Het Hof van Cassatie dd 22 mei 2015 heeft een belangrijk arrest geveld.  Het handelde over de fiscale gevolgen van zgn. onrechtmatig verkregen bewijs.

Mag de fiscus zulk een bewijs inroepen nl een bewijs dat vergaard werd waarbij onregelmatigheden zich hebben voorgedaan.

Het Hof van Cassatie oordeelde recent dat dit niet altijd per definitie het geval is.  Enkel kan zulk onregelmatig verkregen bewijs geweerd worden indien deze bewijsmiddelen verkregen werden op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht dat dit gebruik onder alle omstandigheden als ontoelaatbaar moet worden geacht, of indien dit gebruik het recht van de belastingplichtige op een eerlijk proces in het gedrang brengt (aldus Cassatie). Het zal voortaan aan de rechters toekomen om dit te beordelen waarbij zij een belangenafweging moeten maken.

De uitspraak van Cassatie gaat terug naar een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te  Antwerpen (Rb Antwerpen 4 maart 2011) waarbij de fiscus in de fout ging.  Zij had een vraag om inlichtingen (aangaande intracommunautaire listing) aan de Portugese fiscus verstuurd door de BBI.  Doch de BBI was hiervoor niet bevoegd.  M.b.t. de BTW is dit de Centrale eenheid voor de internationale samenwerking (CLO).De rechtbank te Antwerpen (en Hof van Beroep te Antwerpen (Antwerpen 9 oktober 2012)) had daar echter geen problemen mee en stelde dat de inlichtingen ontvangen van de Portugese fiscus niet dienden te worden geweerd als bewijs.

Onregelmatig verkregen bewijs hoeft dan ook  niet geweerd te worden tenzij in de volgende drie gevallen :

  • er is een schending van een op straffe van nietigheid voorgeschreven procedureregel,
  • de begane onrechtmatigheid heeft de betrouwbaarheid van het bewijs aangetast,
  • het gebruik van het bewijs is in strijd met het recht op een eerlijk proces,

Waarbij de feitenrechter zelf een belangenafweging moet maken of dit al dan niet het geval is (punten twee en drie).

Uiteindelijk moet het Hof van Cassatie zich hierover verder uitspreken.  Het Hof stelt hier dat “de fiscale wetgeving geen algemene bepaling bevat die het gebruik verbiedt van onrechtmatig verkregen bewijs voor het vaststellen van een belastingschuld en, zo daartoe gronden aanwezig zijn, voor het opleggen van een verhoging of een boete”. Van de drie hierboven vermelde criteria (tot het weren van bewijsstukken) stelt het Hof dat : “Behoudens wanneer de wetgever ter zake in bijzondere sancties voorziet, kan het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in fiscale zaken slechts worden geweerd indien de bewijsmiddelen verkregen zijn op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht dat dit gebruik onder alle omstandigheden als ontoelaatbaar moet worden geacht, of indien dit gebruik het recht van de belastingplichtige op een eerlijk proces in het gedrang brengt.”

Conclusie

Het verkrijgen van een bewijs op onrechtmatige wijze betekent dus niet dat de fiscus er sowieso geen gebruik mag van maken. Dit is duidelijk.  Het Hof van Cassatie oordeelt echter dat dit bewijs enkel in de drie (hierboven vermelde) gevallen moet worden geweerd. 

Let wel dat dit niet betekent dat de fiscus zowat zich alles zou kunnen veroorloven.  Dit is niet het geval, aldus de de Minister van Financiën (Integraal Verslag, Kamer, Plenaire vergadering, CRIV 54 PLEN 051, p. 20).  (Zie verder deze parlementaire vraag)

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen Tip.