//De aangifte in de Belgische successiebelasting.

De aangifte in de Belgische successiebelasting.

Hiernavolgend artikel bespreekt wat er allemaal komt kijken bij het opstellen van de aangifte in de successiebelasting wanneer een ingezetene, d.w.z. inwoner- van België ,overlijdt. 

De situatie van een niet-inwoner van België die overlijdt wordt ook besproken want ook in die situatie moet in België een successie- aangifte ingestuurd worden maar dan alleen wanneer de overledene één of meerdere onroerende goederen in België bezat. 

De bedoeling van de aangifte is dat hierin een juiste opgave en inzicht gegeven wordt over de samenstelling en waarde van de nalatenschap van de afgestorvene zodat de te belasten successie rechten berekend kunnen worden en ook opgegeven wordt wie gerechtigd of geroepen is een deel of geheel de nalatenschap te ontvangen, nadat hierop de successierechten berekend en betaald zijn. 

De aangifte moet bij afsterven binnen België ingestuurd worden binnen 5 maanden en ingeval het overlijden buiten België maar binnen Europa plaatsgevonden heeft is het formulier binnen 6 maanden in te sturen en ingeval van overlijden buiten Europa dan binnen de 7 maanden bij het Ontvangkantoor Successiebelastingen van de laatste woonplaats in België van de afgestorvene. Zijn er gewichtige redenen voor een verlenging, andere dan ruzie tussen de erfgenamen, dan kan dit aangevraagd worden bij de directeur- generaal van de BTW Registratie en Domeinen. 

Bij een niet- inwoner van België moet het aangifteformulier ingestuurd worden bij het Ontvangkantoor bevoegd voor de Belgische gemeente waar het hoogste kadastrale inkomen van het Belgisch onroerend goed bezit van de overledene ligt. 

De wet legt de verantwoordelijkheid en verplichting voor het (tijdig) insturen van de aangifte bij alle erfgenamen en eveneens bij diegenen die een algemeen legaat bij testament ontvangen hebben. 

De persoon die een bijzonder legaat ontvangt of de langstlevende echtgeno(o)t(e) of nu ook recent de formeel samenwonende partner- die het wettelijk vruchtgebruik ontvangt is niet verplicht de aangifte te doen. Dit is wel het geval- voor wat het “gemeenschappelijk” vermogen betreft als het huwelijkscontract een verblijvingsclausule bevat (“wie langst leeft, al heeft”). 

In de praktijk is het voldoende dat een van de erfgenamen het initiatief neemt de aangifte op te stellen en in te leveren en een volmacht hiervoor van de andere erfgenamen en de algemeen legataris krijgt. Deze volmacht moet meegestuurd worden. 

Uiteraard kan een Belgisch notaris ook de aangifte insturen onder zijn verantwoordelijkheid, maar het is toch goed te weten wat inhoudelijk in zo’n aangifte moet vermeld worden, zodat tijdig alle benodigde gegevens bij een te zoeken zijn 

Wat staat er nu in zo’n aangifte successie- rechten? 

We beginnen met te melden dat er geen bijzondere clausules of bewoordingen of volgorde moeten gebruikt worden. Gewoon duidelijk taalgebruik volstaat.

Eerst wordt gemeld plaats en datum van het overlijden van de afgestorvene, zijn juiste identiteit en woonplaats en of hij al dan niet getrouwd is of is geweest en of hij al dan niet een huwelijkscontract afgesloten had, waarna een opsomming te geven is van alle erfgenamen met adres alsook zij die een algemeen legaat ontvangen hebben alsook zij die een schenking ontvingen binnen de 3 jaar voorafgaande aan de datum van het overlijden en waarop geen schenkingsrechten betaald zijn geweest . 

De naam van de echtgenoot of diegene waarmee een formeel samenwoningcontract werd afgesloten dient ook opgegeven te worden. Ook zijn diegenen van de erfgenamen te vermelden die uitgesloten worden door een testament of andere contractuele bepalingen (cfr. door een “contractuele erfstelling bijvoorbeeld),  en  die de nalatenschap niet verworpen hebben (zie verder). 

