Crombez heeft zijn bazooka!

De ‘oude’ antimisbruikbepaling (art 344 § 1 WIB 1992) voldeed niet voor de Administratie. Maar ondertussen heft het vernieuwde artikel het daglicht gezien (zie art. 167, art. 168 en art. 169 Programmawet (I) van 29 maart 2012 (B.S. dd 6 april 2012, ed. 3, p. 22143 en de Circulaire Ci.RH.81/616.207 (AFZ 3/2012 – AAF 17/2012 – AAPD 4/2012) dd. 04.05.2012).

De toenmalig bestaande antimisbruikbepaling bleek moeilijk toepasbaar te zijn voor de Administratie. Het was immers de juridische herkwalificatie van een akte (of afzonderlijke akten die eenzelfde verrichting tot stand brengen) die ervoor moest zorgen dat deze akte gelijkaardige juridische gevolgen had. Niet gemakkelijk want bepaalde rechtspraak stelde immers bijvoorbeeld dat een vruchtgebruik niet te herkwalificeren is in een huur.

Het nieuwe art 344 § 1 WIB 1992 stelt :

"§ 1. Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer de administratie door vermoedens of andere in artikel 340 bedoelde bewijsmiddelen en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.

Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige middels de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :

1° een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst; of

2° een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel voorzien door een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.

Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van inkomstenbelastingen.

Indien de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de belastbare grondslag en de belastingberekening zodanig hersteld dat de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van de wet wordt onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden."

De nieuwe antimisbruikbepaling resulteert in het feit dat voortaan noch een rechtshandeling, noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, niet langer kan worden tegengeworpen aan de Administratie. Dit wanneer de Administratie door vermoedens of andere bewijsmiddelen en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.

Er is voortaan sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige via de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen een verrichting tot stand brengt:

Waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van het wetboek inkomstenbelasting buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst; of waarbij hij aanspraak maakt op een belastingvoordeel dat voorzien is door een bepaling van het wetboek inkomstenbelasting (of diens uitvoeringsbesluiten) en wanneer de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en bijkomend de verrichting het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.
Bij het eerste geval (objectief element) plaatst de belastingplichtige zich buiten de toepassing van een bepaalde belasting. Bij het tweede geval (subjectieve element) daarentegen tracht de belastingplichtige zich binnen de toepassing van een bepaald belastingvoordeel te plaatsen.  

Let wel dat dit fiscaal misbruik door de Administratie bewezen dient te worden. Maar de belastingplichtige kan een tegenbewijs formuleren (let wel dit tegenbewijs mag niet verwaarloosbaar zijn).

De keuze voor de rechtshandeling (of het geheel van rechtshandelingen) kan bv verantwoord worden door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen. Dit is ruimer dan enkel een tegenbewijs van het bestaan van rechtmatige economische of financiële behoeften zoals voorheen. Ook persoonlijke argumenten zijn voortaan evenzeer van toepassing.

Wanneer de belastingplichtige faalt in het leveren van dit tegenbewijs dan wordt de belastbare grondslag en de belastingberekening hersteld. Zodoende dat de verrichting aan een belastingheffing onderhevig wordt overeenkomstig het doel van de wet alsof het fiscaal misbruik niet zou hebben hebben plaats gevonden. Hou er wel rekening meet dat vermits de toepasbaarheid van art 344 §1 WIB 1992 betekent dat er geen inbreuk heeft plaats gehad van een fiscale wet, betekent dan ook dat de aanslagtermijn waarbinnen de rechtzetting dient te gebeuren drie jaar is en geen zeven jaar.

Opgelet de nieuwe antimisbruikbepaling heeft voortaan ook uitwerking inzake het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en in het Wetboek der Successierechten.

Voorbeelden

1. Geeft het oprichten van een vennootschap (vb voor vrij beroep) een probleem ?

Neen. De Minister heeft dit uitdrukkelijk bepaald (cfr DOC 53 2081/016, p.70)

Minister Vanackere : "Wat de toepassingsgebied van de antimisbruikbepaling betreft, preciseert de minister dat die niet toegepast wordt op het louter hebben van een vennootschap. Opdat artikel 344, § 1, WIB 92 van toepassing kan zijn, moet er sprake zijn van fiscaal misbruik. Aangezien bij de oprichting van een vennootschap naast eventuele fiscale motieven normaal gesproken ook andere motieven spelen (vb. beperking aansprakelijkheid), zal artikel 344, § 1, nieuw WIB 92 geen toepassing vinden."

2. Is het organiseren van een handgift voortaan nog mogelijk

Zeker. Hier zijn duidelijk ook niet-fiscale argumenten zoals het vermijden van de notariskost.

3. Kan een sterfhuisconsructie nog

Niettegenstaande hier burgerrechtelijke argumenten zijn, wordt er toch gevreesd dat dit voortaan wel eens een probleem kan vormen. Temeer wanneer dit nog snel voor het overlijden werd ingelast,in het huwelijkscontract.

Biedt de Rulingcommissie enige zekerheid ?

De Rulingcommissie (Dienst Voorafgaande Beslissingen) kan zich echter niet uitspreken over de toepassing van art 344 §1 WIB 1992 door de Administratie. Wat wel mogelijk is, is dat de Rulingdienst akkoord gaat met de keuze voor de voorgenomen rechtshandeling(en) of het geheel van rechtshandelingen die eenzelfde verrichting tot stand brengt omdat deze door andere motieven is verantwoord dan het ontwijken van belastingen. Het akkoord van de Rulingcommissie impliceert dat deze keuze niet meer in vraag kan gesteld worden.

Conclusie

De nieuwe antimisbruikbepaling is ondertussen een feit. Hiermee zal in de fiscale planning zeker rekening mee moeten gehouden worden en voortaan dus ook met planning in de privésfeer. Hoe hard het allemaal zal gespeeld worden is nog maar de vraag, maar één ding is zeker we worden terug voor enkele jaren met de nodige fiscale onzekerheid geconfronteerd

 



Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Tip van de week.