<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Bespaar belastingen &#187; Nederbelgen</title>
	<atom:link href="http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/category/nederbelgen/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen</link>
	<description>Fiscaliteit is onze passie. Onze passie is uw voordeel. Meer dan 1000 artikels beschikbaar.</description>
	<lastBuildDate>Sun, 05 Feb 2012 13:18:21 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	
		<item>
		<title>POGING TOT HERKWALIFICATIE ONROERENDE LEASING MISLUKT</title>
		<link>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/poging-tot-herkwalificatie-onroerende-leasing-mislukt/</link>
		<comments>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/poging-tot-herkwalificatie-onroerende-leasing-mislukt/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 09 Dec 2010 17:14:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Iven De Hoon</dc:creator>
				<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Estate planning]]></category>
		<category><![CDATA[Nederbelgen]]></category>
		<category><![CDATA[Vastgoedrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/?p=877</guid>
		<description><![CDATA[Het onroerend goed verhuren aan de eigen vennootschap is niet zo interessant. en eerste is de huur belastbaar in de personenbelasting (weliswaar met een forfaitaire kostenaftrek van 40 %), en ten tweede zal, bij een oplopende huur, een gedeelte van de huur worden geherkwalificeerd in een beroepsinkomen. Dat laatste is het geval voor het gedeelte [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p>Het onroerend goed verhuren aan de eigen vennootschap is niet zo interessant. en eerste is de huur belastbaar in de personenbelasting (weliswaar met een forfaitaire kostenaftrek van 40 %), en ten tweede zal, bij een oplopende huur, een gedeelte van de huur worden geherkwalificeerd in een beroepsinkomen. Dat laatste is het geval voor het gedeelte van de brutohuur dat meer bedraagt dan 5/3de van het gerevaloriseerd kadastraal inkomen.</p>
	<p><strong>Alternatief : vruchtgebruik</strong></p>
	<p>Als alternatief wordt er wel eens gewerkt met een vruchtgebruikconstructie. In dat geval is het bedrag dat wordt betaald door de vruchtgebruiker aan de eigenaar, bij de eigenaar, als natuurlijk persoon, niet belastbaar. Daarenboven kan het vruchtgebruik worden afgeschreven over de termijn van het vruchtgebruik. Een nadeel is dat de vestiging van vruchtgebruik enigszins omslachtig is, en dat vruchtgebruikconstructies in het vizier liggen van de fiscus. Daarenboven betaalt de vennootschap 10 % registratierechten op de waarde van het vruchtgebruik en kan de vennootschap slechts op de waarde van het vruchtgebruik (veelal om en bij de 80 %) afschrijven.</p>
	<p><strong>Een alternatief voor het alternatief : onroerende leasing</strong></p>
	<p>Een wat minder bekend alternatief is de onroerende leasing. Onroerende leasing klinkt exotisch, maar dat valt in de praktijk best mee.<br />Wat velen verrast is dat er geen omslachtige erkenningsprocedures aan te pas komen, zoals bij banken of verzekeringsmaatschappijen, om als leasinggever te kunnen optreden. E&eacute;nieder, natuurlijke of rechtspersoon, kan van vandaag op morgen leasinggever worden. </p>
	<p>Laat ons om te beginnen even stilstaan bij het belangrijkste, de fiscaliteit. Om in de sfeer van ons voorbeeld te blijven gaan we er van uit dat de leasinggever een particulier is. Het grote fiscale voordeel van een onroerende leasing is dat de betalingen die (door de particulier) worden ontvangen niet worden aanzien als onroerende noch als beroepsinkomsten. De betalingen worden opgesplitst in twee delen. Het gedeelte van de aflossing dat dient om het in het gebouw belegde kapitaal of de verkoopwaarde ervan weder samen te stellen, is niet belastbaar. Het saldo wordt aanzien als een roerend inkomen, en is als dusdanig belastbaar aan het afzonderlijk tarief van 15 % (art. 19, &sect; 1, 2&deg;, WIB 92).</p>
	<p>In hoofde van de <u>leasingnemer</u> wordt het onroerend goed geactiveerd en afgeschreven over de economische gebruiksduur. Noteer dat deze dus niet noodzakelijk samenvalt met de duur van het leasingcontract. Wanneer een gebouw wordt geleased op een termijn van 9 jaar (zoals in de casus die werd voorgelegd aan de Hasseltse rechtbank, zie hierna), mag het gebouw niet op die termijn worden afgeschreven maar wel op de gebruikelijke termijn. </p>
	<p><strong>Rulingcel is akkoord</strong></p>
	<p>De rulingcommissie heeft zich in het verleden reeds haar akkoord gegeven over het feit dat een onroerende leasingconstructie niet kan worden geherkwalificeerd in een huurcontract in toepassing van artikel 344, &sect; 1, WIB 92 (ruling 600.173 van 28.11.2006).</p>
	<p><strong>Rechtspraak</strong></p>
	<p>Ook de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt heeft zich onlangs mogen verdiepen in deze aangelegenheid. De feiten in het dossier waren de volgende. Een tandarts geeft een deel van zijn woning in leasing aan zijn vennootschap. De investeringskost van dat gedeelte bedraagt ongeveer 100.000 EUR. Rekening houdend met een intrestvoet van 6 % wordt een maandelijkse betaling van ongeveer 1.100 EUR weerhouden. De overeenkomst is niet opzegbaar en bevat een aankoopoptie. <br />Klaarblijkelijk vond een controleur de constructie al te voordelig voor de belastingplichtige. Vooral de zeer kort looptijd van het onroerende leasingcontract (9 jaar) zal naar ons aanvoelen de controleur hebben getriggerd. <br />Om kort te zijn, de controleur heeft de constructie geherkwalificeerd in een huurcontract voor diezelfde periode, maar is hiervoor teruggefloten door de Hasseltse rechtbank. </p>
	<p>De <strong>rechtbank</strong> brengt ons in herinnering welke kenmerken een onroerende leasingcontract moet vertonen:</p>
	<p>- &nbsp;de leasinggever richt een gebouw op of bezit een gebouw dat hij (voor een gedeelte) in onroerende leasing geeft aan de leasingnemer;<br />- &nbsp;de leasingnemer verkrijgt het genot van het gebouw;<br />- &nbsp;de maandelijkse aflossingen moeten volstaan om het ge&iuml;nvesteerde kapitaal weder samen te stellen en een correcte intrest te vergoeden;<br />- &nbsp;de eigendom van het gebouw moet bij het einde van de overeenkomst van rechtswege op de gebruiker overgaan of de leaseovereenkomst moet een aankoopoptie bevatten van maximaal 15 %.</p>
	<p>Volgens de Hasseltse rechtbank is de fiscale behandeling van overeenkomsten die voldoen aan deze voorwaarden, uitdrukkelijk geregeld in artikel 10, &sect; 2, en 19,&nbsp; &sect; 1, 2&deg;,WIB 92. De rechtbank stelt vast dat in casu al de vereiste kenmerken van onroerende leasing aanwezig zijn. Daarnaast is volgens de rechtbank niet aangetoond dat de juridische kwalificatie tot doel heeft belastingen te ontwijken en komt deze bijgevolg niet in aanmerking voor herkwalificatie.</p>
	<p>Simulatie werd evenmin bewezen. De partijen hebben alle gevolgen van de rechtshandelingen aanvaard. Als de administratie voorhoudt dat de overeenkomst van onroerende leasing eigenlijk een huurovereenkomst verbergt, moet zij dit bewijzen, wat niet gebeurde.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/poging-tot-herkwalificatie-onroerende-leasing-mislukt/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De onderhoudsuitkeringen tijdens het jaar van feitelijke scheiding … een neverending story , of toch ?</title>
		<link>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/de-onderhoudsuitkeringen-tijdens-het-jaar-van-feitelijke-scheiding-%e2%80%a6-een-neverending-story-of-toch/</link>
		<comments>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/de-onderhoudsuitkeringen-tijdens-het-jaar-van-feitelijke-scheiding-%e2%80%a6-een-neverending-story-of-toch/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 23 Nov 2010 17:07:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Iven De Hoon</dc:creator>
				<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Estate planning]]></category>
		<category><![CDATA[Nederbelgen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/?p=861</guid>
		<description><![CDATA[Onderhoudsuitkeringen (al dan niet een &#233;&#233;nmalig kapitaal) zijn fiscaal aftrekbaar t.b.v. 80% (art 104, 1&#176; WIB 1992).&#160; Er zijn weliswaar een aantal voorwaarden waaraan moet worden voldaan. Deze voorwaarden zijn kort samengevat:&#160; -&#160;ze moeten regelmatig (lees periodiek) betaald zijn;-&#160;ze moeten betaald zijn ter uitvoering van een wettelijke onderhoudsverplichting op grond van het Burgerlijk of Gerechtelijk [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p align="justify"><strong>Onderhoudsuitkeringen </strong>(al dan niet een &eacute;&eacute;nmalig kapitaal) zijn fiscaal aftrekbaar t.b.v. 80% (art 104, 1&deg; WIB 1992).&nbsp; </p>
	<p align="justify">Er zijn weliswaar een aantal <strong>voorwaarden</strong> waaraan moet worden voldaan.</p>
	<p align="justify">Deze voorwaarden zijn kort samengevat:&nbsp; <br />-&nbsp;ze moeten regelmatig (lees periodiek) betaald zijn;<br />-&nbsp;ze moeten betaald zijn ter uitvoering van een wettelijke onderhoudsverplichting op grond van het Burgerlijk of Gerechtelijk Wetboek;<br />-&nbsp;de onderhoudsplichtige en de ontvanger ervan mogen niet behoren tot hetzelfde gezin;<br />-&nbsp;de ontvanger van de onderhoudsuitkering moet in principe behoeftig zijn.<br />-&nbsp;(&hellip;)</p>
	<p align="justify">Er bestond vroeger echter een hevige discussie of de combinatie van de aftrek van onderhoudsuitkeringen, die tijdens het jaar van de feitelijke scheiding voor de kinderen betaald werden, en of deze kinderen hierdoor alsnog ten laste wel mogelijk is.&nbsp;De gevolgen en de discussie m.b.t. de aftrek van onderhoudsuitkeringen betaald aan de kinderen wordt sinds enkele jaren aanvaard.&nbsp;&nbsp; </p>
	<p align="justify">Maar wat voor de ex-partner in het jaar van de <strong>feitelijke scheiding</strong> ? </p>
	<p align="justify">De aftrek werd niet toegestaan met als motivering dat de inkomsten van die echtgenoten voor het jaar van feitelijke scheiding toch nog gemeenschappelijk belast worden.</p>
	<p align="justify">N.a.v. bepaalde rechtspraak wijzigt de Administratie haar standpunt (zie Circulaire nr. Ci.RH.26/592.612 (AOIF 46/2010) dd 29.06.2010)).&nbsp; </p>
	<p align="justify">De <strong>Administratie </strong>stelt het volgende : &ldquo;Volgens die rechtspraak, waarbij de administratie zich aansluit, zijn de onderhoudsuitkeringen die in het jaar van feitelijke scheiding door de ene echtgenoot aan de andere echtgenoot worden betaald, in de gevallen waarin er een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, overeenkomstig art. 104, 1&deg;, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) aftrekbaar bij de echtgenoot die deze onderhoudsuitkeringen heeft betaald mits natuurlijk de voorwaarden van art. 104, 1&deg;, WIB 92, zijn vervuld.</p>