Een lijst is dus mee te sturen van de naam van en het adres van deze voormelde personen alsook hun verwantschap met de overledene;

Daarenboven wat elk heeft te ontvangen van overledene en de wijze van ontvangst (in natura of in speciën/ geld. Dit noemt men de “weergave van de devolutie”, d.i. wat ieder te ontvangen heeft naargelang de wet dan wel volgens het laatste testament.  Vaak wordt aan de Notaris gevraagd het “ devolutie –attest op te stellen en hij kan ook nagaan of er geen laatste testament geregistreerd werd 

Zijn er aantoonbaar legaten of giften eerder gedaan, zonder hierop schenkingsrechten te betalen, dan moeten de zogeheten “reservataire erfgenamen” bevestigen of zij al dan niet de “inkorting”  zullen  opeisen, d.w.z. teruggave eisen van datgene dat de “reserve” overschreden heeft. 

Te vermelden is of de afgestorvene eveneens het vruchtgebruik van bepaalde goederen bezit en welker bezit vervalt door het overlijden; in dat geval moet gemeld worden wie de volledige eigendom verkrijgt. 

Er is ook te melden waarnaar en wie de briefwisseling m.b.t. de successieaangifte moet gestuurd worden. 

Het belangrijkste werkstuk en mee te sturen detail in de aangifte is de staat van het Actief en Passief, dat is een volledig overzicht opgeeft met waarde-opgave van de goederen en bezittingen van de overledene op datum van zijn overlijden en zijn schulden en verplichtingen. Belangrijk is dan ook – op basis van het al dan niet bestaande huwelijkscontract afzonderlijk en juist op te geven wat het zogeheten “gemeenschappelijk” vermogen is en welk deel tot zijn eigen vermogen behoorde! 

Dan wordt ten laatste het verschil gemaakt tussen Actief en Passief, eveneens rekening houdend met eventuele ontbindende of opschortende voorwaarden m.b.t. het bezit of schuld-dat is dus een positief- of negatief resultaat, dat geeft de “belastbare” grondslag. 

Als het resultaat negatief is, is wellicht best voor de erfgena(a)m(en) op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg een formulier van afstandverklaring in te vullen waardoor de successie verworpen of niet aangenomen wordt, omdat anders de erfgenaam of de legataris persoonlijk voor deze schuld(en) aansprakelijk blijft en aangesproken zal worden. 

Het is duidelijk dat vóór en na die dag dat het “afstandsformulier” op de rechtbank griffie getekend wordt, de betrokkene zich niets mag toe-eigenen van of beslissingen nemen m.b.t. de open gevallen nalatenschap omdat dit anders een daad van aanvaarding vormt van de erfenis, waarop niet terug te komen is. 

Er is dus een bijlage te maken waarin op de ene zijde het “Actief”, d.i. de bezittingen en vorderingen op de andere zijde “het Passief”, d.i. de schulden en verplichtingen die in geld uit te drukken zijn, waarover hierna wat meer uitleg volgt.

Het “actief”. 

Bevat de opsomming van bezittingen van de overledene op het ogenblik van het overlijden alsook andere zaken die hiermee gelijk te stellen zijn door de wet zoals: 

Zijn schenkingen binnen 3 jaar vóór het overlijden, waarop geen schenkingsrechten betaald worden. 

Opbrengst uit eventuele verkopen geïnd binnen 3 jaar voor het overlijden.

Eventuele bedingen en bepalingen van levensverzekeringen (zie verder). 

Al deze goederen moeten stuk voor stuk opgesomd en beschreven worden, want voormelde ontvangsten worden vermoed nog steeds aanwezig te zijn in de nalatenschap. 

Voor de onroerende goederen dient de sectie en het nummer van het kadaster opgegeven te worden; 

Wanneer er een verzekering tegen enig risico (brand etc.) opgenomen was, moet de maatschappij, het polisnummer en het verzekerd bedrag opgegeven worden. 

Ook moet er uitdrukkelijk bevestigd worden dat die risico’s niet elders (of buiten België) verzekerd waren. 

Als er (bij weten van de erfgenamen!) geen andere verzekeringen zijn dan moet zulks ook uitdrukkelijk vermeld worden. 

Best is alsdan dat als volgt te melden om later geen beschuldiging van fraude e.d. te krijgen: 

“Naar ons beste weten en na opzoeking, menen wij dat geen verdere verzekeringen bestaan dan ….” 

