DE NOTIONELE INTRESTAFTREK voor 2016 (Aj 2017)

DE NOTIONELE INTRESTAFTREK

Wat is het weer? De notionele intrestaftrek (de correcte benaming is ‘de aftrek voor risicokapitaal’) betekent een fictieve intrestaftrek berekend op het eigen vermogen die ervoor zorgt dat de vennootschapsbelastingsfactuur verlaagt. Vennootschappen met een (aanzienlijk) eigen vermogen zullen hierdoor een fiscale stimulans kennen. Vennootschappen die kiezen voor het financieren via eigen vermogen zullen niet langer benadeeld worden in vergelijking met vennootschappen die via vreemd vermogen financieren.

Let op! Wel is het zo dat wanneer de vennootschap in een belastbaar tijdperk opteert voor de investeringsreserve, ze voor geen notionele intrestaftrek in aanmerking komt.  Dit voor dat belastbaar tijdperk evenals voor de twee daarop volgende belastbare tijdperken. Ook geniet ze geen notionele intrestaftrek wanneer de vennootschap kiest voor de investeringsaftrek van 4%.  Doch , tenzij het regime verlengd wordt, deze regeling komt ten einde eind 2015.  Kortom wil uw KMO-vennootschap nog een investering doen die in aanmerking kan komen voor de investeringsaftrek (en de notionele intrestaftrek brengt minder op omwille van bijvoorbeeld het beperkt eigen vermogen) dan doet uw vennootschap er goed aan nog voor het einde van dit jaar op tijd in actie te schieten …

Maar wat is op tijd? Het artikel 69 WIB 1992 stelt dat de investeringsaftrek in mindering komt van de winsten van het belastbaar tijdperk waarin het activum werd verkregen of tot stand gebracht.  Of anders gezegd vanaf het belastbaar tijdperk waarin het activum afschrijfbaar is (zie ComIB 68/17 en ComIB 61/84 en ComIB 61/85)

Maar hoeveel bedraagt de notionele intrestaftrek? De notionele interestaftrek bedraagt voor aanslagjaar 20161,63%. Dit percentage weerspiegelt de OLO-rentevoeten. Voor de kmo’s wordt dit percentage met 0,5% verhoogd tot 2,13%. De definitie van een kmo-vennootschap vinden we terug in art. 15 W.Venn (zie verder).

Een aftrek van het gehele eigen vermogen? Neen, het eigen vermogen zal mogelijk met een aantal zaken gecorrigeerd worden. Dit zijn o.a. financieel vaste activa, een onroerend goed waar de bedrijfsleider in woont, kapitalisatie-sicav’s, DBI-beveks, aandelen waar de DBI-aftrek van toepassing voor is, enz …

Let op een vennootschap die over een onvoldoende belastbare basis beschikt om deze notionele intrestaftrek te kunnen genieten, mag het verschil niet langer overdragen naar het volgende belastbare tijdperk (vroeger zelfs gedurende maximaal zeven jaren volgend op het jaar van de aftrek).   Enkel voor vennootschappen met een zogenaamde stock aan notionele intrestaftrek bestaat er een overgangsregeling, doch hierop gaan we verder niet in.

Wat met de KMO’s? Het tarief van de aftrek voor kmo’s zal ook 0,5% hoger bedragen dan voor andere vennootschappen. Een kmo is volgens art. 15 W.Venn. samengevat een vennootschap die voor het laatste en het voorlaatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50

jaaromzet (excl. btw): 7 300 000 EUR

balanstotaal: 3 650 000 EUR

Tenzij het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt.

Hoe deze grenzen juist berekend dienen te worden, vinden we terug in een advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN).  Meerbepaald in het advies van 19 mei 2010 (nr 2010/5).  Het ganse advies gaan we hier niet opnemen.  Dit kan u terug vinden op de website van de Commissie zelf (www.cnc-cbn.be).

De notionele intrestaftrek (aftrek voor risicokapitaal) komt meermaals in de actualiteit.  De berichtgeving is echter veelal negatief. Menig bedrijfsleider bekijkt en berekent reeds vandaag het vennootschapsbudget voor volgend jaar.  In deze onzeker tijden zeker geen overbodige luxe.  Hoe zullen enerzijds de inkomsten evolueren en anderzijds hoe zullen de kosten evolueren.  Naar goede gewoonte vermelden we hierbij het tarief notionele intrestaftrek waarmee u rekening kan houden voor volgend jaar (aanslagjaar 2016 – inkomstenjaar 2015).

Hierbij vindt u een overzicht van de tarieven sinds het ontstaan van de notionele intrestaftrek.  Het valt op dat de aftrek alsmaar lager wordt (ook voor volgend jaar is dat het geval, zie verder).  Weliswaar niet te verwonderen gezien deze aftrek gekoppeld is aan de OLO-rente die ook historisch laag staat.

Jaar Basis% KMO
Aj 2007 3,442% 3,942%
Aj 2008 3,781% 4,281%
Aj 2009 4,307% 4,807%
Aj 2010 4,473% 4,973%
Aj 2011 3,800% 4,300%
Aj 2012 3,425% 3,925%
Aj 2013 3,000% 3,500%
Aj 2014 2,742% 3,242%
Aj 2015 2,630% 3,130%
Aj 2016 1,63% 2,13 %

Met de huidige crisis en dus ook de kritsche houding van de financiële sector m.b.t. de kredietverlening is de notionele intrestaftrek zeker niet onbelangrijk.  Gaat de vennootschap haar eigen vermogen intact houden of eerder een dividend uitkeren ?  Zijn er investeringen gepland of niet onmiddellijk waarna de vennootschap de liquiditeiten gaat beleggen , enz …

De winsten aanhouden i.p.v.deze uit te keren zal mogelijk het gevolg zijn.  Hou er wel rekening mee dat bepaalde ‘beleggingen’ in de vennootschap een negatieve impact geeft naar de berekenisbasis van de notionele intrestaftrek (goud, juwelen, deelnemingen, DBI-beveks, sommige aandelen, enz …).

De jaarlijks terugkerende vraag is dan ook wat het tarief van de notionele intresfaftrek voor volgend jaar zal zijn ?  Het tarief was aanvankelijk het jaargemiddelde  van de door het Rentefonds maandelijks bekendgemaakte indexen J voor de staatsobligaties op 10 jaar.  (het betreft m.a.w. de OLO’s op 10 jaar) van het voorlaatste jaar dat het aanslagjaar voorafgaat, maar dat wijzigde echter n.a.v. de wet van 17 juni 2013.  Enkel de maanden juli, augustus en september zijn nog van belang.  Vermits deze percentages ondertussen gepubliceerd werden, kunnen we de notionele intrestaftrek dan ook berekenen.

De berekening van het tarief van de notionele intrestaftrek voor 2016 (aanslagjaar 2017) zal dus worden gebaseerd op de gemiddelde tarieven van de OLO op 10 jaar (index J) van het derde kwartaal van 2015.  En dus niet langer o.b.v. het gemiddelde van het volledige jaar zoals voorheen.

Concreet (bron : FSMA) is dit het gemiddelde van 1,054% (september 2015) en1,083%(augustus 2015) en 1,256% (juli 2015).  Of m.a.w. geeft dit een percentage van 1,131%.Dit resulteert in een tarief van de notionele intrestaftrek voor 2016 (Aj 2017) van 1,131% of 1,631% (+ 0,5% extra voor KMO’s)

Besluit

Het percentage wat de notionele intrestaftrek betreft zal voor volgend jaar (Aj 2017) hetzij 1,131% hetzij1,631% (voor de kmo’s)bedragen.