	<p align="justify">De sommen die in het jaar van feitelijke scheiding vanaf het ogenblik van de feitelijke scheiding door de ene echtgenoot aan de andere echtgenoot worden betaald, mogen dus als uitkeringen tot onderhoud worden afgetrokken, mits de voorwaarden van art. 104, 1&deg;, WIB 92, zijn vervuld en voor zover de on-derhoudsuitkeringen bij de andere echtgenoot als diverse inkomsten werden aangemerkt. </p>
	<p align="justify">Dit betekent dat wanneer in de aangifte enkel de onderhoudsuitke-ringen worden afgetrokken, de aangifte zal moeten worden gewijzigd door die onderhoudsuitkeringen bij de andere echtgenoot als diverse inkomsten aan te merken.&rdquo;</p>
	<p align="justify">Deze <strong>nieuwe visie</strong> is onmiddellijk van toepassing en moet eveneens worden toegepast voor de afhandeling van de hangende geschillen, aldus nog de vermelde circulaire.</p>
	<p align="justify"></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/de-onderhoudsuitkeringen-tijdens-het-jaar-van-feitelijke-scheiding-%e2%80%a6-een-neverending-story-of-toch/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Successierechten op alle levensverzekeringen&#8230; Of toch niet?</title>
		<link>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/successierechten-op-alle-levensverzekeringen-of-toch-niet/</link>
		<comments>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/successierechten-op-alle-levensverzekeringen-of-toch-niet/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 12 Nov 2010 17:41:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Iven De Hoon</dc:creator>
				<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Estate planning]]></category>
		<category><![CDATA[Nederbelgen]]></category>
		<category><![CDATA[Successierechten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/?p=857</guid>
		<description><![CDATA[Het antwoord is &#8216;neen&#8217;.&#160; We trachten dit verder even te verduidelijken. Vandaag zijn beleggingen in levensverzekeringen niets nieuws. Tak 21, Tak 23, &#8230; zijn alomgekende begrippen bij de beleggers.&#160;Maar er kan ook geoptimaiseerd in worden wat de successierechten betreft, meer bepaald bij de zogenaamde levenslange verzekeringen (typa AAB).&#160; Nu let wel op met het begrrip [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p align="justify">Het antwoord is &lsquo;neen&rsquo;.&nbsp; We trachten dit verder even te verduidelijken.</p>
	<p align="justify">Vandaag zijn beleggingen in levensverzekeringen niets nieuws. Tak 21, Tak 23, &hellip; zijn alomgekende begrippen bij de beleggers.&nbsp;Maar er kan ook geoptimaiseerd in worden wat de successierechten betreft, meer bepaald bij de zogenaamde levenslange verzekeringen (typa AAB).&nbsp; Nu let wel op met het begrrip &lsquo;levenslang&rsquo;.&nbsp; Dit is echter een zeer relatief begrip. Want de verzekeringsnemer heeft altijd de mogelijkheid deze verzekering af te kopen. </p>
	<p align="justify">Dit zijn de verzekeringen waarbij (bv) de man de verzekeringsnemer en tevens verzekerde is.&nbsp;Zijn echtgenote is begunstigde bij zijn overlijden.&nbsp;De verzekeringspremie echter werd betaald met <strong>gemeenschapsgelden</strong>. </p>
	<p align="justify"><strong>Overlijden.</strong> Wanneer hij komt te overlijden dan zal mevrouw op de helft successierechten moeten betalen (art 8 W.Succ).&nbsp; Maar wat gebeurt er nu wanneer niet hij, maar wel zijn echtgenote (dus eerst) sterft.&nbsp; </p>
	<p align="justify"><strong>De Dienst Voorafgaande Beslissingen</strong> (de Rulingcommissie) kreeg zulk een vraag voorgeschoteld (Voorafgaande beslissing nr. 800.279 dd. 26 mei 2009).&nbsp;Haar antwoord (toegepast op ons voorbeeld) was het volgende.</p>
	<p align="justify"><strong>Bij vooroverlijden</strong> van de echtgenote (begunstigde) dient de afkoopwaarde van de afgesloten levensverzekering niet worden opgenomen in de aangifte van haar nalatenschap. De levenslange levensverzekering behoort tot het eigen vermogen van de verzekeringsnemer (de man). Wel heeft deze de last om een vergoeding te betalen aan het gemeenschappelijk vermogen.&nbsp;Deze vergoeding stemt overeen met het bedrag dat uit het gemeenschappelijk vermogen is gehaald, om de premie van de levenslange verzekering te betalen.&nbsp;Kortom hij dient een vergoeding te betalen aan het gemeenschappelijk vermogen omdat zijn eigen vermogen hier een voordeel uit heeft gehaald.</p>
	<p align="justify">Maar het wetboek <strong>successierechten</strong> voorziet hier echter een voordeel.&nbsp;Wanneer&nbsp;echtgenoten gehuwd zijn onder een gemeenschapsstelsel, dan wordt er voor de berekening van de successierechten geen rekening gehouden met die vergoedingsrekeningen die het burgerlijk wetboek voorziet, indien er gemeenschappelijke kinderen zijn.&nbsp;Dit laatste is dus wel een voorwaarde (art 16 W.Succ).</p>
	<p align="justify"><strong><u>Concreet </u></strong>:&nbsp; geen successierechten onder de volgende voorwaarden :</p>
	<p align="justify">&bull;&nbsp;het gaat om een levenslang verzekeringscontract <br />&bull;&nbsp;van het type AAB (de verzekeringsnemer en de verzekerde is de langstlevende echtgenoot en de begunstigde is de eerst stervende echtgenoot);<br />&bull;&nbsp;de echtgenoten zijn gehuwd onder een gemeenschapsstelsel<br />&bull;&nbsp;de premie van deze verzekering werd betaald met gemeenschapsgelden;<br />&bull;&nbsp;&eacute;n de echtgenoten hebben gemeenschappelijke kinderen.</p>
	<p align="justify"><strong>Tip</strong>: de driejarige termijn is hier niet van toepassing.&nbsp; M.a.w. tussen het aangaan van de levensverzekering en het overlijden hoeft geen drie jaar tussen te zitten &hellip;<br />Dat dit mogelijkheden biedt, behoeft geen verder commentaar &hellip; </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/successierechten-op-alle-levensverzekeringen-of-toch-niet/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Alles over het restlegaat!</title>
		<link>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/alles-over-het-restlegaat/</link>
		<comments>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/alles-over-het-restlegaat/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 04 Nov 2010 17:54:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Iven De Hoon</dc:creator>
				<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Estate planning]]></category>
		<category><![CDATA[Nederbelgen]]></category>
		<category><![CDATA[Successierechten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/?p=851</guid>
		<description><![CDATA[Deze techniek, die ook wel een fide&#239; commis de residuo genoemd wordt, is de volgende.&#160;Een persoon A maakt een legaat ten gunste van een andere persoon B maar dan wel onder de verplichting dat al wat overblijft moet toekomen aan een derde persoon C. In feite zijn het twee legaten die uitgaan van dezelfde testator, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p>Deze techniek, die ook wel een fide&iuml; commis de residuo genoemd wordt, is de volgende.&nbsp;Een persoon A maakt een legaat ten gunste van een andere persoon B maar dan wel onder de verplichting dat al wat overblijft moet toekomen aan een derde persoon C.</p>
	<p>In feite zijn het twee legaten die uitgaan van dezelfde testator, nl A ten gunste van de twee personen (B en C).&nbsp; Dit kan een niet onaantrekkelijke besparing opleveren.&nbsp; De reden is dat de tarieven duurder worden wanneer de band familiaal minder &lsquo;dicht&rsquo; is. Door deze techniek zal het tweede legaat wel moeten opgeteld worden bij het eerste legaat om de successierechten te berekenen.</p>
	<p><strong><u>Voorbeeld</u></strong></p>
	<p>Vader (moeder reeds overleden) heeft drie dochters en laat een onroerend vermogen na van in totaal 1.200.000 euro.</p>
	<p>Bij zijn overlijden erft elke dochter een bedrag van 400.000 euro in onroerend goed.&nbsp; In totaal dus 180.000 euro successierechten.<br />Maar stal dat de oudste dochter enige tijd later sterft.&nbsp; Zij was wass niet gehuwd, heeft geen afstammelingen, geen ascendenten en heeft geen testament opgemaakt.&nbsp; Dit betekent coincreet dat na haar overlijden een bedrag van 400.000 euro wordt ge&euml;rfd door haar twee zussen.&nbsp; Deze twee zussen betalen samen een slordige 197.500 euro aan successierechten.&nbsp; Wat in totaal een bedrag van 377.500 euro aan successierechten betekent.&nbsp; </p>
	<p>Maar hieraan kunnen we verhelpen dankzij een restlegaat.<br />Of anders gezegd door een restlegaat kan de tweede fiscale factuur danig getemperd worden.</p>
	<p>Na het overlijden van vader moesten de drie dochters in totaal 180.000 euro aan successierechten betalen.<br />Door de opmaak van zulk een restlegaat zal bij het overlijden van de oudste dochter/zus de 400.000 euro door het restlegaat de tarieven in de rechte lijn van toepassing zijn en niet de tarieven tussen broers/zussen. M.a.w. de twee zussen zullen op de 400.000 euro van de zus 27% successierechten verschuldigd zijn ofwel 108.000 euro.</p>
	<p>In totaal een bedrag van 89.500 euro minder aan successierechten..<br />Deze techniek is interessant in zulke situaties, nl wanneer &eacute;&eacute;n van de kinderen geen erfgenamen hebben dan broers en zussen.</p>
	<p><strong><u>Ter info : de tarieven in rechte lijn en tussen broers en zussen</u></strong></p>
	<p><u>Rechte lijn,</u> tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden of tussen feitelijk samenwonenden na 1 jaar</p>
	<p>Schijven&nbsp;Belasting op vorige schijven&nbsp;% op deze schijf<br />0,01 &ndash; 50.000,00:&nbsp;3 %<br />50.000,01 &ndash; 250.000,00: 9 %<br />&gt; 250.000,00:&nbsp;27 %</p>
	<p><u>Tussen broers en zussen</u></p>
	<p>Schijven&nbsp;Belasting op vorige schijven&nbsp;% op deze schijf<br />0,01 &ndash; 75.000,00:30 %<br />75.000,01 &ndash; 125.000,00: 55 %<br />&gt; 125.000,00:&nbsp;65 %</p>
	<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/alles-over-het-restlegaat/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Verhuizen om fiscale redenen ? Let op … !</title>
		<link>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/verhuizen-om-fiscale-redenen-let-op-%e2%80%a6/</link>
		<comments>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/verhuizen-om-fiscale-redenen-let-op-%e2%80%a6/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 02 Nov 2010 17:25:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Iven De Hoon</dc:creator>
				<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Estate planning]]></category>
		<category><![CDATA[Nederbelgen]]></category>
		<category><![CDATA[Successierechten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/?p=848</guid>
