U bent zelfstandige (ondernemer of vrij beroeper) of u werkt via een vennootschap en bepaalde beroepsmatig gebruikte activa worden verkocht.  De meerwaarde die hierop wordt gerealiseerd, is belastbaar.  Dit is de evidentie zelf.  Hierover hebben we vroeger in een aantal bijdragen reeds een aantal zaken belicht.  Toch blijven abonnees met vragen zitten.  We gaan hierop dan ook graag in. 

Techniek

Bij een vrijwillige verkoop van een activum, dat ook werd afgeschreven, wordt dikwijls een meerwaarde gerealiseerd. Indien het een activum betreft dat minder dan vijf jaar beroepsmatig werd aangewend dan wordt de meerwaarde in de personenbelasting progressief belast. 

In de vennootschap wordt dit sowieso ‘gewoon’ belast.  Indien het activum reeds meer dan vijf jaar beroepsmatig wordt aangewend dan zijn er mogelijkheden.  Ofwel wordt de meerwaarde belast aan 16,5% (te verhogen met gemeentenbelasting) in de personenbelasting of men kan opteren de meerwaarde gespreid te belasten.

Bij een gedwongen verkoop (bv onteigening) speelt de termijn van vijf jaar niet om gespreid te kunnen belasten. De herinvestering moet gebeuren binnen welbepaalde termijnen.  De verkoopwaarde van het activum moet geherinvesteerd worden binnen de drie jaar of vijf jaar in één of meerdere afschrijfbare activa (dus opgelet met grond). 

De meerwaarde wordt dan gespreid belast over een aantal jaren in functie waarin geherinvesteerd werd.  De afschrijvingsduur van de herinvestering  bepaalt m.a.w. de spreiding van de meerwaarde.  Het is ook een ‘alles of niets’ systeem.  De volledige verkoopwaarde moet geherinvesteerd worden.  M.a.w. één euro te weinig geeft een probleem. 

 

Wat gebeurt er nu wanneer de vennootschap die ‘nieuwe’ machine in jaar drie verkoopt ? Het nog niet belaste saldo van de gespreide belastbare meerwaarde (60%) wordt dan onmiddellijk belastbaar.  Een nieuwe investering doen, zal hieraan niets verhelpen.  Toch heeft de belastingplichtige nog een financieel voordeel genieten.  Er werd genoten van een uitstel in de tijd (inflatie) en er zijn ook geen nalatigheidsintresten verschuldigd. 

Ook de notionele intrestaftrek heeft er wel bij gevaren.  En indien later het tarief vennootschapsbelasting verder zou dalen dan komt dit hier ook goed uit (in het verleden reeds gebeurd n.a.v. de daling van 40,17% naar 33,99%).

 

Het blijft echter toch belangrijk de keuze van de herinvesteringen goed te plannen.  Herinvesteert men in meerdere activa en kan men kiezen dan verdient het de voorkeur die activa aan te wijzen waar de kans op verkoop binnen de herinvesteringstermijn het kleinst is.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Estate planning.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Vastgoedrecht.