De nieuwe Vlaamse woonbonus

vlaamse woonbonus

De Vlaamse woonbonus zal vanaf volgend jaar wederom wijzigen.  De wijzigingen zijn ingrijpend, vandaar een kort overzicht.  Hou er wel rekening mee dat de wijzigingen nog dienen gestemd te worden in het Parlement (ontwerp van Programmadecreet ingediend op 26 oktober 2015 – Parl.St. Vlaams Parlement (2015-2016) – nr. 1,544/001), maar naar verluidt zal dit ook gebeuren.

Vermits de woonbonus, het lange termijn sparen en de gewone interestvermindering vanaf 2016 zullen verdwijnen, waarna er dan ook nog maar één enkele belastingvermindering nl de woonbonus overblijft, wordt deze woonbonus omgedoopt tot de ‘geïntegreerde woonbonus’ (zie verder).

Achterliggend motivatie van de wijzigingen …

Het was reeds vroeger duidelijk dat in een aantal gevallen de tweede woning (vanaf 2015) fiscaal meer aangemoedigd wordt/werd dan de ‘enige eigen woning’.  De Vlaamse regering heeft hieraan nu willen verhelpen.

Wat wijzigt er ?

Belangrijk te vermelden is dat de wijzigingen enkel van belang zullen zijn voor kredieten afgesloten vanaf 1 januari 2016.

Voor kredieten, afgesloten vanaf 1 januari 2016 wordt er in Vlaanderen niet langer een onderscheid gemaakt tussen de eerste en de tweede,enz … (eigen) woning.  Opgelet herfinancieringsleningen blijven de fiscale gevolgen ondergaan van de oorspronkelijke lening. Of anders gezegd een hypothecaire lening van 2015 herfinancieren in 2016 zal de fiscale kenmerken blijven ondergaan van de regelgeving van 2015.  Dit is niet nieuw.

De regel is vooralsnog dat wie reeds een woning bezit (behoudens enkele uitzonderingen) niet bijkomend voor de Vlaamse woonbonus in aanmerking komt.  De zogenaamde gewone intrestvermindering en het Vlaams langetermijnsparen zijn echter wel mogelijk.  En hiermee komen we nu net aan het probleem waarbij de eigen woning mogelijk minder fiscaal voordeel geniet door de woonbonus.

De woonbonus geniet een fiscale besparing van 40% (+gemeentebelasting) op 1.520 euro ofwel 608 euro.  Het Vlaams langetermijnsparen daarentegen levert een voordeel op van 30% (+ gemeentebelasting) op (maximaal) 2.280 euro ofwel 684 euro.  Bijkomend geven de intresten nog een besparing van 40%.Maar dit zal tot het verleden gaan behoren want voor leningen, die worden afgesloten vanaf 1 januari 2016, zal het niet langer een verschil uitmaken of men al dan niet reeds eigenaar is van een tweede (of meerdere) woning.  De lening, die werd afgesloten, voor de eigen woning zal enkel de woonbonus kunnen genieten.

Bijkomend zullen de Vlaamse belastingverminderingen voor het langetermijnsparen en voor de ‘gewone’ interesten verdwijnen. 

M.a.w. voor kredieten afgesloten vanaf 1 januari 2016 is de voorwaarde van ‘enige’ woning niet langer aan de orde.

Maar opgelet, want de hoogte van het bedrag dat voor de woonbonus in aanmerking kan komen, zal echter wel nog bepaald worden door het begrip ‘enige’ (woning).

Het basisbedrag van dew oonbonus (1.520 euro) wordt voor de eerste tien jaar verhoogd met 760 euro en/of 80 euro (voor wie drie of meer kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de lening werd afgesloten).  Deze twee verhogingen, beperkt in de tijd nl tien jaar, vervallen definitief wanneer de eigen woning niet langer de enige woning is en blijft op 31 december van het jaar waarin de lening werd afgesloten (behoudens uitzonderingen). Of anders verwoord de verhoging van zowel de 760 euro als de 80 euro zijn niet aan de orde of vervallen definitief vanaf het jaar waarin men volle eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker wordt van een tweede woning. Later een blote eigendom verwerven is echter dan weer geen probleem.

Het moment van beoordeling of de woning de ‘eigen’ woning is, wijzigt ook.  Voor kredieten tot eind 2015 is het immers zo dat het beoordelingsmoment éénmalig dient te gebeuren, nl op 31 december van het leningsjaar (behoudens enkele uitzonderingen waarna het beoordelingsmoment uitgesteld kon worden nl tot 31 december van het tweede jaar volgend op het leningsjaar).

En ook dit wijzigt nu …  Voor kredieten, afgesloten vanaf 1 januari 2016, zal onderzocht dienen te worden of de woning voldoet aan het karakter van ‘eigen’ woning telkens op datum van de gemaakte uitgaven (dit zijn de intresten, het kapitaal en de schuldsaldoverzekering). M.a.w. het éénmalige beoordelingsmoment wordt geschrapt.

Ook wordt er verder voorzien in twee nieuwe fiscale ficties. 

  • De eerste fictie betreft een niet-onbelangrijke wijziging wat de hypotheekoverdracht betreft.