		<description><![CDATA[De gemeente waar u effectief woont op 1 januari van het aanslagjaar, is bepalend wat het tarief gemeentebelasting betreft.&#160;Met &#8216;woonst&#8217; bedoelen we &#8216;effectief woont&#8217; en niet louter een postbusadres hebben. In de commentaar op het wetboek inkomstenbelasting komt uitvoerig aan bod wat de spelregels zijn (ComIB 3/101 en verder). Begrip fiscale woonplaats De fiscale woonplaats [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p align="justify">De gemeente waar u effectief woont op 1 januari van het aanslagjaar, is bepalend wat het tarief gemeentebelasting betreft.&nbsp;Met &lsquo;woonst&rsquo; bedoelen we &lsquo;effectief woont&rsquo; en niet louter een postbusadres hebben. In de commentaar op het wetboek inkomstenbelasting komt uitvoerig aan bod wat de spelregels zijn (ComIB 3/101 en verder).</p>
	<p align="justify"><strong>Begrip fiscale woonplaats</strong></p>
	<p align="justify">De fiscale woonplaats van een rijksinwoner (natuurlijke persoon die in Belgi&euml; zijn woonplaats of de zetel van zijn fortuin heeft gevestigd) is gelegen in een welbepaalde Belgische gemeente. </p>
	<p align="justify">De juiste situering van de fiscale woonplaats van een belastingplichtige is belangrijk, vermits die fiscale woonplaats : <br />&bull;&nbsp;de plaats van aangifte en van aanslag in de PB bepaalt; <br />&bull;&nbsp;bepalend is voor het toepasselijk tarief van de aanvullende belasting op de PB (PB/gem. en PB/agg.); <br />&bull;&nbsp;een weerslag kan hebben op de eventuele aftrek van bepaalde uitgaven als beroepskosten (b.v. de huur van een verblijf in de nabijheid van de plaats van tewerkstelling). </p>
	<p align="justify">In de meeste gevallen zal de Belgische gemeente die als fiscale woonplaats van een belastingplichtige moet worden aangemerkt dezelfde zijn als de gemeente waar hij ingeschreven is in de <strong>bevolkingsregisters.</strong> </p>
	<p align="justify">(&hellip;)<br />De inschrijving in de bevolkingsregisters van een bepaalde gemeente vormt evenwel niet het absolute bewijs van de fiscale woonplaats. Het kan immers voorkomen dat een belastingplichtige om redenen van belastingontwijking (b.v. hoge aanvullende belasting op de PB in de werkelijke woonplaats, simulatie van feitelijke scheiding, enz.) slechts voorwendt zijn fiscale woonplaats te hebben in een bepaalde gemeente waar hij zijn burgerlijke woonplaats heeft gevestigd of waarnaar hij ze verplaatst heeft, zonder dat hij aldaar werkelijk woont. </p>
	<p align="justify">Bij ernstige twijfel omtrent de echtheid van de door een belastingplichtige opgegeven fiscale woonplaats, moet de taxatieambtenaar in elk geval aan de hand van een geheel van feitelijke omstandigheden en gegevens onderzoeken in welke gemeente de werkelijke fiscale woonplaats van de betrokkene is gevestigd. Er moet alleszins vermeden worden aanslagen in de twee gemeenten te vestigen. </p>
	<p align="justify">I.v.m. de Belgische gemeente die als fiscale woonplaats van een rijksinwoner moet worden aangemerkt, is gevonnist dat : <br />&bull;&nbsp;de fiscale woonplaats kan worden gedefinieerd als die welke, in het licht van de feiten en omstandigheden die eigen zijn aan elk afzonderlijk geval, samenvalt met de zoniet bestendige dan wel voornaamste woning en met het centrum van de vitale belangen. <br />&bull;&nbsp;de fiscale woonplaats is, in de zin van de fiscale wet, een feitelijke woonplaats, gekenmerkt door een zekere standvastigheid, terwijl de zetel van het fortuin de plaats is die van nature gekenmerkt wordt door een zekere eenheid van waaruit deze wordt beheerd. <br />Dat achter een verhuis een manier van belastingontwijking schuil kan gaan is duidelijk.&nbsp; Denken we maar aan iemand die v&oacute;&oacute;r het uitkeren van zijn groepsverzekering naar Knokke &lsquo;verhuist&rsquo;.&nbsp; Op die manier ontloopt hij immers de gemeentebelasting die hij anders mogelijk wel zou moeten betalen.&nbsp; Dit scheelt al vlug enkele duizenden euro&rsquo;s.<br />Maar let op.&nbsp; Zelfs wanneer de fiscus dit aanvaardt (zie echter boven) dan moeten we alsnog rekening houden met een aantal &lsquo;randfenomenen&rsquo; die maken dat het finaal wel eens minder gunstig is dan gedacht.</p>
	<p align="justify"><strong><u>1. Auto en voordeel van alle aard</u></strong></p>
	<p align="justify">Door van woonplaats te veranderen, moet u ook opletten met de forfaitaire berekening wat het voordeel van alle aard m.b.t.&nbsp; de personenwagen betreft.&nbsp; </p>
	<p align="justify">Indien deafstand tussen woonplaats en werkplaats meer bedraagt dan 25 km, dan wordt het voordeel berekend op 7.500 km zoniet 5.000 km.&nbsp; Onafgezien hoeveel kilometers priv&eacute; er nog verder mee gereden wordt.&nbsp; </p>
	<p align="justify">Wie natuurlijk niet meer beroepsactief is, moet zich hierover weinig zorgen maken.</p>
	<p align="justify"><strong><u>2. Successierechten</u></strong></p>
	<p align="justify">Vanaf 1 januari 2007 is de gezinswoning in het Vlaams gewest vrijgesteld van successierechten.&nbsp;Dit weliswaar onder voorwaarden en enkel voor de langstlevende echtgenoot, de wettelijke samenwonenden en de feitelijke samenwonenden. Opgelet voor feitelijk samenwonenden moet de feitelijke samenwonenden op de dag van het overlijden minstens drie jaar samenwonen.&nbsp;Dit in tegenstelling wat de berekening is van de successierechten want daar is &eacute;&eacute;n jaar voldoende. Met gezinswoning bedoelen we de woning waar de overledene of de samenwonende partner op de dag van het overlijden hun gezamenlijke hoofdverblijfplaats hebben.&nbsp; </p>
	<p align="justify">En hier knelt al wel eens het schoentje.</p>
	<p align="justify"><strong><u>3. Uit de praktijk</u></strong></p>
	<p align="justify">Getuige hiervan het volgende geval.&nbsp;Iemand die verhuisde naar Knokke-Heist naar een huurwoning en dan komt te sterven.&nbsp; De gezinswoning die hij had (gelegen te Damme) wordt nu echter wel belast aan de tarieven successierechten, want de voorwaarde om de vrijstelling te genieten, is immers niet meer voldaan.&nbsp;De rechtbank van eerste aanleg te Brugge (Rb Brugge 30 maart 2009) heeft in zulk een dossier de administratie (terecht) dan ook gelijk gegeven.</p>
	<p align="justify">Kortom speel het spel correct.&nbsp; En dan nog moet u opletten dat het voordeel aan de ene kant niet wegsmelt als sneeuw voor de zon wanneer we rekening houden met enkele &lsquo;randfenomenen&rsquo;.<br />&nbsp; </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/verhuizen-om-fiscale-redenen-let-op-%e2%80%a6/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De groene lening&#8230;</title>
		<link>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/de-groene-lening/</link>
		<comments>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/de-groene-lening/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 01 Oct 2010 14:37:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Iven De Hoon</dc:creator>
				<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Nederbelgen]]></category>
		<category><![CDATA[Vastgoedrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/?p=791</guid>
		<description><![CDATA[&#160;&#8216;Groene leningen&#8217; zijn enkel leningen die aangegaan worden om energiebesparende investeringen te financieren.&#160;De overheid komt hierin tussen. Zij neemt 1,5% van de intrestlast ter haren laste (de zogenaamde intrestbonificatie). Let wel dat de regeling een tijdelijke maatregel is.&#160; Deze loopt tot eind december 2011.Zoals wel meer het geval is zijn er een aantal voorwaarden van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p>&nbsp;&lsquo;Groene leningen&rsquo; zijn enkel leningen die aangegaan worden om energiebesparende investeringen te financieren.&nbsp;De overheid komt hierin tussen. Zij neemt 1,5% van de intrestlast ter haren laste (de zogenaamde intrestbonificatie). Let wel dat de regeling een tijdelijke maatregel is.&nbsp; Deze loopt tot eind december 2011.<br />Zoals wel meer het geval is zijn er een aantal voorwaarden van belang.</p>
	<p>De leningsovereenkomst moet voldoen aan de volgende<u> voorwaarden</u> :</p>
	<p>-&nbsp;ze moet gesloten zijn door natuurlijke personen<br />-&nbsp;ze moet dienen voor priv&eacute; doeleinden&nbsp; <br />Dus niet voor beroepsdoeleinden.&nbsp; Voor gemengde werken zal er dan ook met twee afzonderlijke kredieten moeten gewerkt worden.<br />-&nbsp;het kan een consumentenkrediet zijn (in de vorm van een verkoop of een lening op afbetaling) of een hypothecair krediet<br />-&nbsp;de leningsovereenkomst moet gesloten zijn tussen 1 januari 2009 en 31 december 2011.&nbsp; M.a.w. het betreft een tijdelijke maatregel.&nbsp; Het is de datum van ondertekening van de leningsovereenkomst of autenthieke akte die bepalend is.<br />-&nbsp;de leningsovereenkomst is bestemd om uitgaven te financieren die we terug vinden in art. 145/24 &sect; WIB 1992 (zogenaamde energiebesparende maatregelen).&nbsp; <br />-&nbsp;de uitgevoerde werken moeten voldoen aan art 63/11 &sect;1 KB WIB 1992.&nbsp;</p>
	<p>&nbsp;Kort samengevat :<br />-&nbsp;het kapitaal van de leningsovereenkomst dat in aanmerking komt voor de intrestbonificatie ligt tussen min. 1.250 euro en max. 15.000 euro per kredietnemer en per woning en per kalenderjaar.</p>
	<p><u>De kredietnemer</u> vraagt bij het afsluiten van de lening aan de kredietgever de intrestbonificatie aan.&nbsp; Hiervoor zal hij het bewijs van de in aanmerking komende werken (kopie van de factuur) moeten leveren.&nbsp; Let wel de kredietgever is niet verplicht deel te nemen aan het stelsel van de groene leningen.</p>
	<p>De intrestbonificatie bedraagt zoals reeds vermeld 1,5%, tenzij de aangerekende rente lager is.&nbsp; De kredietgever zal op zijn beurt de overheid aanspreken om deze 1,5% terug te krijgen.&nbsp; </p>
	<p><strong>Wist u dat</strong> 40% van de intresten die men betaald aan de bank ook in aanmerling komen voor de belastingvermindering i.v.m. de energiebesparende maatregelen.</p>
	<p>Deze aftrek komt bovenop de bestaande aftrek die men geniet m.b.t. de gemaakte investering en dit bovenop de gekende limiet(en). De limiet voor aj. 2011 bedraagt in principe 2.770,00 EUR. Dit bedrag wordt nog verhoogd met 830 EUR voorzover deze verhoging uitsluitend betrekking heeft op de plaatsing van een zonneboiler ofwel fotovolta&iuml;sche zonnepanelen. </p>
	<p>De betaalde intrest komt er supplementair bij &hellip;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/de-groene-lening/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Vererf aan 0% het familiebedrijf&#8230; alle ins en outs&#8230;</title>
		<link>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/vererf-aan-0-het-familiebedrijf-alle-ins-en-outs/</link>
		<comments>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/vererf-aan-0-het-familiebedrijf-alle-ins-en-outs/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 09 Sep 2010 14:37:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Iven De Hoon</dc:creator>
