaan door deze nieuwe vennootschap, die de intresten mag aftrekken van haar winsten. Afschrijvingen of waardeverminderingen op aandelen worden in de vennootschapsbelasting jammer genoeg evenmin aanvaard als beroepskost. Hier is dus geen verschil met de overname als privé-persoon. Ook hier moet men de overnameprijs terugverdienen met geld na belasting. Het hoogste tarief dat geldt in de vennootschapsbelasting bedraagt echter 33,99%, hetgeen merkelijk lager is dan de personenbelasting.  Doordat de terugbetaling kan gebeuren met geld na vennootschapsbelasting, kan de globale fiscale druk dus gevoelig afnemen. 

Verder bouwend op ons voorbeeld van hierboven.

 

 

jaar 1

jaar 2

winst vennootschap (*)

100.000

100.000

intresten

– 20.000

– 18.000

Bezoldiging

– 29.503

– 31.503

Belastbaar in vennootschap

50.497

50.496

Vennootschapsbelasting 33,99%

– 17.164

– 17.164

Kapitaalaflossing

– 33.333

– 33.333

Bezoldiging

29.503

31.503

sociale bijdragen personenbelasting (**)

– 6.485

– 6.443

– 6.925

– 7.156

Saldo 16.575 17.422

(*) ganse winst van de vennootschap wordt uitgekeerd aan de holding
(**) sociale bijdragen in hoofdberoep 2007

     personenbelasting aanslagjaar 2008 voor een alleenstaande – gemeentebelasting 7% 

Het voordeel is behoorlijk.  In jaar 1 (zonder holding) heeft de overnemer privé 5.497 euro om in het levensonderhoud te voorzien.  Via een holding bedraagt dit 16.575 euro. 

Het inschakelen van een nieuwe vennootschap voor de overname heeft echter ook nadelige gevolgen. Zo zijn er de kosten van de oprichting van de nieuwe vennootschap en de jaarlijks terugkerende administratieve en boekhoudkundige kosten.

Bovendien zal de exploitatievennootschap zelf op haar winsten worden belast aan het algemeen tarief van 33,99%. Vennootschappen waarvan de helft van de aandelen in het bezit zijn van andere vennootschappen worden immers uitgesloten van het verlaagd opklimmend tarief in de vennootschapsbelasting. Het verlaagd tarief belast de winst tot een bedrag van 25.000 EUR aan 24,98%. Tussen 25.000 EUR en 90.000 EUR geldt een tarief van 31,93%. 

Of het uiteindelijk interessant is om voor de overname van aandelen een nieuwe vennootschap op te richten, zal in de eerste plaats afhangen van de hoogte van het te financieren bedrag. Een overname van een vennootschap vereist fiscaal en financieel maatwerk.

 Mogelijkheden tot optimalisatie 

Het ontbreken van de mogelijkheid om op aandelen af te schrijven, kan de overname van een vennootschap bemoeilijken. Maar wanneer de vergoeding van de overlater gedeeltelijk gebeurt onder de vorm van een extra-legaal pensioen, kan dit de fiscale druk voor de overnemer verlichten. 

Wie als bedrijfsleider een pensioenkapitaal ontvangt van zijn vennootschap kan hierop, mits het respecteren van een aantal voorwaarden, worden belast aan een afzonderlijk tarief van 16,5% of zelfs 10% (te verhogen met een aantal taksen en gemeentebelasting) wanneer de bedrijfsleider effectief actief blijft tot 65 jaar.

Wie het pensioenkapitaal ontvangt wordt hierop dus matig belast. Voor de vennootschap daarentegen is het pensioenkapitaal binnen bepaalde grenzen aftrekbaar als beroepskost wat maakt dat de waarde van de aandelen daalt.  De fiscus stelt dat de wettelijke en extra-wettelijke toekenningen naar aanleiding van de pensionering, uitgedrukt in jaarlijkse renten, niet meer mogen bedragen dan 80% van de laatste normale bruto-jaarbezoldiging (bij een normale duur van de beroepswerkzaamheid).

Dit bedrag kan behoorlijk oplopen. 

Voorbeeld

Een bedrijfsleider (50 jaar oud) onttrekt een bezoldiging van 50.000 euro bruto.  Hij heeft 10 jaar geleden zijn vennootschap opgericht.  Voordien was hij twaalf jaar zelfstandige (éénmanszaak).  Hij wenst op 60 jaar te stoppen.  De pensioenopbouw mag resulteren in een bedrag van ongeveer 315.000 euro.  De premies die hiervoor moeten zorgen zijn fiscaal aftrekbaar wat maakt dat de vennootschap in waarde daalt.

Misschien het is wel te overwegen de bezoldiging op te trekken.  Zodoende neemt de pensioenopbouw ook toe.  Indien onze bedrijfsleider in ons voorbeeld zijn loon verhoogt tot 60.000 euro dan neemt de pensioenopbouw toe tot een bedrag van ongeveer 387.000 euro.

Tip : winwinlening  

De opzet van de Winwinlening is om startende Vlaamse ondernemingen aan kapitaal, afkomstig van particulieren, te helpen.   Vrienden, kennissen of familieleden kunnen dus kredietgever zijn.  Om de Winwinlening aan te moedigen, zal de kredietgever, mits het respecteren van een aantal voorwaarden, een fiscaal voordeel genieten.  Een aantal kenmerken vindt u hiervan terug. 