Wie een oude lening via de techniek van hypotheekoverdracht (pandwissel) overzet van de verkochte woning naar een andere woning, die wordt aangekocht, blijft de alle fiscale gevolgen van de oude lening ondergaan.  De lening wordt immers behouden , enkel de waarborg wijzigt.  Maar hier was wel een probleem.  Alle gemaakte uitgaven van deze oude lening hebben immers niet langer betrekking hebben op deze eerste eigen woning.  De woning waarvoor die lening oorspronkelijk werd afgesloten is immers verkocht.  Het gevolg is dan ook dat de voortaan gemaakte uitgaven dan ook niet langer in aanmerking komen voor (oa) de Vlaamse woonbonus maar wel voor de federale fiscale voordelen. Dit werd immers reeds langer geleden bevestigd in een parlementaire vraag en werd opgenomen in de desbetreffende administratieve circulaires.

Op zich hoeft/hoefde dit geen probleem te zijn, maar dit wijzigt wel voor kredieten afgesloten vanaf 1 januari 2016.  Want dan zal het niet langer mogelijk zijn het verlies van de Vlaamse woonbonus (krediten van voor 1 januari 2014) te wijzigen in de federale woonbonus.  Eén van de voorwaarden is immers dat de oude lening betrekking heeft op een woning die vóór 31 december januari 2015 (!) verkocht wordt.  Het jammerlijke gevolg is dan ook dat de federale woonbonus niet in de plaats zal komen, maar wel het federaal langetermijnsparen(bijkomend komt de aftrek van de betaalde interesten ook te vervallen). Financieel is dit niet te onderschatten want dit kan, per belastingplichtige, een daling betekenen van 50% (excl gemeentebelastingen) x 2.280 euro (1.140 euro ) naar 30% (excl gemeentebelastingen) x 2.260 euro (678 euro).  Voor een koppel al vrij snel meer dan 900 euro per jaar !

Dit euvel zal aangepakt worden.  Voortaan zal er gewerkt worden met een vorm van fiscale fictie.  De oude lening, die overgezet wordt d.m.v. de techniek van de hypotheekoverdracht, zal fiscaal geacht worden te zijn afgesloten voor de nieuwe woning. Het gevolgs is dan ook dat de oorspronkelijke lening in aanmerking zal blijven komen voor de Vlaamse woonbonus.

  • De tweede fiscale fictie dient een zekerheid te bieden wat de zogenaamde zorgwoningen betreft.

Wie zijn/haar woning omvormt tot een zogenaamde zorgwoning (het begrip ‘zorgwoning’ heeft dezelfde invulling als de definitie die aan zorgwonen wordt gegeven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening , cfr ontwerp pagina 30) dan worden de personen die zich in die zorgwoning vestigen geacht deel uit te maken van zijn/haar gezin.  Dit geeft dan weer het gevolg dat de betaalde uitgaven (intresten, kapitaalen schuldsaldoverzekering) niet dienen opgesplitst te worden in een Vlaams en federaal gedeelte (wat nu wel het geval is). Voor kredieten afgesloten vanaf 1 januari 2016 zal de totaliteit van de gemaakte uitgaven in aanmerking komen voor de Vlaamse woonbonus. Maar opgelet, deze tweede fiscale fictie zal evenzeer gelden voor de leningen die eerder reeds werden afgesloten nl dus ook voor de leningen afgesloten van vóór 1 januari 2016.  Een verschil dus met de eerste fiscale fictie.

Ook wat de combinatiemogelijkheden betreft, wijzigt er bijkomend iets.

Wie vanaf 1 januari 2016 een lening afsluit voor zijn eigen woning en deze lening komt in aanmerking komt voor de nieuwe Vlaamse (geïntegreerde) woonbonus terwijl voor deze woning nog een lening, afgesloten vóór 1 januari 2016, loopt die fiscaal  in aanmerking komt voor de Vlaamsewoonbonus, de gewone intrestvermindering, de bijkomende intrestvermindering, het langetermijnsparen of het bouwsparen, zaleen definitieve, onherroepelijke en bindende keuze moeten maken tussen hetzij de fiscale regeling van vóór 1 januari 2016 hetzij de nieuwe fiscale regeling van vanaf 2016.  Let wel wie in het jaar van de nieuwe lening de keuze maakt de ‘oude’ fiscale voordelen te willen blijven genieten,  behoudt wel de mogelijkheid later alsnog over te stappen naar de ‘nieuwe’ woonbonus.  Maar het jaar van de overstap zijn wel enkel de verminderingen van het ‘nieuwe’stelsel van toepassing.

Deze combinatiemogelijkheid mag u wel verwarren met de reeds eerdere afschaffing van een combinatiemogelijkheid.  Sloot men een lening af vanaf 1 januari 2015 (!) dan was het in Vlaanderen reeds niet langer mogelijk voor deze lening de fiscale voordelen van de oude fiscale belastingverminderingen (nl het bouwsparen en de bijkomende intrestaftrek) te genieten wanneer er nog een lening liep die daar wel recht op gaf (leningen afgesloten vóór 1 januari 2005).  De praktijk leert echter dat dit zelden gebeurde, want de woonbonus was immers fiscaal veel lucratiever.