				<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Estate planning]]></category>
		<category><![CDATA[Nederbelgen]]></category>
		<category><![CDATA[Successierechten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/?p=768</guid>
		<description><![CDATA[Het vererven van de familiale vennootschap, ruimer dan enkel de aandelen &#8230; &#8211; deel 1 Successierechten zijn reeds verschillende jaren in Belgi&#235; een gewestelijke materie.&#160; Dit betekent dat &#8216;dat&#8217; Gewest bevoegd is, daar waar de rijksinwoner zijn laatste fiscale woonplaats had (het lokalisatiecriterium).&#160;Wanneer de fiscale woonplaats van de&#160; overledene tijdens een periode van vijf jaar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p align="justify"><u>Het vererven van de familiale vennootschap, ruimer dan enkel de aandelen &hellip; &#8211; deel 1</u></p>
	<p align="justify">Successierechten zijn reeds verschillende jaren in Belgi&euml; een gewestelijke materie.&nbsp; Dit betekent dat &lsquo;dat&rsquo; Gewest bevoegd is, daar waar de rijksinwoner zijn laatste fiscale woonplaats had (het lokalisatiecriterium).&nbsp;Wanneer de fiscale woonplaats van de&nbsp; overledene tijdens een periode van vijf jaar voor zijn overlijden op meer dan &eacute;&eacute;n plaats in Belgi&euml; gelegen was, dan zal het uiteindelijk die woonplaats zijn waar hij het langst gedurende die vijf jaar gewoond heeft.<br />Verder bekijken we enkel die wetgeving die van toepassing is in het <strong>Vlaamse Gewest</strong>.</p>
	<p align="justify"><strong>&bull;&nbsp;Vrijstellingsregeling</strong><br />Vanaf 1 januari 2000 is het vererven van een familiale onderneming onder strikte voorwaarden volledig vrijgesteld van successierechten.</p>
	<p align="justify">Onder &lsquo;familiale onderneming&rsquo; verstaan we de activa die door de erflater of zijn echtgenoot beroepsmatig zijn ge&iuml;nvesteerd in deze familiale onderneming (dit kan ook een vrij beroep zijn), de aandelen in de familiale vennootschap of vorderingen op een dergelijke vennootschap mits deze activa in de drie jaar voorafgaand aan het overlijden ononderbroken voor minstens 50 % toebehoorden aan de overledene en/of zijn echtgenoot (art. 60bis &sect;1 W.Succ) en deze spontaan in de aangifte van nalatenschap worden vermeld.</p>
	<p align="justify">Deze vrijstelling kan door iedere erfgenaam, legataris of begiftigde genoten worden, dus onafgezien de graad van verwantschap.&nbsp; <br />Ook de manier van vererving speelt geen rol.&nbsp; Dit betekent dat de fictieartikels (waaronder art. 5 W.Succ, art. 7 W.Succ ea) ook geen probleem vormen.</p>
	<p align="justify"><strong>-&nbsp;De participatievoorwaarde</strong> </p>
	<p align="justify">De vennootschap dient in de drie jaar voorafgaand aan het overlijden gedurende een ononderbroken periode van drie jaar voor minstens 50% toe te behoren aan de overledene en/of zijn echtgenoot.</p>
	<p align="justify">Doch er wordt hierbij ook rekening gehouden met de aandelen die in bezit zijn van descendenten en hun echtgenote of van de zijverwanten tot en met de 2de graad (broers en zusters), van ascendenten en vooroverleden kinderen van broers en zussen en van de echtgenoten van broers en zussen.</p>
	<p align="justify">Wanneer de familiale vennootschap een holding mocht zijn, dan wordt de participatievoorwaarde op geconsolideerde basis berekend.</p>
	<p align="justify"><strong>Voorbeeld :</strong></p>
	<p align="justify">De erflater bezit 70 % in de familiale holding.&nbsp; Deze holding bezit&nbsp; op haar beurt 90 % in de werkmaatschappij : berekening 70 % x 90 %&nbsp; = 63 %.&nbsp; Dit is meer dan 50 %, dus aan de participatievoorwaarde is voldaan.</p>
	<p align="justify">Wat de participatievoorwaarde betreft oordeelde de fiscus dubbel.&nbsp; Enerzijds stelde de administratie dat (oa) de aandelen waarvoor de vrijstelling gevraagd wordt, gedurende de drie jaar voor het overlijden constant diende te blijven.&nbsp; Anderzijds moest gedurende elk van de drie jaar voor het overlijden de aandelen voor tenminste 50 % hebben toebehoord aan de erflater en/of (sommige) famliieleden.&nbsp; Wanneer&nbsp; het aandelenbezit wijzigde in de periode van drie jaar v&oacute;&oacute;r het overlijden dan werd de vrijstelling van successierechten enkel toegepast op het laagste aantal aandelen dat in bezit was.&nbsp; Hierover bestond in de rechtsleer discussie.&nbsp; Sommige stelden immers dat het voldoende was dat de overledene drie jaar lang minstens 50 % van de aandelen bezat om de vrijstelling te krijgen voor alle aandelen die hij bij op moment van het&nbsp; overlijden bezat.&nbsp; Maw ook voor die aandelen die hij tijdens de drie jaar voorafgaand aan het overlijden bijkomend in bezit had. <br />Om aan deze discussie een einde te stellen werden de voorwaarden aangescherpt.&nbsp; Voortaan is er geen discussie meer en moeten de aandelen waarvoor men de vrijstelling vraagt gedurende drie jaar lang in het bezit geweest zijn van de erflater &eacute;n de erflater moet drie jaar lang minstens 50 % van de aandelen in zijn bezit (of sommige familieleden) gehad hebben. </p>
	<p align="justify"><strong>Voorbeeld:</strong> <br />Een erflater bezit drie jaar voor zijn overlijden 60 % van de aandelen van een vennootschap.&nbsp; Twee jaar voor zijn overlijden verwierf hij echter bijkomend 25 % van de aandelen.&nbsp;&nbsp; Voortaan bestaat er geen discussie meer, dat de gevraagde vrijstelling enkel geldt voor de vermelde 60 % van de aandelen en niet voor de 25% bijkomende aandelen.&nbsp; </p>
	<p align="justify">-<strong>&nbsp;De tewerkstellingsvoorwaarde</strong></p>
	<p align="justify">Ook bestaat er een tewerkstellingsvoorwaarde zowel v&oacute;&oacute;r als na het overlijden die hier van belang is.&nbsp; Deze is echter recent gewijzigd.<br />De bal ging immers aan het rollen door een uitspraak van het Europese Hof van Justitie in een dispuut tussen de Administratie en de erfgenamen van de heer Joseph Vogten.&nbsp; Het was de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt die een prejudici&euml;le vraag had gesteld aan het Europese Hof.&nbsp; De overledene (Nederlander) woonde al dertien jaar in Belgi&euml;, maar zijn erfgenamen werd het 0%-tarief geweigerd omdat aan de tewerkstellingsvoorwaarde niet voldaan werd.&nbsp; Het was deze zogenaamde tewerkstellingsvoorwaarde, zowel van toepassing voor als na het overlijden, die in dit dispuut van belang is.&nbsp; <br />Het Europese Hof oordeelde dat hier een strijdigheid is met de vrijheid van vestiging.&nbsp; Afhankelijk van de plaats van tewerkstelling van de werknemers hebben we te maken met een indirecte discriminatie.&nbsp;&nbsp; <br />De Vlaamse wetgeving is ondertussen aangepast.&nbsp; De inwerkingtreding van de nieuwe regeling is 1 november 2007.</p>
	<p align="justify">Voortaan is de loonmassa van 500 000 EUR (wordt wel nog in een indexering voorzien) van belang.&nbsp; In het ontwerp van decreet wordt er ook verteld wat de motivatie hiervan is.</p>
	<p align="justify">Het spreekt voor zich dat het een tegemoetkoming is aan de uitspraak van het Europese Hof van Justitie.&nbsp; Ook moet het bijdragen tot een administratieve vereenvoudiging.</p>
	<p align="justify">De verantwoording geeft duidelijk een antwoord op een aantal vragen.&nbsp; </p>
	<p align="justify">Gezien het belang ervan wordt deze passus&nbsp; hieronder deels geciteerd.</p>
	<p align="justify">&nbsp;&ldquo;Het hoeft geen betoog dat het eenvoudig schrappen van de vereiste van lokalisatie van de tewerkstelling in het Vlaamse Gewest, moeilijkheden kan doen rijzen bij de bepaling van wat een werknemer is: dient hiervoor aan de criteria van het Belgische arbeidsrecht dan wel van het arbeidsrecht van de plaats van de effectieve tewerkstelling te worden voldaan? Of van het sociale zekerheidsrecht? Dit is een vraag van Europees recht, waarvoor uiteindelijk alleen het Europese Hof bevoegd is, en dit heeft zich over de vraag niet uitgesproken. </p>
	<p align="justify">Daarom wordt geopteerd voor een ander criterium, dat zo nauw mogelijk aansluit bij de oorspronkelijke doelstelling van de vrijstelling. De initi&euml;le doelstelling van de vrijstelling was de continu&iuml;teit van de ondernemingen en de daaraan gekoppelde tewerkstelling over generaties heen te verzekeren. Bij de keuze van dit ander criterium speelt ook het streven naar administratieve eenvoud en uitvoerbaarheid een rol. </p>
	<p align="justify">De vereiste van een minimum tewerkstelling per jaar of per kwartaal wordt hierbij vervangen door de vereiste van betaling van een minimum bedrag aan loonlasten in de totale periode van drie jaar v&oacute;&oacute;r het overlijden, en in de totale periode van vijf jaar n&agrave; het overlijden. Daarmee vervalt onder meer de berekening van het voortschrijdend glijdend gemiddelde aantal werknemers. </p>
	<p align="justify">In de regel wordt de vrijstelling voortaan toegekend voor ondernemingen die tenminste 500.000 euro aan loonlasten uitbetaald hebben in de drie jaren, of juister: in de twaalf kwartalen voorafgaand aan dat waarin het overlijden heeft plaatsgevonden. Het betreft hier kalenderkwartalen, zoals in de sociale zekerheid. Wanneer het overlijden bijvoorbeeld op 5 februari plaatsvindt, eindigt het laatste kwartaal dat wordt meegeteld op 31 december van het jaar voordien. </p>
	<p align="justify">Als de onderneming of vennootschap minder dan 500.000 euro aan loonlasten uitbetaalde in de relevante periode, dan geldt ook maar een proportionele vrijstelling. Veronderstel dat de uitbetaling van de loonlasten slechts ten belope van 100.000 euro kan aangetoond worden, dan zal maar &eacute;&eacute;n vijfde van de nettowaarde, vrijgesteld zijn. </p>
	<p align="justify">Alleen loonlasten uitbetaald aan werknemers, tewerkgesteld in de Europese Economische Ruimte, komen hiervoor in aanmerking. Voor de plaats van tewerkstelling wordt gelet op de aangiften in de sociale zekerheid, of, mochten deze niet voorhanden zijn, op de fiscale aangiften. Het is immers niet uitgesloten dat in bepaalde landen de sociale zekerheid ge&iuml;ntegreerd is &ndash; of in de toekomst nog ge&iuml;ntegreerd wordt &ndash; in de fiscaliteit. </p>
	<p align="justify">De definitie van loon is overgenomen uit artikel 141 van het EG-verdrag, handelend over het beginsel van gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke werknemers voor gelijke of gelijkwaardige arbeid, lid 2, dat bepaalt: &ldquo;onder beloning in de zin van dit artikel moet worden verstaan het gewone basisof minimumloon of -salaris en alle overige voordelen in geld of in natura die de werknemer uit hoofde van zijn dienstbetrekking direct of indirect van de werkgever ontvangt&rdquo;. </p>
