De aftrek van kosten verbonden aan doeloverschrijdende handelingen

De fiscus heeft het niet begrepen op het verwerven van een onroerend goed via een patrimonium – of managementvennootschap. Dit geldt des te meer voor de gevallen waarbij wordt geopteerd om de vennootschap ‘slechts’ een vruchtgebruik te laten verwerven in plaats van de volle eigendom, teneinde de belastingheffing over de meerwaarde bij het einde van de afschrijving te vermijden.

Vooral als het gaat om onroerende goederen afgestemd op persoonlijk plezier (genre appartement aan zee), is de aandacht van de fiscus snel getrokken. De kosten van het onroerend goed kunnen dan immers fiscaal in mindering worden gebracht van de vennootschapswinst, terwijl de bedrijfsleider of vrije beroeper wordt belast op een beperkt voordeel van alle aard omwille van het gratis gebruik.

Zoals gezegd blijft ook de meerwaarde op het einde van de rit ingevolge de vruchtgebruikconstructie buiten schot. Kosten verbonden aan doeloverschrijdende handelingen niet aftrekbaar ? In haar strijd tegen dergelijke fiscale optimalisaties is de administratie geleidelijk van strategie veranderd. Waar aanvankelijk pogingen werden gedaan tot herkwalificatie van het vruchtgebruik in een vooruitbetaalde huur (met een belastingheffing aan de progressieve tarieven in hoofde van de blote eigenaar tot gevolg), is de nieuwste tendens de weigering van de aftrek van de kosten van de vennootschap op basis van artikel 49 WIB 92 (waarbij de bedrijfsleider wel worden belast op een voordeel van alle aard, maar de vennootschap de kosten niet in aftrek kan brengen).

Ter zake speelt het beginsel van de specialiteit van de rechtspersonen een rol. Dit beginsel impliceert op fiscaal vlak dat een vennootschap naar winst streeft binnen de grenzen van haar maatschappelijk doel. Bijgevolg zijn kosten die verband houden met handelingen die buiten dat maatschappelijk doel vallen, niet inherent aan de uitoefening van de beroepswerkzaamheid. Cassatierechtspraak Het hof van Cassatie is de fiscus hierin reeds meermaals gevolgd (vb. Cass., 12.06.2009). Volgens het Hof van Cassatie is een kost slechts aftrekbaar indien deze verband houdt met het beroep. De fiscus neemt de statutaire doelomschrijving van de vennootschap als maatstaf voor de beoordeling van het beroep. Indien de verwerving van het onroerend goed aldus niet strookt met de doelomschrijving, dan verwerpt zij de kosten verbonden aan het onroerend goed.

Het typevoorbeeld hier is de doelomschrijving van menige artsenvennootschap, die toelaat dat onroerende goederen worden verworven indien deze in verband staan met de uitoefening van de geneeskunde. De fiscus vindt dat appartementen aan zee geen uitstaans hebben met de uitoefening van de geneeskunde en zij verwerpt bijgevolg de aftrek van de kosten. Grondwettelijk Hof : legitieme eis? Om fiscaal aftrekbaar te zijn moet er een oorzakelijk verband zijn tussen de kosten en de opbrengsten. Het uitsluitend beroepsmatig karakter van een vennootschap impliceert niet dat al haar kosten per definitie aftrekbaar zijn. Kosten die zonder tegenprestatie worden gedaan of die worden gedragen in het belang van derden kunnen door de fiscus worden verworpen. Let hier wel op het samenspel tussen artikel 26 en 49 WIB 92. Bij een vennootschap vertaalt de band met de beroepswerkzaamheid zich in het feit dat de kosten inherent moeten zijn aan de uitoefening van de maatschappelijke activiteit (het maatschappelijk doel).

Volgens het Grondwettelijk Hof is dit een legitieme eis (Grondwettelijk Hof 26.11.2009, nr. 191/2009). De vraag naar discriminatie was gerezen naar aanleiding van de vaststelling dat de inkomsten altijd belastbaar zijn, ongeacht deze verband houden met het maatschappelijk doel, terwijl kosten dit alleen zouden zijn als ze wél verband houden met dit doel. Hierdoor wordt een belastingplichtige die kosten doet die verband houden met het maatschappelijk doel anders behandeld dan een belastingplichtige die kosten doet die geen verband houden met het maatschappelijk doel. Het Hof stelt dat de artikelen 49 en 183 WIB 92 het gelijkheidsbeginsel niet schenden, in zoverre de beroepskosten die niet noodzakelijkerwijs verband houden met de activiteit van de vennootschap of met het maatschappelijk doel ervan, niet aftrekbaar zijn. Gaat dit niet te ver ? Naar onze mening worden kosten veel te snel verworpen om reden dat ze verbonden zijn aan doeloverschrijdende handelingen.

Er moet immers worden opgelet dat de begrippen ‘middel’ en ‘doel’ niet worden verward. Een kost kan op het eerste zicht buiten het maatschappelijk doel vallen, maar wel een middel zijn op het doel te bereiken. Zo kan bijvoorbeeld een gratis ter beschikking gestelde woning een verloning uitmaken voor de bedrijfsleider. Het verwerven van een onroerend goed valt dan misschien wel buiten de omschrijving van het maatschappelijk doel, de vergoeding van de bedrijfsleider is wel een middel om het maatschappelijk doel te bereiken. Ook wordt aan de vennootschapsrechtelijke doelomschrijving een draagwijdte gegeven die zij niet heeft. De werkelijke beroepsactiviteit wordt vennootschapsrechtelijk immers niet noodzakelijk beperkt tot de bewoordingen van de statutaire doelomschrijving.

Wat kunnen we daar aan doen ? Wat er ook van zij, de evolutie van het standpunt van de administratie en de rechtspraak is wat ze is, en daarom treedt u maar best pro-actief op. Een degelijke doelomschrijving is een must en het belang van de verwerving van het onroerend goed wordt door de vennootschap best uiteengezet in een verslag van de raad van bestuur. Een goed opgebouwd dossier heeft sowieso (veel) meer kans op slagen. Hiervoor kan u uiteraard beroep doen op de gespecialiseerde diensten van ons kantoor.