Regelmatig worden er tijdens het uitoefenen van het beroep bepaalde activa verkocht.  Dit behoort immers tot de courante ‘business’.  Menig abonnee stelt regelmatig vragen over de belastingdruk op deze meerwaarde.  Belasten of bestaat er een beter alternatief ?

De meerwaarde die gerealiseerd wordt n.a.v. de verkoop van een bedrijfsmiddel wordt belast.  Dit is de evidentie zelf.  Het bedrijfsmiddel werd immers ook afgeschreven.

De wijze van belasting op deze meerwaarde hangt af van een aantal factoren.  Is het een vennootschap die de meerwaarde realiseert of betreft het een zogenaamde éénmanszaak (onderneming of vrij beroep).  Verder bekijken we de verschillen en de mogelijkheden.  Ook het verschil tussen beide wordt a.d.h.v. een voorbeeld toegelicht (we maken wel abstractie met de kosten van vervreemding).

Eénmanszaak. 

We nemen het voorbeeld van een ondernemer die in het jaar 1990 een onroerend goed (dat volledig beroepsmatig wordt gebruikt) aangekocht voor 200.000 EUR (150.000 gebouw + 50.000 grond).  Het gebouw werd/wordt afgeschreven  over 20 jaar.  Vandaag merkt hij dat het gebouw te klein is geworden.  De beslissing om te verkopen wordt dan ook genomen.  Het gebouw wordt verkocht voor 480.000 euro.  Dit stemt overeen met een jaarlijkse toename van 5%.   Meerwaarde : Boekwaarde :  50.000 (grond) + (150.000 x 10%) = 65.000  EURVerkoopprijs :  480.000 EURMeerwaarde 480.000-65.000=415.000 EUR 

Belastingdruk ? 

Gezien het onroerend goed vrijwillig wordt verkocht en reeds meer dan vijf jaar voor de beroepswerkzaamheid werd gebruikt is er een keuze.

 

Ofwel kiest de belastingplichtige voor een onmiddellijke taxatie van 16,5% (te verhogen met gemeentebelasting – stel 7%).  In dit voorbeeld bedraagt dit 73.268 euro.Ofwel opteert de belastingplichtige voor een spreiding.  Dit weliswaar mits een aantal voorwaarden te respecteren.  De verkoopwaarde (en niet de meerwaarde) moet geherinvesteerd worden in afschrijfbare activa. 

 

Stel dat er enkel wordt geherinvesteerd in een ander onroerend goed dan dient er een bedrag van 480.000 euro te worden geherinvesteerd in ‘bakstenen’.  De grond dus niet.  Noot Er kan echter geherinvesteerd worden in meerdere activa.  M.a.w. het hoeft niet beperkt te worden tot één actief.  De spreiding van de meerwaarde verloopt over dezelfde duur dan de afschrijvingsduur waarin werd geherinvesteerd.  Stel het ‘nieuwe’ onroerend goed wordt afgeschreven over een looptijd van 20 jaar.  Dit betekent dat de meerwaarde van 415.000 euro over een looptijd van 20 jaar dient te worden aangegeven.  Jaarlijks wordt er dus 20.750 euro bij de belastbare beroepsinkomsten bijgeteld.  Dit wordt mogelijk marginaal belast, m.a.w. aan een tarief van 50% (te verhogen met gemeentebelasting) bedraagt dit 11.101 euro en dit voor de volgende 20 jaar.  Als we dit actualiseren m.a.w. de ganse belastingdruk wordt berekend op het huidige ogenblik (rente 5%) dan bekomen we tot een afgerond bedrag van 138.000 euro. 

Mogelijk moeten er ook nog sociale zekerheidsbijdragen op betaald worden.  Bij een onmiddellijke taxatie is dit probleem er ook, doch veelal theoretisch gezien we onmiddellijk het maximum, waarop sociale zekerheidsbijdragen berekend worden, bereiken. 

Vennootschap. 

Bij een vennootschap is het overwegend beter te opteren voor een spreiding.  Een vennootschap betaalt immers onmiddellijk de belastingdruk (33,99%) ofwel gespreid (mogelijk het verlaagd tarief).  Een vennootschap kent m.a.w. geen apart tarief van 16,5% belasting.  Ook dient de vennootschap de verkoopwaarde te herinvesteren in afschrijfbare activa.  Tip er kan ook worden geherinvesteerd in een zakelijk recht, bv. een  vruchtgebruik.  Het aspect van de grond is hier niet van toepassing.  Wel opletten dat de herinvesteringstermijn voor een zakelijk recht geen vijf jaar bedraagt maar wel drie jaar. 

Zelfde oefening als daarnet.  Ofwel onmiddellijk 33,99% VenB betalen (= 141.000 euro) ofwel gespreid over 20 jaar : 33,99% op 20.750 euro (= 7.053 euro).  Evenzeer geactualiseerd aan 5% bedraagt dit 87.895 euro.