De notionele intrestaftrek voor 2015

notionele intrestaftrek

De notionele intrestaftrek (de correcte benaming is ‘de aftrek voor risicokapitaal’) betekent een fictieve intrestaftrek berekend op het eigen vermogen die ervoor zorgt dat de vennootschapsbelastingfactuur verlaagt. Vennootschappen met een (aanzienlijk) eigen vermogen zullen hierdoor een fiscale stimulans kennen. Vennootschappen die kiezen voor het financieren via eigen vermogen zullen fiscaal niet langer benadeeld worden in vergelijking met vennootschappen die via vreemd vermogen financieren.

Wel is het zo dat wanneer de vennootschap in een belastbaar tijdperk opteert voor de investeringsreserve, ze niet voor notionele intrestaftrek in aanmerking komt. Dit geldt voor dat belastbaar tijdperk evenals voor de twee daarop volgende belastbare tijdperken. Ook geniet ze van geen notionele intrestaftrek in 2014 of 2015 wanneer de vennootschap kiest voor de investeringsaftrek van 4%.

Hoeveel bedraagt de aftrek?

De notionele interestaftrek bedraagt voor aanslagjaar 2015 2,63%. Dit percentage weerspiegelt de OLO-rentevoeten. Voor de kmo’s wordt dit percentage met 0,5% verhoogd tot 3,13%. De definitie van een kmo-vennootschap vinden we terug in art. 15 W.Venn. (zie verder).

Een aftrek van het gehele eigen vermogen?

Neen, het eigen vermogen zal mogelijk met een aantal zaken gecorrigeerd worden. Dit zijn o.a. financieel vaste activa, een onroerend goed waar de bedrijfsleider in woont, kapitalisatie-sicav’s, DBI-beveks, aandelen waar de DBI-aftrek van toepassing voor is, …

Let op, een vennootschap die over een onvoldoende belastbare basis beschikt om van deze notionele intrestaftrek te kunnen genieten, mag het verschil niet langer overdragen naar het volgende belastbare tijdperk (vroeger zelfs gedurende maximaal zeven jaren volgend op het jaar van de aftrek).   Enkel voor vennootschappen met een zogenaamde stock aan notionele intrestaftrek bestaat er een overgangsregeling, doch hierop gaan we verder niet in.

Wat met de kmo’s?

Het tarief van de aftrek voor kmo’s zal ook 0,5% hoger bedragen dan voor andere vennootschappen. Een kmo is volgens art. 15 W.Venn. samengevat een vennootschap die voor het laatste en het voorlaatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50

jaaromzet (excl. btw): 7 300 000 EUR

balanstotaal: 3 650 000 EUR

Tenzij het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt.

Hoe deze grenzen juist berekend dienen te worden, vinden we terug in een advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN). Meer bepaald in het advies van 19 mei 2010 (nr 2010/5). Het ganse advies gaan we hier niet opnemen. Dit kan u terugvinden op de website van de Commissie zelf (www.cnc-cbn.be).

De notionele intrestaftrek (aftrek voor risicokapitaal) komt vaak in de actualiteit. De berichtgeving is echter veelal negatief.  Menig bedrijfsleider bekijkt en berekent reeds vandaag het vennootschapsbudget voor volgend jaar.  In deze onzekere tijden is dit helemaal geen overbodige luxe. Hoe zullen enerzijds de inkomsten evolueren en anderzijds hoe zullen de kosten evolueren. Naar goede gewoonte vermelden we hierbij het tarief notionele intrestaftrek waarmee u rekening kan houden voor volgend jaar (aanslagjaar 2016 – inkomstenjaar 2015).

Hierbij vindt u een overzicht (bron Kluwer) van de tarieven sinds het ontstaan van de notionele intrestaftrek.  Het valt op dat de aftrek alsmaar lager wordt (ook voor volgend jaar is dat het geval, zie verder).  Weliswaar niet te verwonderen gezien deze aftrek gekoppeld is aan de OLO-rente die ook historisch laag staat.

Jaar Basis% KMO
Aj 2007 3,442% 3,942%
Aj 2008 3,781% 4,281%
Aj 2009 4,307% 4,807%
Aj 2010 4,473% 4,973%
Aj 2011 3,800% 4,300%
Aj 2012 3,425% 3,925%
Aj 2013 3,000% 3,500%
Aj 2014 2,742% 3,242%
Aj 2015 2,630% 3,130%

Met de huidige crisis en dus ook de kritische houding van de financiële sector m.b.t. de kredietverlening is de notionele intrestaftrek zeker niet onbelangrijk. Gaat de vennootschap haar eigen vermogen intact houden of eerder een dividend uitkeren? Zijn er investeringen gepland of niet onmiddellijk waarna de vennootschap de liquiditeiten gaat beleggen, …

De winsten aanhouden i.p.v. deze uit te keren zal mogelijk het gevolg zijn. Houd er wel rekening mee dat bepaalde ‘beleggingen’ in de vennootschap een negatieve impact geven naar de berekeningsbasis van de notionele intrestaftrek (goud, juwelen, deelnemingen, DBI-beveks, sommige aandelen, …).