Als de erfgenamen kunnen bewijzen dat tussentijds- in de loop van de 3 jaar vóór het overlijden- meerdere goederen en of opbrengsten “opgemaakt” of “verbruikt” werden door de overledene moeten deze bewijzen bij de aangifte gevoegd worden. De bewering dat geld in

het “casino” verbrast of verloren werd moet afdoende bewezen worden en wordt in principe niet erkend tot bewijs van het tegendeel! [Onder toepassing van de anti-wit-was- wetgeving moeten casino’s etc.  recent meer  aanmelden en registreren]. 

Ook is op te geven de bedragen van levensverzekeringspolissen die worden uitgekeerd n.a.v. het overlijden ten voordele van de (huwelijks-) partner en kinderen of derden, want deze bedragen zijn een onderdeel van het te belasten “actief”.

Ook is hierin een onderdeel het bedrag van de (schuldsaldo-) verzekeringsuitkering dat gebruikt wordt voor de aflossing van een hypothecaire lening (cfr. Belang van het  huwelijksvermogensrecht: is er al dan niet een huwelijkscontract?). 

Is de begunstigde van de levensverzekering de echtgenoot en werd de premie betaald met “gemeenschappelijk geld dan moet de echtgeno(ot (e)  slechts 50 % van de verzekeringspolis opgeven. 

Te noteren is dat de uitkering van een “groepsverzekering” wordt vrijgesteld van successiebelastingen en slechts in de personenbelasting  tegen een lager  afzonderlijk tarief  te belasten is.

“Het passief”. 

Alle schulden ook de in te schatten alsnog te betalen belastingen- dienen vermeld te worden die de overledene had en die nog niet betaald werden, alsook de schulden ontstaan n.a.v. het overlijden. (bijv. hospitaal- begrafeniskosten, grafzerk, etc.). 

Op te geven zijn de naam, voornaam, woonplaats, aard van de schuld en de schuldeiser en de datum van de eventuele akte. 

Elke schuld dient gestaafd te worden met documenten of geschriften en pro rata temporis berekend te worden tot dag van het overlijden. Schulden waarvoor de overledene zich enkel borg stelde worden niet opgenomen in het passief, maar wel de contractueel overeengekomen uitkeringen tot levensonderhoud en alimentaties. 

Voor schulden lager dan 75 euro is dat niet vereist. 

Als de schulden gemeenschappelijk zijn met de echtgen(o)ot(e) dan is slechts 50 % van de schuld in het passief op te geven. 

Hieruit blijkt eens te meer het belang van het huwelijkscontract (cfr. Al dan niet “scheiding van goederen en belang van het gekozen huwelijks vermogensstelsel). 

Het voorgaande is naar “eer en geweten” op te stellen in alle eerlijkheid en volledigheid want bij een onjuiste aangifte wordt een boete en een verhoging van de successierechten opgelegd.

Als de aangifte tijdig ingestuurd is geweest, begint er een (verjarings-) termijn van 2 jaar te lopen, waarin de administratie de aangifte kan nakijken en of verbeteren en/ of betwistingen ter zake opstarten. 

Na die termijn is er verjaring en wordt niet meer hierop teruggekomen. Is er geen   of onvolledige aangifte gedaan dan is er respectievelijk pas verjaring na 10 dan wel 5 jaar! 

Deze   boeten  kunnen naderhand op verzoek eventueel verminderd worden door de administratie rekening houdende met de “goede trouw” van de betrokkene(n). 

De vermogens- waarde van de goederen moet geschat worden op datum van het overlijden en bij effecten is dat de laatst genoteerde (beurs)- koers [inclusief pro rata interesten, minus de belasting of voorheffingen] of gepubliceerd binnen 30 dagen na het overlijden of anders op basis van een vermogensopstelling door een erkend accountant of bedrijfsrevisor voor de waarde van aandelen voor een niet-beursgenoteerde onderneming. 

Bij twijfel kan er in gemeen overleg met het successierechtenkantoor een “schatter” aangesteld worden maar zijn kosten en ereloon zijn ten laste van de aanvrager. 

De schattingswaarde vastgesteld door deze aangestelde schatter is bindend voor de aanvrager en ook voor de Administratie en is niet vatbaar voor beroep. Dit kan dus een voordeel of een nadeel zijn.

Bijzondere eigendomsverhoudingen? 

Het eigendom van goederen kan gesplitst of verdeeld zijn over meerdere personen (cfr. Onverdeeldheid van het bezit) en of meerdere niveaus hebben zoals het vruchtgebruik en de “naakte of “blote” eigendom. 