	<p align="justify">De sociale zekerheidsbijdragen, die in Belgi&euml; deels ten laste zijn van de werkgever, werden er aan toegevoegd, teneinde tot een eenvormige maatstaf te komen. </p>
	<p align="justify">Voor de dienstboden wordt niet langer verwezen naar de Belgische wetgeving, maar wordt de definitie van de wet van 3 juli 1978, artikel 5, overgenomen. Er wordt ook gepreciseerd dat arbeid, verricht in het huishouden van een van de bedrijfsleiders van de vennootschap, niet geldt als tewerkstelling. </p>
	<p align="justify">Lonen, betaald aan de erflater-aandeelhouder zelf of zijn gezin, worden slechts ten belope van maximum 300.000 euro mee in rekening worden genomen. In sommige landen kan bijvoorbeeld de directeur-grootaandeelhouder als werknemer van zijn bedrijf beschouwd worden.&nbsp; Het is uiteraard niet de bedoeling dat hij dan ook als begunstigde van de loonlast wordt meegeteld met het oog op het bekomen van de vrijstelling van successierechten op familiale ondernemingen. </p>
	<p align="justify">De formule van het glijdend gemiddeld aantal werknemers &ndash; zoals dit wordt gedefinieerd in het huidige artikel 60bis &ndash; vervalt. Voortaan wordt alleen nog gelet op de totale loonlasten van de onderneming in de periode van vijf jaar &ndash; of juister: 20 kwartalen &ndash; na het overlijden. Ook hier gaat het om kalenderkwartalen. Wanneer het overlijden plaatsvond op 5 februari dan wordt het kwartaal van het overlijden zelf, in dit geval aanvangend op 1 januari, meegenomen als periode van betaling na het overlijden. </p>
	<p align="justify">Na het overlijden moet het niveau van loonuitkeringen globaal gezien behouden blijven, zoniet is er proportionele terugname. Desgevallend worden beide terugnemingen samen toegepast. </p>
	<p align="justify"><strong>Veronderstel</strong> dat een onderneming 200.000 &euro; uitbetaald heeft in de periode van 12 kwartalen v&oacute;&oacute;r het overlijden. De vererfde netto-waarde zal dus vrijgesteld zijn voor 200.000/500.000ste.&nbsp; In de periode van 20 kwartalen na het overlijden wordt moet in principe 5/3 van 200.000 = 333.333 &euro; aan loonlasten uitbetaald worden. Indien slechts 300.000 &euro; wordt uitbetaald, zal de vrijstelling verder beperkt worden tot: </p>
	<p align="justify">200.000/500.000 x 300.000/333.333 = 36%. </p>
	<p align="justify">In abstracto zal de vrijstelling dus gelijk zijn aan: <br />LMV/500.000 x (LMN / (LMV x 5/3))</p>
	<p align="justify">Waarbij <br />LMV = loonmassa in de twaalf kwartalen voor het overlijden <br />LMN = loonmassa in de 20 kwartalen na het overlijden. </p>
	<p align="justify">De laatste alinea van het nieuwe artikel 60bis tenslotte voorziet een indexatie, en desgevallend desindexatie, van de vermelde minimumbedragen. </p>
	<p align="justify">De inwerkingtreding van dit nieuwe systeem is voorzien op 1 november 2007, dit betekent dat voor alle overlijdens die plaatshebben vanaf deze datum de vrijstelling kan verleend worden wanneer &ndash; naaste alle andere grond- en vormvoorwaarden &ndash; de voorwaarden zoals omschreven in het hierbij aangepaste artikel 60bis, &sect;5, zijn voldaan. </p>
	<p align="justify">Naast de vervanging van de vereiste van tewerkstelling van een minimum aantal werknemers door de vereiste van betaling van een minimum bedrag aan loonlast wordt nog een bijkomende beperkte aanpassing doorgevoerd. </p>
	<p align="justify">Wanneer een proportionele vermindering wordt toegekend conform de huidige regelgeving (omdat de onderneming slechts &eacute;&eacute;n, twee, drie of vier in het Vlaamse Gewest tewerkgestelde werknemers telt, en dus niet het vereiste minimum van vijf werknemers bereikt) dan wordt de vrijstelling slechts toegekend en blijft ze slechts behouden voor zover gedurende vijf jaar na het overlijden de aandelen of de vorderingen blijven toebehoren aan de erfgenamen die de vrijstelling genoten. En wanneer een erfgenaam in de periode van vijf jaar komt te overlijden, blijft de vrijstelling slechts behouden voorzover diens aandeel in rechte lijn of tussen echtgenoten wordt vererfd. Deze dubbele voorwaarde bestaat niet wanneer de vrijstelling volledig wordt toegekend. Hiermee worden erfgenamen&nbsp; die aandelen in of vorderingen op een kleinere onderneming hebben verworven, geconfronteerd met beperkingen die niet voor de grotere ondernemingen worden opgelegd. Het onderscheid valt moeilijk te verklaren en daarom wordt met de voorliggende tekst dit vervreemdingsverbod geschrapt.&rdquo;&nbsp; </p>
	<p align="justify">Het vererven van de familiale vennootschap, ruimer dan enkel de aandelen &hellip; &#8211; deel 2<br />(vervolg op deel 1)</p>
	<p align="justify">Voor de volledigheid vermelden we ook ook nog dat het kapitaal, ge&iuml;nvesteerd in de vennootschap, gedurende vijf jaar na het overlijden niet mag dalen door uitkering of terugbetalingen ( art. 60bis &sect; 7 W. Succ. ). Wordt er een daling vastgesteld, dan wordt het normaal tarief evenredig verschuldigd verhoogd met de wettelijke interesten.&nbsp; </p>
	<p align="justify">Ook moet de vennootschap gedurende drie jaar v&oacute;&oacute;r en vijf jaar na het overlijden een jaarrekening opmaken( art. 60bis &sect; 8 W.Succ).</p>
	<p align="justify">Vandaag kennen we een (tijdelijke) versoepeling.&nbsp; Dit omwille van de economische crisis.&nbsp; Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de &lsquo;constitutieve periode&rsquo; (= de periode van twaalf kwartalen v&oacute;&oacute;r het overlijden) en de &lsquo;garantieperiode&rsquo; (= de periode van twintig kwartalen na het overlijden).</p>
	<p align="justify">Samengevat spreken we over de volgende periodes van overlijden. </p>
	<p align="justify"><strong>Overlijden van&nbsp; :</strong></p>
	<p align="justify">&bull;&nbsp;1 januari 2004 tot 31 oktober 2007: vrijstellling voor de &quot;tewerkstelling&quot; gedurende de garantieperiode;<br />&bull;&nbsp;1 november 2007 tot&nbsp; 31 maart 2011: vrijstelling voor de &quot;loonmassa&quot; gedurende de garantieperiode;<br />&bull;&nbsp;1 april 2009 tot 31 maart 2011: vrijstelling voor de &quot;loonmassa&quot;&nbsp; gedurende de constitutieve periode, met als gevolg dat de vrijstelling ook geldt tijdens de garantieperiode.<br />&bull;&nbsp;1 april 2011 en 30 juni 2014 : vrijstelling voor de &ldquo;loonmassa&rdquo;.&nbsp; Hier is het echter wel zo dat dit tot gevolg heeft dat voor overlijdens tot 30 juni 2014 er geen voorwaarden gelden n&aacute; het overlijden.&nbsp;&nbsp; Dit omwille van de manier van berekening.</p>
	<p align="justify">Wat in de praktijk al wel eens vergeten wordt, is dat de vrijstelling niet enkel voor de aandelen geldt.&nbsp;&nbsp; Ook de zogenaamde rekening courant kan verefd worden aan 0%.&nbsp; </p>
	<p align="justify">Artikel 60bis W.Vl.Succ zegt immers&nbsp; het volgende :<br />&ldquo;&sect; 1. In afwijking van artikelen 48 en 482 wordt van het successierecht vrijgesteld, de nettowaarde van : <br />a) de activa die door de erflater of zijn echtgenoot beroepsmatig zijn ge&iuml;nvesteerd in een familiale onderneming; en <br />b) de aandelen in een familiale vennootschap of vorderingen op een dergelijke vennootschap, op voorwaarde dat de onderneming of de aandelen van de vennootschap in de drie jaar voorafgaand aan het overlijden ononderbroken voor ten minste 50 procent toebehoorden aan de overledene en/of zijn echtgenoot, en dat deze spontaan in de aangifte van nalatenschap worden vermeld. &ldquo;</p>
	<p align="justify">Maar om al te creaieve fiscale geesten &lsquo;voor&rsquo; te zijn is er in een anti-rechtsmisburikbepaling voorzien (zie art. 60bis &sect; 6 W. Suc). </p>
	<p align="justify">Zowel kapitaalsverhogingen als bijkomende leningen, die in de loop van de laatste drie jaar voor het overlijden werden volgestort of toegestaan, komen niet in aanmerking voor de vrijstelling tenzij deze beantwoorden aan &quot;rechtmatige financi&euml;le of economische behoeften&rdquo;.</p>
	<p align="justify">Vergeet niet dat wat de rekening courant (geldlening) betreft ook andere fsicale regels van belang zijn.&nbsp; Meerbepaald wat de herkwalificering van de intrest in dividend betreft.&nbsp; </p>
	<p align="justify"><strong>Wat is hierbij van belang ?</strong><br />Het fiscaal vriendelijk stelsel van de RC is beperkt toepasbaar.&nbsp; Fiscaal vriendelijk omdat de rente aftrekbaar is in de vennootschap en de belastingdruk priv&eacute; beperkt is tot 15% roerende voorheffing.&nbsp; </p>
	<p align="justify">Artikel 18, 4&deg; WIB 1992, cruciaal in deze discussie, stelt het volgende :</p>
	<p align="justify">&ldquo;interest van voorschotten wanneer &eacute;&eacute;n van volgende grenzen wordt overschreden en in de mate van die overschrijding : <br />- ofwel de in artikel 55 gestelde grens, <br />- ofwel wanneer het totaal bedrag van de rentegevende voorschotten hoger is dan de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk. <br />Als voorschot wordt beschouwd, elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde geldlening verstrekt door een natuurlijk persoon aan een vennootschap waarvan hij aandelen bezit of door een persoon aan een vennootschap waarin hij een opdracht of functies als vermeld in artikel 32, eerste lid, 1&deg;, uitoefent, alsmede in voorkomend geval, elke geldlening verstrekt aan die vennootschap, door hun echtgenoot of hun kinderen wanneer die personen of hun echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen hebben, met uitzondering van (&hellip;)&rdquo;</p>
	<p align="justify">M.a.w. wie de vennootschap een geldlening verleent moet met deze passage dan ook zeker rekening houden.&nbsp; Vaak echter zijn de aandelen reeds geschonken aan de kinderen.&nbsp; Dit in het kader van een successieplanning.&nbsp; De ouders hebben geen mandaat meer in de vennootschap en zijn ook geen aandeelhouder of evnnoot meer.&nbsp; Kortom dan speelt het artikel van de herkwalificatie niet langer.</p>
	<p align="justify"><strong>OPGELET met managementvennootschappen.</strong></p>
	<p align="justify">Niet zelden behoudt de ouder toch nog zijn mandaat in de vennootschap.&nbsp; Om fiscale redenen en/of redenen van het niet willen verliezen van het pensioen wordt dit vaak onder de vorm van een managementvennootschap gebeuren.&nbsp; Een gepensioneerd iemand mag immers niet veel &lsquo;bijverdienen&rsquo;.</p>
	<p align="justify">De herkwalificatieregel van hierboven geldt oa wanneer een bedrijfsleider een geldlening toestaat aan die vennootschap waar hij bedrijfsleider is.&nbsp; Maar het dient een bedrijfsleider te zijn conform art 32 eerste categorie WIB 1992.&nbsp; <br />Hiermee wordt bedoeld een natuurlijk persoon die een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of gelijksoortige functies uitoefent.&nbsp; Maar een managementvennootschap is geen natuurlijk persoon &hellip; </p>
