Cassatie bevestigt! Geen successierechten dankzij ‘sterfhuisconstructie… een mooie dag!

Artikel 5. De ganse problematiek heeft te maken met één van de zogenaamde fictieartikels.  Hier meerbepaald het fictieartikel 5 W.Succ. Dit zorgt ervoor dat wanneer één van de echtgenoten sterft en de langstlevende het gemeenschappelijk vermogen verkrijgt en dit op voorwaarde van overleving er getaxeerd wordt. 

Maar dit betekent concreet dat wanneer in het huwelijkscontract er een beding (zogenaamd sterfhuisbeding) werd opgenomen dat een van de echtgenoten het gemeenschappelijk vermogen in elk geval, dus ongeacht de oorzaak van onbinding van het huwelijk, verkrijgt, art 5 W.Succ niet langer van toepassing is. Dit opent perspectieven …

Let wel dit houdt ook een aantal gevaren in, want wanneer het tot een echtscheiding komt, dan zal ook die echtgenoot het ganse gemeenschappelijke vermogen verwerven (kan wel opgevangen worden). Ook zal de fiscale druk toenemen wanneer net de vernoemde echtgenoot, tegen de verwachting in, eerst sterft. 

Ook zal de eindfactuur bij het tweede overlijden duurder uitvallen. Er zijn wel geen successierechten verschuldigd bij het eerste overlijden, maar later mogelijk des te meer. De kinderen erven dan het ganse vermogen en kunnen daardoor in de hogere tarieven vallen.  Een gepaste successieplanning nadien is mogelijk dan wel aan de orde. 

Maar … er was nog een open vraag. Stel iemand breidt het gemeenschappelijk vermogen uit door eigen goederen in te brengen in het gemeenschappelijke vermogen. Bijkomend wordt ervoor gezorgd dat, ongeacht de wijze van einde van het huwelijk, het ganse gemeenschappelijke vremogen overgaat naar de andere partner.  Hoe zit het nu met het fictieartikel 5 W.Succ ? Dit is hier ook niet van toepassing. Maar de fiscus stelde dat het toch belast is. Weliswaar niet op basis van art . 5 maar wel o.b.v. art 2 W.Succ.

Burgerrechtelijk echter wordt de vermelde toebedeling (inbreng van eigen vermogen in gemeenschap en toebedeling hiervan aan de ander partner) voor de helft als een schenking aanzien.  Maar in de rechtsleer werd gesteld dat dit nog niet betekent dat er op deze helft ook successierechten verschuldigd zijn. Dus art. 2 W.Succ was niet van toepassing.

Het Hof van Cassatie volgt nu deze redenering  (Cassatie 10 december 2010).

Goed nieuws dus. Wie eerst een inbreng doet van eigen vermogen in het gemeenschappelijke vermogen, in combinatie met zulk een sterfhuisbeding, zorgt ervoor dat er geen successierechten dienen betaald te worden.

Let op! Maar dit neemt niet weg dat de sterfhuisconstructie met de nodige aandacht en voorzichtigheid moet toegepast worden (zowel fiscaal als burgerrechtelijk).  Het kan echter wel zijn ‘diensten’ bewijzen wanneer iemand van de partners op jonge leeftijd terminaal ziek wordt en het niet opportuun is dat de zeer jonge kinderen reeds in de nalatenschap worden betrokken.



Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Estate planning.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Successierechten.