Zowel een zelfstandige als een vennootschap kan kredietnemer zijn.   Wanneer het echter een vennootschap is dan moet deze wel ofwel een handelsvennootschap zijn ofwel een burgerlijke vennootschap die de rechtsvorm van een handelsvennootschap heeft aangenomen.

De kredietnemer mag niet langer dan drie volledige kalenderjaren bij de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven zijn en de voornaamste exploitatiezetel dient zicht te bevinden in het Vlaamse Gewest.

De kredietgever, die zelf geen kredietnemer mag zijn, dient een natuurlijk persoon te zijn die de lening buiten het kader van zijn handels- of beroepsactiviteiten verstrekt. Hij mag noch werknemer zijn van de kredietnemer noch de echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende van de zelfstandige kredietnemer noch de zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder (of diens echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende) van de kredietnemer die een vennootschap is.

 Zoals reeds vermeld, kan de kredietgever rekenen op een belastingvoordeel.  Dit op voorwaarde dat hij op 1 januari van het belastbaar tijdperk waarin de Winwinlening werd gesloten, zijn woonplaats in het Vlaams Gewest heeft. Het fiscaal voordeel wordt dan ook niet toegekend voor die belastbare tijdperken waarin de kredietgever geen inwoner is van het Vlaams Gewest.  De berekeningsgrondslag voor de belastingvermindering wordt berekend door het rekenkundig gemiddelde te nemen van alle uitgeleende of ter beschikking gestelde bedragen op 1 januari en 31 december van het belastbaar tijdperk. Er is wel een beperking van 50 000 EUR per belastingplichtige.  Deze belastingvermindering bedraagt 2,5 % van deze berekeningsgrondslag. De vermindering wordt toegestaan voor de ganse duurtijd van de lening (principe 8 jaar) en kent een aanvang met het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin de lening werd afgesloten. De jaarlijkse belastingvermindering bedraagt bijgevolg maximaal 1 250 euro per jaar per belastingplichtige. Als tijdens of binnen maximaal zes maanden na de looptijd van de lening zich een faillissement, een kennelijk onvermogen of een vrijwillige of gedwongen vereffening van de kredietnemer voordoet, wordt aan de kredietgever een éénmalige belastingvermindering toegekend.  De berekeningsgrondslag van dit éénmalige voordeel wordt gevormd door het totaal bedrag van de uitgeleende hoofdsom dat tijdens het belastbaar tijdperk definitief verloren is gegaan met een beperking van 50 000 EUR.  Deze éénmalige belastingvermindering bedraagt 30 % van de berekeningsgrondslag.  Zowel de jaarlijkse als de éénmalige belastingvermindering wordt met de personenbelasting verrekend na aftrek van de verrekenbare en niet-terugbetaalbare bestanddelen en inzonderheid na de onroerende voorheffing, het forfaitaire gedeelte van buitenlandse belasting en de belastingkredieten. Het overschot kan terugbetaald worden, maar is niet overdraagbaar. De Winwinlening dient achtergesteld te zijn, zowel ten aanzien van de bestaande als de toekomstige schulden van de kredietnemer en kent een vaste looptijd van acht jaar.  Ook is ze geplafonneerd tot 50 000 EUR.  De terugbetaling van de hoofdsom van de Winwinlening gebeurt in één keer op het einde van de looptijd.  Wat de hoogte van de intresten betreft, kan het Decreet geciteerd worden : “De interesten die de kredietnemer verschuldigd is, worden jaarlijks betaald. Ze worden berekend aan de hand van een door de Vlaamse Regering vastgelegde formule en op basis van een vaste rentevoet, vastgelegd in de akte, vermeld in artikel 5, § 1, eerste lid. Die rentevoet mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet die van kracht is op de datum waarop de Winwinlening gesloten wordt, en mag niet lager zijn dan de helft van dezelfde wettelijke rentevoet.” De bestemming van het kapitaal dat in het kader van de Winwinlening wordt geleend of ter beschikking wordt gesteld, dient uitsluitend voor ondernemingsdoeleinden te zijn. De Vlaamse Regering kan bepalen welke doeleinden als ondernemingsdoeleinden in die zin in aanmerking komen. 

Besluit : 

De overname van een familiale onderneming verdient de nodige aandacht.  Niet enkel de fiscaliteit is hier van belang.  De praktijk leert echter dat er dikwijls eerst een aantal hindernissen moeten genomen worden.  Gezien de complexiteit blijft het altijd maatwerk.  Het is daarom ook belangrijk tijdig te starten met een overname.  Zowel de gesprekken als het ‘rijpingsproces’ nemen dikwijls behoorlijk wat tijd in beslag.

2008-05-03T19:19:49+00:00
Dinsdag 19 december  2017 - 11:00u

Gratis Seminar: Bulgarije, Ster in Europa

In een handomdraai krijgt u een overzicht van de mogelijkheden in Bulgarije en de belangrijkste componenten voor ondernemers:
  • 10% personenbelasting
  • 10% vennootschapsbelasting
  • 10%, de loonkost bedraagt slechts 10% van een gemiddeld Belgisch/Nederlands loon
JA, IK WIL ME INSCHRIJVEN

De 112 Meest Begeerde Fiscale Tips - Editie 2017


Voor al wie belastingontwijking een mensenrecht vindt, 112 haalbare en praktische fiscale tips 
GRATIS INKIJKEXEMPLAAR
Click Me