	<p align="justify">De Minister werd hierover recent bevraagd.&nbsp; De Minister stelt dat wanneer de bedrijfsleider zijn mandaat opneemt via een (management)vennootschap de herkwalificatieregel wel degelijk van toepassing is (Vraag nr. 39 van mevrouw Lejeune dd. 14.01.2009, Vr. en Antw., Kamer, 2008-2009, nr. 046, blz. 28-30).<br />Bij de definitie van bedrijfsleider staat : &lsquo;1&deg; een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of gelijksoortige functies uitoefent&rsquo;.&nbsp; De Minister stelt&nbsp; dat wanneer een mandaat van bedrijfsleider wordt opgenomen d.m.v. een vennootschap dan moet er een vaste vertegenwoordiger aangeduid worden.&nbsp; En de Minister stelt dat de &lsquo;vaste vertegenwoordiger&rsquo; kan gecatalogeerd worden als een &lsquo;gelijksoortige functie&rsquo;.&nbsp; </p>
	<p align="justify">Hou er rekening mee dat deze regel in de praktijk nog andere gevolgen heeft (herkwalificatie van onroerend inkomen in beroepsinkomen en notionele intrestaftrek).&nbsp; Maar dit is een ander verhaal &hellip;</p>
	<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/vererf-aan-0-het-familiebedrijf-alle-ins-en-outs/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Verblijvingsbeding onder last</title>
		<link>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/verblijvingsbeding-onder-last/</link>
		<comments>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/verblijvingsbeding-onder-last/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 30 Aug 2010 16:02:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Iven De Hoon</dc:creator>
				<category><![CDATA[Estate planning]]></category>
		<category><![CDATA[Nederbelgen]]></category>
		<category><![CDATA[Successierechten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/?p=739</guid>
		<description><![CDATA[Vandaag komt het (nog) regelmatig voor dat gehuwden onder het welttelijk stelsel ervoor gezorgd hebben dat de ganse gemeenschap overgaat naar de langstlevende.&#160; Dit wordt ook het verblijvingsbeding of &#8216;langst leeft al heeft&#8217; genoemd.&#160; Het resultaat is dat wie het langst leeft het ganse gemeenschappelijke vermogen zal verwerven.&#160; De kinderen komen (behoudens enkele uitzonderingen) nu [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p align="justify">Vandaag komt het (nog) regelmatig voor dat gehuwden onder het welttelijk stelsel ervoor gezorgd hebben dat de ganse gemeenschap overgaat naar de langstlevende.&nbsp; Dit wordt ook het verblijvingsbeding of &lsquo;langst leeft al heeft&rsquo; genoemd.&nbsp; Het resultaat is dat wie het langst leeft het ganse gemeenschappelijke vermogen zal verwerven.&nbsp; De kinderen komen (behoudens enkele uitzonderingen) nu nog niet in het successieverhaal voor.&nbsp; Pas later bij het overlijden van de langslevende ouder wel.&nbsp; Zulke bedingen zijn huwelijksvoordelen en vallen in principe niet in de nalatenschap (fiscaal wordt het wel belast, behoudens uitzondering).&nbsp; Maar dit verblijvingsbeding heeft twee nadelen :&nbsp; op een gedeelte zullen er tweemaal successierechten verschuldid zijn en de kinderen hebben niet de zekerheid of het gemeenschappelijk vermogen wel intact zal blijven. </p>
	<p><em>Een verblijvingsbeding onder last komt hieraan tegemoet op de volgende manier.</em></p>
	<p align="justify">Het gemeenschappelijk vermogen komt in volle eigendom toe aan de langstlevende echtgenoot, maar dit wel onder de last om aan de nalatenschap van de eerststervende een bedrag gelijk aan de waarde van de nettohelft van deze gemeenschap uit te betalen. De betaling ervan kan in principe niet tijdens het leven van de langstlevende gevorderd worden.</p>
	<p align="justify">Let wel dat hierdoor er mogelijk een fiscaal nadeel optreedt.&nbsp; De Vlaamse splitsing tussen onroerende en roerende goederen wordt immers teniet gedaan. De schuldvordering maakt deel uit van de nalatenschap maar is wel roerend van aard. Dit komt nog sterker aan de oppervlakte wat de Vlaamse vrijsteling voor de gezinswoning betreft.&nbsp;De werking van de clausule zorgt er immers voor dat de vrijgestelde gezinswoning wordt omgezet in een niet-vrijgestelde (roerende) schuldvordering.&nbsp; </p>
	<p align="justify">De overlevende echtgenoot betaalt successierechten op het &#39;vruchtgebruik&#39; van de roerende schuldvordering. De overige erfgenamen betalen successierechten op de geactualiseerde waarde van de roerende schuldvordering.</p>
	<p align="justify">De last (al dan niet met intrest) wordt in feite berekend rekening houdende met de actualisatie van de vordering ervan, want het betreft immers een schuldvordering die pas opeisbaar wordt bij de uitdoving van het vruchtgebruik (het overlijden van de langstlevende echtgenote). </p>
	<p align="justify">De formule die hiervoor gebruikt wordt is de volgende : <br />K = Kn / (1 + i) n <br />K = de actuele waarde van de schuldvordering<br />i = de intrestvoet <br />n = de levensverwachting van de overlevende echtgenoot. <br />Kn = toekomstige waarde</p>
	<p>Het volgende voorbeeld maakt dit principe duidelijk.</p>
	<p>Man en vrouw gehuwd onder het wettelijk stelsel , hebben twee kinderen<br />Wat gebeurt er wanneer de man eerst sterft er al dan niet gekozen is voor een verblijvingsbeding onder last.</p>
	<p><u>Samenstelling vermogen</u> :</p>
	<p>Roerende goederen : &nbsp;&nbsp;600.000 euro<br />Onroerende goederen : &nbsp;<br />Appartement(en)&nbsp; &nbsp;400.000 euro<br />Woonhuis&nbsp;&nbsp;&nbsp;400.000 euro</p>
	<p><strong>-&nbsp;met verblijvngsbeding ONDER LAST</strong></p>
	<p>Hier wordt de helft van de gemeenschap als schuldvordering vererfd nl <br />700.000 euro (roerend vermogen)</p>
	<p><u>Na eerste overlijden (mevrouw 60 jaar)</u></p>
	<p>Actualisatie van de vordering :<br />K &nbsp;= Kn / (1 + i) n <br />&nbsp;= 700.000 / (1,04)25,22<br />&nbsp;= 260.325 euro</p>
	<p>De echtgenote betaalt successierechten op 439.674 euro en de kinderen elk op 130.163 euro.</p>
	<p><u>Successierechten</u><br />Vrouw&nbsp;&nbsp;&nbsp;70.712 euro<br />Kinderen samen&nbsp;17.428&nbsp;&nbsp;&nbsp; euro</p>
	<p>Totaal 88.140 euro</p>
	<p><u>Na tweede overlijden:</u></p>
	<p>Nalatenschap 1.400.000 euro minus de last van 700.000 euro.<br />Deze last kan verhoudingsgewijs aangerekend worden op het roerend en het onroerend vermogen.</p>
	<p>Onroerend <br />800.000 &ndash; 400.000 = 400.000<br />Roerend<br />600.000 &ndash; 300.000 = 300.000</p>
	<p>Kinderen samen 51.000 euro</p>
	<p><u>Totaal te betalen successierechten na de twee overlijdens : 139.141 euro</u></p>
	<p><strong>WETTELIJKE verdeling (dus zonder verblijvngsbeding ONDER LAST)</strong></p>
	<p><u>Eerste overlijden</u></p>
	<p>Successierechten</p>
	<p>Vrouw&nbsp;&nbsp;&nbsp;11.100 euro<br />Kinderen samen&nbsp;27.160&nbsp;&nbsp; euro</p>
	<p><u>Totaal 38.160 euro</u></p>
	<p><u>Na tweede overlijden:</u></p>
	<p>Successierechten<br />Kinderen samen 51.000 euro</p>
	<p>Totaal te betalen successierechten na de twee overlijdens : 89.160 euro</p>
	<p><strong>Besluit</strong></p>
	<p>De constructie met een verblijvingsbeding onder last is nog duurder dan de klassieke verdeling.&nbsp; De reden hiervoor is dat de splitsing onroerend en roerend en de vrijstelliing van de gezinswoning bij de wettelijke verdeling wel mogelijk is en niet bij een verblijvingsbeding onder last.&nbsp; Wel heeft de echtgenote bij een verblijvingsbeding onder last meer vrijheid wat deze meerkost zeker kan verantwoorden.</p>
	<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/verblijvingsbeding-onder-last/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De vermindering voor gehandicapte erfgenamen</title>
		<link>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/de-vermindering-voor-gehandicapte-erfgenamen/</link>
		<comments>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/de-vermindering-voor-gehandicapte-erfgenamen/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 12 Aug 2010 12:28:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Iven De Hoon</dc:creator>
				<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Estate planning]]></category>
		<category><![CDATA[Nederbelgen]]></category>
		<category><![CDATA[Successierechten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/?p=718</guid>
		<description><![CDATA[Er bestaat een vermindering voor gehandicapte erfgenamen.&#160; Een vermindering die in de praktijk niet altijd gekend is. Een gehandicapt iemand wordt gedefinieerd op de volgende manier : 1&#176; diegene van wie, ongeacht de leeftijd, is vastgesteld dat ingevolge feiten overkomen en vastgesteld v&#243;&#243;r de leeftijd van 65 jaar : -&#160;ofwel zijn lichamelijke of geestelijke toestand [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p>Er bestaat een vermindering voor gehandicapte erfgenamen.&nbsp; Een vermindering die in de praktijk niet altijd gekend is.</p>
	<p><u>Een gehandicapt iemand wordt gedefinieerd op de volgende manier</u> :</p>
	<p>1&deg; diegene van wie, ongeacht de leeftijd, is vastgesteld dat ingevolge feiten overkomen en vastgesteld v&oacute;&oacute;r de leeftijd van 65 jaar : <br />-&nbsp;ofwel zijn lichamelijke of geestelijke toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot &eacute;&eacute;n derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen ; <br />-&nbsp;ofwel zijn gezondheidstoestand een volledig gebrek aan, of een vermindering van zelfredzaamheid van ten minste 9 punten tot gevolg heeft, gemeten volgens de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wetgeving met betrekking tot de tegemoetkomingen aan gehandicapten ; <br />-&nbsp;ofwel na de periode van primaire ongeschiktheid, bepaald in artikel 87 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen geco&ouml;rdineerd op 14 juli 1994, zijn verdienvermogen is verminderd tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 100 van dezelfde geco&ouml;rdineerde wet ; <br />-&nbsp;ofwel hij, ingevolge een administratieve of gerechtelijke beslissing, tot ten minste 66 pct. blijvend lichamelijk of geestelijk gehandicapt of arbeidsongeschikt is verklaard ; </p>
	<p>2&deg; het kind dat tot ten minste 66 pct. is getroffen door ontoereikende of verminderde lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens &eacute;&eacute;n of meer aandoeningen. </p>
	<p><em>Een gehandicapte persoon kan in Vlaanderen dan genieten van een vrijstelling van de successierechten</em>&nbsp; <br />De grootte van deze vrijstelling wordt bepaald in functie van : <br />-&nbsp;de leeftijd van de gehandicapte en <br />-&nbsp;de graad van verwantschap met de overledene.</p>
	<p>Deze vrijstelling is een zogenaamde<u> &lsquo;voetvrijstelling&rsquo;</u> wat betekent dat ze eerst op de laagste schijven wordt aangerekend.&nbsp;&nbsp; <br />De volgende tabel (deze kennen we ook om het vruchtgebruik te berekenen inzak het wetboek successierechten)&nbsp; is hierbij van belang (zie verder): </p>