Wanneer de nalatenschap goederen bezit in naakte eigendom, dan moet eerst de waarde van het goed in volle eigendom geschat worden. Hiervan wordt de waarde van het vruchtgebruik afgetrokken. 

Dus wordt de waarde in “naakte” eigendom bepaald door diegene die het vruchtgebruik heeft en deze waarde wordt berekend op basis van leeftijd van de vruchtgebruiker volgens de overeenkomstige coëfficiënt vermeld in de Wetboek registratierechten. (Art. 21 WB Reg. Rechten). 

Hoe jonger die persoon (de vruchtgebruiker) is, hoe langer zal het duren eer de naakte eigendom naar volle 100 % eigendom kan / zal omgezet worden en hoe lager bijgevolg de waarde van de naakte eigendom zal zijn. 

Uiteraard is er ook rekening te houden of er eventueel contractueel een termijn gezet is op het vruchtgebruik! Dit gebeurd meer en meer bij de recente trend naar aankoop van het

vruchtgebruik van onroerend goed voor een bepaalde periode door een Belgische onderneming veelal de management – of  patrimonium Vennootschap van de betrokkene(n). 

De waarde van de naakte eigendom is dan –zoals gesteld- het verschil tussen de waarde  van de  volle eigendom (op datum van overlijden) en de  waarde vruchtgebruik (op datum van overlijden). 

Bij het begin van dit artikel hebben we genoteerd dat ook n.a.v. het overlijden van Niet-Inwoners van België een aangifte successiebelasting op te stellen en in te sturen was, maar enkel wanneer in België onroerende goederen in eigendom aangehouden werd. 

Alsdan is enkel de bruto-waarde van dat of die onroerende goed(eren) op te geven, want eventuele hierop rustende schulden mogen niet in aftrek genomen worden, hetgeen uiteraard

een ongunstige zaak is, want de op te geven marktwaarde is hoger, als de erop rustende schulden niet verrekend mogen worden! 

Daarenboven is te noteren dat in de successieaangifte   in Vlaanderen er een duidelijk onderscheid is te maken tussen de opgave van het actief en passief m.b.t. onroerende goederen en het actief en passief m.b.t. de andere goederen. Er zijn ter zake twee lijsten op te maken. 

Zoals we weten worden deze beide categorieën ingeval vererfd wordt tussen echtenoten en in rechtse lijn, d.i. kinderen, kleinkinderen, afzonderlijk in het Vlaamse Gewest belast tegen de tarieven successierechten, die verschillen naargelang de overledene zijn laatste woonplaats had in het Vlaamse, Waalse, respectievelijk Brusselse Gewest, die ieder hun eigen tarieven kennen, want de successie rechten zijn een eigen bevoegdheid  van de Gewesten. 

Het zijn deze tarieven die toegepast worden op het positief verschil tussen voormeld actief en passief m.b.t. de onroerende goederen en afzonderlijk “overige goederen”, waarna we berekenen kunnen hoeveel successierechten te betalen zijn en om te delen over de respectievelijke erfgenamen en legatarissen. Bij vererving in de zijlijn is er geen afzonderlijke staat Actief en Passief op te stellen en wordt roerend-en onroerend erfdeel bijeengesteld. 

Hoe een goede tijdige planning en organisatie de hoogte van deze successierechten kunnen verlagen, vormt weer het onderwerp van een andere bespreking! 

Ons advies is ook om reeds bij leven U administratief zodanig te organiseren en reeds documentatie op te stellen die nabestaanden in staat stellen om voormelde gegevens tijdig bijeen te zoeken!

2008-02-24T23:06:21+00:00
Dinsdag 19 december  2017 - 11:00u

Gratis Seminar: Bulgarije, Ster in Europa

In een handomdraai krijgt u een overzicht van de mogelijkheden in Bulgarije en de belangrijkste componenten voor ondernemers:
  • 10% personenbelasting
  • 10% vennootschapsbelasting
  • 10%, de loonkost bedraagt slechts 10% van een gemiddeld Belgisch/Nederlands loon
JA, IK WIL ME INSCHRIJVEN

De 112 Meest Begeerde Fiscale Tips - Editie 2017


Voor al wie belastingontwijking een mensenrecht vindt, 112 haalbare en praktische fiscale tips 
GRATIS INKIJKEXEMPLAAR
Click Me