De jaarlijks terugkerende vraag is dan ook wat het tarief van de notionele intrestaftrek voor volgend jaar zal zijn? Het tarief was aanvankelijk het jaargemiddelde van de door het Rentefonds maandelijks bekendgemaakte indexen J voor de staatsobligaties op 10 jaar. Het betreft m.a.w. de OLO’s op 10 jaar van het voorlaatste jaar dat het aanslagjaar voorafgaat, maar dat wijzigde echter n.a.v. de wet van 17 juni 2013. Enkel de maanden juli, augustus en september zijn nog van belang. Vermits deze percentages ondertussen gepubliceerd werden, kunnen we de notionele intrestaftrek dan ook berekenen, alhoewel …

Gezien het belang vermelden we het ganse wetsartikel :

Artikel 205quater WIB 1992

  • 1. De aftrek voor risico-kapitaal is gelijk aan het overeenkomstig artikel 205ter bepaalde risicokapitaal vermenigvuldigd met een tarief dat in de volgende paragrafen wordt bepaald.
  • 2. Het toe te passen tarief is gelijk aan het gemiddelde van de referte-indexen J met betrekking tot de lineaire obligatie 10 jaar van de maanden juli, augustus en september van het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd. Deze indexen worden door het Rentenfonds bekendgemaakt, zoals bedoeld in artikel 9, § 1, van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet.
    § 3. Het toe te passen tarief om het bedrag van de in artikel 205bis bedoelde aftrek voor risicokapitaal te bepalen, mag voor elk in § 2 bedoeld aanslagjaar, niet meer dan één percentpunt afwijken van het tarief dat voor het vorige aanslagjaar werd toegepast.
  • 4. De Koning kan, bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld besluit, beslissen de in § 3, bedoelde begrenzing niet toe te passen en buiten die begrenzing een ander tarief vastleggen om het bedrag van de aftrek voor risicokapitaal te bepalen, maar beperkt tot het tarief dat overeenstemt met de in § 2 vermelde referte-index J voor het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.
  • 5. Het overeenkomstig de §§ 2 tot 4 bepaalde tarief mag niet meer dan 3 pct. bedragen.
  • 6. Ten name van de vennootschappen die op grond van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de aftrek voor risicokapitaal wordt genoten, wordt het overeenkomstig de §§ 2 tot 5 bepaalde tarief verhoogd met een half procentpunt.
  • 7. De Koning bepaalt, bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld besluit, de regels voor de berekening van de aftrek voor risicokapitaal voor het eerste belastbare tijdperk van een vennootschap en wanneer het belastbare tijdperk langer of korter is dan twaalf maanden.

De berekening van het tarief van de notionele intrestaftrek voor 2015 (aanslagjaar 2016) zal dus worden gebaseerd op de gemiddelde tarieven van de OLO op 10 jaar (index J) van het derde kwartaal van 2014. En dus niet langer o.b.v. het gemiddelde van het volledige jaar zoals voorheen.

Concreet (bron: fsma) is dit het gemiddelde van 1,35% (september) en 1,578% (augustus) en 1,757% (juli). Of m.a.w. geeft dit een percentage van 1,562%. Dit resulteert in een tarief van de notionele intrestaftrek voor 2015 van 1,562% of 2,062 (+ 0,5% extra voor kmo’s)

Maar …

In het vernoemde wetsartikel staat nog meer. Enerzijds mag het tarief niet meer bedragen dan 3%, wat hier duidelijk niet het geval is. Anderzijds staat er ook in vermeld dat ‘… mag voor elk in § 2 bedoeld aanslagjaar, niet meer dan één percentpunt afwijken van het tarief dat voor het vorige aanslagjaar werd toegepast.”

En hier is er wel een ‘probleem’. Het basistarief van dit jaar (aanslagjaar 2015, inkomstenjaar 2014) bedraagt immers 2,630%. En nu is er wel een verschil van meer dan 1% (2,630% – 1,562% = 1,068%).  M.a.w. volgens het wetsartikel zou het basistarief voor volgend jaar dan ook 1,630% dienen te bedragen en dus niet 1,562%. Maar de wetgever heeft wel voorzien dat er d.m.v. een Koninklijk Besluit van kan worden afgeweken. Gezien de budgettaire krapte is dit zeker niet uit te sluiten.

Besluit

Het percentage wat de notionele intrestaftrek betreft, zal voor volgend jaar (Aj 2016) hetzij 1,562% (of 2,062% voor de kmo’s) bedragen wanneer er via een Koninklijk Besluit toe beslist zou worden. Zo niet bedraagt het basistarief 1,630% (of 2,130% voor de kmo’s). Het is dus afwachten geblazen wat het finaal zal worden, maar één ding is zeker. Het percentage zal aanzienlijk lager zijn dan voorheen of anders gezegd, historisch gezien het laagste sinds het ontstaan van de notionele intrestaftrek



Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen Tip.