	<p>Jaar&nbsp;Leeftijd vruchtgebruiker<br />18&nbsp;voor iemand die 20 jaar is of minde<br />17&nbsp;voor iemand oven 20 tot 30 jaren oud<br />16&nbsp;voor iemand boven 30 tot 40 jaren oud<br />14&nbsp;voor iemand boven 40 tot 50 jaren oud<br />13&nbsp;voor iemand boven 50 tot 55 jaren oud<br />11&nbsp;voor iemand boven 55 tot 60 jaren oud<br />9,5&nbsp;voor iemand boven 60 tot 65 jaren oud<br />8&nbsp;voor iemand boven 65 tot 70 jaren oud<br />6&nbsp;voor iemand boven 70 tot 75 jaren oud<br />4&nbsp;voor iemand boven 75 tot 80 jaren oud<br />2&nbsp;voor iemand ouder dan 80 jaren oud</p>
	<p><u>-&nbsp;De gehandicapte erft van iemand&nbsp;volgens de tarieven in de rechte lijn&nbsp; <br /></u>De vrijstelling wordt berekend door 3.000 euro te vermenigvuldigen met de co&euml;ffici&euml;nt die met zijn leeftijd overeenstemt conform de hierboven vermelde tabel.<br />Bv&nbsp; een gehandicapte persoon is 43 jaar en erft van zijn moeder : 3.000 x 14 = 42.000 euro vrijstelling. <br />Het bedrag van de vrijstelling wordt zoals reeds vermeld (voetvrijstelling) eerst aangerekend op de laagste schijven en vervolgens op zijn netto-erfdeel in de onroerende massa. Het wordt pas aangerekend op zijn netto-erfdeel in de roerende massa als het erfdeel in de onroerende massa door de vrijstelling tot nul wordt herleid. </p>
	<p><u>-&nbsp;De gehandicapte erfgenaam erft niet volgens de tarieven in de rechte lijn<br /></u>Dan wordt de vrijstelling berekend door een bedrag van 1.000 euro te vermenigvuldigen met de corresponderde co&euml;ffici&euml;nt van zijn leeftijd.<br />Bv een gehandicapte persoon van 43 jaar die erft van zijn tante : 1.000 x 14 = 14.000 euro vrijstelling. </p>
	<p><u>Toepassing </u></p>
	<p>Luk erft van zijn vader (dus in rechte lijn).&nbsp; Luk is gehandicapt (confom de wettelijk definitie) en is op het moment van het overlijden van vader 43 jaar. <br />De nalatenschap bestaat uit<br />-&nbsp;Roerende goederen : &nbsp;100.000 euro<br />-&nbsp;Onroerende goederen : &nbsp;200.000 euro</p>
	<p><u>Successierechten :</u></p>
	<p>Roerende goederen :&nbsp;&nbsp;6.000 euro<br />Onroerende goederen :&nbsp;15.000 euro<br />&nbsp;- vrijstelling 3% op 42.000 euro (= 14 x 3000 euro) = 1.260 euro</p>
	<p><u>Totaal = 19.740 euro</u></p>
	<p><u>Kortom een korting van 1.260 euro.</u>&nbsp; </p>
	<p>In de aangifte successierechten kan men de volgende vermelding opnemen :<br />&ldquo;Hierbij (cfr bijlage) bevestigen we dat &hellip; een handicap heeft van 66% (invaliditeitsnr &hellip;).&nbsp; Dit om de&nbsp; vrijstelling successierechten van art 54 W.Succ te kunnen genieten begroot door een bedrag van &hellip; (3.000 of 1.000 euro) te vermenigvuldigen met het met haar/zijn leeftijd overeenstemmend cijfer in artikel 21, V, van het Wetboek der Successierechten&rdquo;.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/de-vermindering-voor-gehandicapte-erfgenamen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De aankoop van een onroerend goed door de vennootschap. Een alternatieve werkwijze …</title>
		<link>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/de-aankoop-van-een-onroerend-goed-door-de-vennootschap-een-alternatieve-werkwijze-%e2%80%a6/</link>
		<comments>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/de-aankoop-van-een-onroerend-goed-door-de-vennootschap-een-alternatieve-werkwijze-%e2%80%a6/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 04 Aug 2010 16:02:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Iven De Hoon</dc:creator>
				<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Estate planning]]></category>
		<category><![CDATA[Nederbelgen]]></category>
		<category><![CDATA[Vastgoedrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/?p=712</guid>
		<description><![CDATA[Uitgangspunt Vandaag bezit u een woning waarin u priv&#233; woont.&#160; De woning wordt te klein en u wenst een andere woning aan te kopen.&#160; De bestaande woning wenst u echter te behouden en te verhuren.Gedurende jaren werkt u reeds met een vennootschap.&#160; De gedachte leeft dan ook om dit onroerend goed (&#8216;nieuwe&#8217; woning) aan te [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p align="justify"><u>Uitgangspunt</u></p>
	<p align="justify">Vandaag bezit u een woning waarin u priv&eacute; woont.&nbsp; De woning wordt te klein en u wenst een andere woning aan te kopen.&nbsp; De bestaande woning wenst u echter te behouden en te verhuren.<br />Gedurende jaren werkt u reeds met een vennootschap.&nbsp; De gedachte leeft dan ook om dit onroerend goed (&lsquo;nieuwe&rsquo; woning) aan te kopen via uw vennootschap.</p>
	<p align="justify">De aankoop via een vennootschap biedt immers een aantal voordelen doch ook een aantal&nbsp; nadelen.</p>
	<p align="justify">Hier vindt u een overzicht van enkele voor- en nadelen van vastgoed in de vennootschap.</p>
	<p align="justify"><u>Voordelen :</u></p>
	<p align="justify">&bull;&nbsp;De vennootschap schrijft het gebouwd onroerend goed af.&nbsp; De grond kan niet afgeschreven worden.&nbsp; De aanschaffingskosten op de grond zijn echter wel aftrekbaar.<br />&bull;&nbsp;De vennootschap kan alle mogelijke kosten van haar belastbare winst aftrekken , zoals bv. kosten voor onderhoud en herstellingen, de onroerende voorheffing, verzekeringspremies, enz.<br />&bull;&nbsp;De intresten verbonden aan leningen zijn integraal aftrekbaar en dit niet enkel t.b.v. het onroerend inkomen zoals dit wel het geval is in de personenbelasting (bouwsparen, lange-termijnsparen, gewone en bijkomende intrestaftrek en de aftrek enige eigen woning);<br />&bull;&nbsp;Latere successieplanning kan gebeuren via een schenking van de aandelen.<br />&bull;&nbsp;Vanaf aanslagjaar 2004 betaalt een vennootschap geen onroerende voorheffing meer voor dat gedeelte voor het Vlaams Gewest<br />&bull;&nbsp;(&hellip;)</p>
	<p align="justify"><u>Nadelen :</u></p>
	<p align="justify">&bull;&nbsp;Indien het een onroerend goed betreft waarin men priv&eacute; woont, dan moet men hiervoor de vennootschap vergoeden.&nbsp; Zoniet wordt dit belast als een voordeel van alle aard waardoor mogelijk meer sociale zekerheidsbijdragen moeten betaald worden en de fiscale druk aldus verhoogt.<br />&bull;&nbsp;De huurgelden die de vennootschap ontvangt, worden integraal bij haar belastbare winst gevoegd.&nbsp; Dit is niet altijd zo in de personenbelasting.<br />&bull;&nbsp;Als de vennootschap het onroerend goed later verkoopt dan zal in de regel een meerwaarde gerealiseerd worden.&nbsp; Deze meerwaarde (= re&euml;le marktwaarde minus boekwaarde op moment van verkoop) wordt belast in de vennootschapsbelasting.<br />&bull;&nbsp;Mocht men later de aandelen van de vennootschap verkopen, dan kan het onroerend goed, dat eigendom is van de vennootschap, dit bemoeilijken (art. 329 W.Venn (bvba) en art. 629 W.Venn (nv)).&nbsp; <br />&bull;&nbsp;Indien niet vooraf een schenking is gebeurd van de aandelen dan zal de eindafrekening van de successierechten mogelijk hoger uitvallen (geen splitsing onroerende en roerende goederen).<br />&bull;&nbsp;De notionele intrestaftrek die de vennootschap geniet op haar (gecorrigeerd) eigen vermogen wordt negatief be&iuml;nvloed door een onroerend goed of een zakelijke recht waarvan de bedrijfsleider (bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar van de vennootschap) alsook zijn of haar echtgeno(o)t(e) of de niet-ontvoogde minderjarige kinderen van de hiervoor genoemde personen het gebruik hebben .&nbsp; <br />&bull;&nbsp;De inbreng van een woning betekent 10 % registratierechten.<br />&bull;&nbsp;De recente vrijstelling voor het vererven van de gezinswoning door &lsquo;partners&rsquo; is niet van toepassing bij het vererven van aandelen.<br />&bull;&nbsp;De huur die kan aangerekend worden aan de vennootschap is beperkt.&nbsp; Zoniet zal een gedeelte als bezoldiging fiscaal aanzien worden.<br />&bull;&nbsp;Beroepsaansprakelijkheid <br />&bull;&nbsp;Meeneembaarheid van de registratierechten<br />&bull;&nbsp;Abattement<br />&bull;&nbsp;(&hellip;)</p>
	<p align="justify">NOOT Vruchtgebruik is ook mogelijk.&nbsp; Maar hier moet u opletten.&nbsp; De rulingcommissie heeft haar nieuw standpunt samengevat op de volgende manier :</p>
	<p align="justify">De <u>rulingcommissie </u>stelt dat een herkwalificatie o.b.v. art 344 &sect;1 WIB 1992 door hen niet zal toegepast worden mits het respecteren van de volgende voorwaarden :</p>
	<p align="justify">-&nbsp;De aanvraag moet een concreet project betreffen.<br />-&nbsp;De aanvrager moet de akte zo volledig mogelijk omschrijven zonder er een juridische kwalificatie aan te geven of wetsartikels toe te voegen.&nbsp; De ontwerpakte moet eraan toegevoegd worden.<br />-&nbsp;Het vruchtgebruik moet juridisch in concreto de uitwerking hebben van een tijdelijk zakelijk recht.<br />-&nbsp;De waardering dient correct te zijn o.b.v. de werkelijke waarde ervan.&nbsp; De forfaitaire rekenregels die we kennen in het wetboek successie- en registratierechten mogen niet gebruikt worden inzake de inkomstenbelastingen.<br />-&nbsp;Ook moet er rekening gehouden worden met de werken die nog moeten uitgevoerd worden, met de staat van het onroerend goed, de bijkomende kosten en de werkelijke bestemming van het onroerend goed.<br />-&nbsp;De werken die uitgevoerd worden door de vruchtgebruiker verplichten ook dat er er bepaald moet worden of er al dan niet een vergoeding door de blote eigenaar hiervoor zal moeten betaald worden.<br />-&nbsp;Er moet ook een noodzakelijk verband bestaan tussen de aftrekbare kosten en de activiteit van de vennootschap.</p>
	<p align="justify">Maar kan het ook anders ?&nbsp; I.p.v. het &lsquo;nieuwe&rsquo; onroerend goed aan te kopen via de vennootschap en het andere priv&eacute; te behouden ?</p>
	<p align="justify"><u>Ja, dit kan ook anders</u>.&nbsp; Er kan aan gedacht worden het bestaande onroerend goed (woning) te verkopen aan de vennootschap en de &lsquo;nieuwe&rsquo; woning priv&eacute; aan te kopen.&nbsp; </p>
	<p align="justify">We verduidelijken een aantal redenen.</p>
	<p align="justify"><u>1.&nbsp;De meeneembaarheid van de registratierechten</u></p>
	<p align="justify">Met meeneembaarheid van de registratierechten wordt bedoeld dat de registratierechten die men heeft betaald bij de aankoop van een onroerend goed in het Vlaams Gewest in mindering worden gebracht van de registratierechten die men moet betalen bij een volgende aankoop van een onroerend goed.&nbsp;&nbsp; De meeneembaarheid ken een maximum van 12.500 euro en onder een aantal strikte voorwaarden.&nbsp;&nbsp; Vaak wordt als synoniem het &lsquo;rugzakprincipe&rsquo; gebruikt.<br />Deze meeneembaarheid kan op twee manieren plaats vinden : door een verrekening of een teruggaaf.</p>
	<p align="justify">Kortom op de aankoop van de nieuwe woning mag men de toenmalige betaalde registratierechten in mindering brengen met een maximum van 12.500 euro omdat in onze casus de bestaande woning wordt verkocht aan de vennootschap.</p>
	<p align="justify"><u>2.&nbsp;Notionele intrestaftrek</u></p>
	<p align="justify">Zoals bekend wordt de notionele interestaftrek toegepast op het boekhoudkundig eigen vermogen van de vennootschap op het eind van het vorige boekjaar.&nbsp; Dit eigen vermogen ondergaat echter wel een aantal correcties. <br />E&eacute;n van deze correcties betreft de boekwaarde van een onroerend goed waarvan de bedrijfsleider van de het gebruik heeft (noot zakelijke rechten zoals vruchtgebruik worden ook geviseerd).<br />Maar hier is er geen enkel probleem.&nbsp; De woning waar men priv&eacute; in woont, wordt immers niet door de vennootschap aangekocht.&nbsp; M.a.w. van deze correctie is hier dan ook geen sprake.</p>
	<p align="justify"><u>3.&nbsp;Rekening courant</u></p>
	<p align="justify">Wanneer de vennootschap het onroerend goed &lsquo;extern&rsquo; financiert dmv een bankkrediet dan ontvangt u als verkoper onmiddellijk de gelden.&nbsp; De vennootschap betaalt het afgesloten krediet aan de bank gespreid terug.&nbsp; De intresten die betrekking hebben op het krediet zijn aftrekbaar in de vennootschap.<br />&nbsp;<br />U kan echter ook opteren om de woning over te dragen maar de vordering die u heeft op de vennootschap wordt niet onmiddellijk vergoed.&nbsp; U zal hiervoor aan de vennootschap een intrest mogen aanrekenen.&nbsp; Op deze manier wordt er een zogenaamde rekening courant gecre&euml;erd.&nbsp; De intrest is aftrekbaar in de vennootschap en wordt maar belast aan 15% roerende voorheffing.<br />Wel rekening houden met het feit dat de aangerekende intrest niet hoger mag zijn dan de marktrente.&nbsp; De tweede grens is hier minder aan de orde omdat er van een geldlening geen sprake is.&nbsp; De recente rechtspraak (waaronder het Hof van Cassatie) stelt dit ook.&nbsp; De vraag is echter of de fiscus haar houding wenst te wijzigen &hellip;</p>
	<p align="justify">Door de verkoop van de bestaande woning aan de vennootschap kan er hier geoptimaliseerd worden.&nbsp; De gelden kunnen fiscaal vriendelijk aan de vennootschap onttrokken worden.&nbsp; Het bijkomend voordeel van de intresten is leuk meegenomen.</p>
	<p align="justify"><u>4.&nbsp;Geen voordeel van alle aard</u> </p>
	<p align="justify">Als de woning in de vennootschap zit en deze woning wordt gratis terbeschikking gesteld aan u als bedrijfsleider dan wordt er een voordeel van alle aard aangerekend.<br />Dit voordeel wordt forfaitair vastgesteld als volgt :<br />&bull;&nbsp;K.I. (niet ge&iuml;ndexeerd) van de woning is kleiner of gelijk aan 745 euro ; voordeel van alle aard = K.I. x 1,5461 (index.co&euml;ffici&euml;nt voor Aj 2011)&nbsp; x 1,25 x 5/3<br />&bull;&nbsp;K.I. (niet ge&iuml;ndexeerd) van de woning is groter dan 745 euro ; voordeel van alle aard = K.I. x 1,5461 (index.co&euml;ffici&euml;nt voor Aj 2011)&nbsp; x 2 x 5/3</p>
	<p align="justify">Wanneer maar een gedeelte in de vennootschap zit dan zal dit voordeel van alle aard ook kleiner zijn.&nbsp; </p>
	<p align="justify">Maar dit is hier allemaal niet aan de orde omdat de woning , die priv&eacute; wordt gebruikt, priv&eacute; eigendom is en niet van de vennootschap.</p>
	<p align="justify"><u>5.&nbsp;Verhuren van de woning aan de vennootschap</u></p>
	<p align="justify">Hier koopt u als bedrijfsleider (al dan niet samen met&nbsp; uw part&not;ner) het onroerend priv&eacute; aan en u (en mogelijk ook partner) zal het dan (gedeeltelijk) verhuren aan de vennoot-schap.&nbsp; De huur die mag aangereke&not;n worden echter beperkt om nog gecatalogeerd te kunnen worden als onroerend inkomen : 5/3 x KI x revalorisatieco&euml;ffi&not;ci&euml;nt (aj. 2011: 3,87).<br />&not;Het surplus zal worden geherkwalificeerd als een beroeps&not;inko&not;men wat een hogere fiscale druk zal betekenen en mogelijk ook een verhoging van de&nbsp; sociale zekerheidsbijdragen.&nbsp;&nbsp; De&not;ze maxiumum-regel geldt enkel i.g.v. een verhuur door de bedrijfsleider aan de vennootschap en niet door een derde. M.a.w. de partner van u kan ook een stuk verhuren aan de vennootschap zonder dat er met het wettelijke maximum voor dat gedeelte moet rekening gehouden worden.&nbsp;&nbsp; Dit in de veronderstelling dat uw partner geen bedrijfsleider is, want anders speelt de herkawlificatie terug voor de totaliteit.</p>
	<p align="justify"><u>6.&nbsp;Aftrek enige eigen woning</u></p>
	<p align="justify">Last but not least kan er nog een bijkomende optimalisatie optreden wanneer de hypothecaire lening ter sprake komt.</p>
	<p align="justify">Sinds 1 januari 2005 kennen we de nieuwe fiscaliteit van een hypothecaire lening en de aftrek enige eigen woning.&nbsp; </p>
	<p align="justify">De kenmerken van deze aftrek enige eigen woning&nbsp; zijn kort samengevat :</p>
	<p align="justify">-&nbsp;de aftrek mag niet hoger zijn dan 2.080 euro (Aj 2011) per belastingplichtige. <br />-&nbsp;dit bedrag wordt nog verhoogd met 690 euro (Aj 2011) voor de eerste tien jaar op voorwaarde dat de eigen woning de enige woning blijft (zoniet is de verhoging definitief verloren).<br />-&nbsp;voor gezinnen met drie kinderen of meer ten laste op datum van 1 januari volgend op het jaar van de afsluiting van de lening, wordt het bedrag nogmaals verhoogd met 70 EUR (Aj 2011), eveneens enkel voor de eerste tien jaar. </p>
	<p align="justify">Deze aftrek omvat zowel de intresten, kapitaalaflossingen als de verzekeringspremies.</p>
	<p align="justify"><u>Voorwaarden lening</u> :</p>
	<p align="justify">De lening moet een hypothecaire lening zijn en een looptijd hebben van ten minste tien jaar.</p>
	<p align="justify">De aftrek komt ook enkel zogenaamde &quot;nieuwe leningen&quot; ten goede, nl leningen die :&nbsp; </p>
	<p align="justify">&bull;&nbsp;afgesloten zijn na 1 januari 2005 en<br />&bull;&nbsp;afgesloten worden voor het verwerven of behouden van een enige eigen woning en<br />&bull;&nbsp;zonder dat er nog intresten of kapitaal van een bestaande (oude) lening in aftrek genomen worden.</p>
	<p align="justify"><u>Voorwaarden woning</u> :</p>
	<p align="justify">Deze nieuwe aftrek komt enkel in aanmerking (specifiek) voor het verwerven of behouden van de enige woning die tevens de eigen woning moet zijn.&nbsp; Hierbij komt de voorwaarde dat het gekozen beoordelingstijdstip uiterlijk in principe 31 december moet zijn van het jaar waarin het leningscontract werd gesloten.&nbsp; </p>
	<p align="justify">Maar de wetgever heeft snel ingezien dat dit in de praktijk tot problemen kon leiden.&nbsp; Een versoepeling was het gevolg.</p>
	<p align="justify"><u>enige woning</u></p>
	<p align="justify">Is men op 31 december van het jaar van aangaan van de lening nog eigenaar van een andere woning, dan kan men toch reeds de aftrek toepassen.&nbsp; <br />Maar dit wel enkel onder de dubbele voorwaarde dat deze woning reeds te koop staat uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de lening werd aangegaan en dat deze woning ook uiterlijk op 31 december van het jaar volgend op het jaar van het afsluiten van de lening verkocht is. </p>
	<p align="justify"><u>eigen woning</u></p>
	<p align="justify">Het principe is ook hier dat het de eigen woning moet zijn op 31 december van het afsluiten van de lening.&nbsp; Maar als men de nieuwe of gerenoveerde woning op 31 december van het jaar van het aangaan van de lening nog niet kan betrekken omdat de stand van de bouw- of verbouwingswerken het nog niet toelaten in de woning te gaan wonen of de vorige eigenaar blijft nog in de woning wonen omwille van wettelijke of contractuele belemmeringen, dan krijgt men extra tijd om de woning te betrekken.&nbsp; Dit tot 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van aangaan van de lening.&nbsp; Aanvankelijk verloren de belastingplichtigen die niet binnen een jaar hun vorige woning hebben verkocht of binnen twee jaar een nieuwbouw kunnen betrekken volgend op het jaar waarin de lening werd aangegaan, het recht op de aftrek voor de enige eigen woning voor de rest van de looptijd van hun lening. De werd gewijzigd door de belastingplichtigen het recht op aftrek alsnog toe te kennen of terug toe te kennen ingeval van vertraging om de woning te betrekken (wettelijke of contractuele belemmeringen of igv vertraging bij de de bouw- of verbouwwerkzaamheden).&nbsp; </p>
	<p align="justify">Zover kort samengevat het algemene kader van de aftrek enige eigen woning.</p>
	<p align="justify">Maar omwille van het feit dat de huidige woning verkocht wordt aan de vennootschap en een enige eigen &lsquo;andere&rsquo; woning aangekocht wordt, kan er geoptimaliseerd worden door de aftrek te genieten van de twee leningen.&nbsp; Dit in de veronderstelling dat er een nog een hypothecaire lening loopt op de &lsquo;oude&rsquo; woning.</p>
	<p align="justify">De combinatie tijdens hetzelfde jaar en bij dezelfde belastingplichtige van zowel de aftrek voor enige eigen woning&nbsp; als de belastingvermindering voor bouwsparen is in principe niet mogelijk. Toch kan die combinatie zich voordoen in een aantal gevallen. (zie Ci.RH.26/581.538, AOIF 20/2007 dd.17 juli 2007).</p>
	<p align="justify">E&eacute;n van deze gevallen is hier van toepassing.<br />U heeft nog een lening lopen van v&oacute;&oacute;r 2005 voor de enige eigen woning en vandaag koopt u een nieuwe enige eigen woning. De &lsquo;oude&rsquo; woning wordt immers verkocht (aan de eigen vennootschap).&nbsp;&nbsp; Als&nbsp; de oude lening &#8211; na pandwissel &ndash; verder loopt dan kan deze verder in aftrek genomen worden !&nbsp; <br />De nieuwe lening komt in aanmerking voor de aftrek enige eigen woning.&nbsp; De beide leningen mogen dus gecumuleerd worden zolang ze beide lopen &#8230;</p>
	<p align="justify"><strong>Besluit</strong> </p>
	<p align="justify">I.p.v. de nieuwe aankoop te realiseren door de vennootschap is het toch de moeite waard even ne te kijken of het niet anders kan, nl de nieuwe aankoop priv&eacute; aanschaffen en de bestaande woning verkopen aan de vennootschap.&nbsp; </p>
	<p align="justify">Het spreekt voor zich dat het er een afweging zal moeten gemaakt worden.&nbsp; Vergeet immers niet dat de verkoop van de bestaande woning aan de vennootschap betekent dat er enerzijds registratierechten moeten betaald worden (10%) en anderzijds dat de huurgelden in de vennootschap zullen terecht komen.</p>
	<p align="justify">De rekenmachine zal ook nu weer moeten boven gehaald worden.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.bespaarbelastingen.be/algemeen/de-aankoop-van-een-onroerend-goed-door-de-vennootschap-een-alternatieve-werkwijze-%e2%80%a6/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

