Wie roerende inkomsten zoals intresten, dividenden, … in België geniet wordt hierop in België belast via de roerende voorheffing (10%, 15%, 25%). 

Maar wanneer deze inkomsten in het buitenland geïncasseerd worden dan ontsnapt men alsnog niet aan de Belgische fiscus.  Men moet deze inkomsten immers dan aangeven (tenzij de Belgische bankier de roerende voorheffing heeft ingehouden).

 

Daar komt nog bij dat de Belgische fiscus vaak meer weet dan men wel beseft.  Dit dankzij de Europese spaarrichtlijn.  Deze richtlijn voerde een systeem in  van gegevensuitwisseling wat intresten betreft en dit tussen de EU-lidstaten.

De ganse opzet van deze richtlijn moet ervoor zorgen dat een belastingheffing mogelijk is van (sommige) inkomsten uit spaargelden die een inwoner (natuurlijk persoon) van een bepaalde lidstaat van de Europese Unie geniet doch afkomstig uit een andere lidstaat van de Europese Unie. 

Kortom, men kan niet langer zomaar ontsnappen aan de fiscaliteit van de woonstaat door te beleggen over de landsgrenzen heen.  Let wel dat het begrip ‘intresten’ in de richtlijn ruimer is dan wat in België onder ‘intrest’ begrepen wordt. Ook de meerwaarden van een kapitaliserende SICAV die voor meer dan 25% belegt in schuldvorderingen (termijnbeleggingen, obligaties, enz.) valt onder het bergip ‘intrest’ voor zover de meerwaarde resulteert in het gedeelte van de interesten verkregen door deze SICAV.  Let wel ondertussen kennen we een gelijkaardig bepaling in België.

Deze Europese spaarrichtlijn kent een systeem van automatische gegevensuitwisseling. M.a.w. de adminstratie van het ene land geeft de info door aan de administratie van het andere land.  Enkel de landen Oostenrijk en Luxemburg kennen (voorlopig ?) nog de woonstaatheffing.

 

Vaak verkeert men in de overtuiging dat er geen aangifteplicht is, maar niets is minder waar.  Men moet wel deel 2 van de aangifte aanvragen en men moet het netto ontvangen bedrag aangeven.

 

Wat indien men de aangifte heeft vergeten , wat zijn de gevolgen ?

 

Zoals reeds vermeld, weet de Belgische fiscus er mogelijk al van, gezien de Europese spaarrichtlijn.

 

Het gevolg van niet-aangifte, is dat de aanslagtermijnen (en controletermijnen) langer worden.  In principe moet de aanslag gevestigd worden uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, maar deze wordt nu verlengd.

De aanslag kan dan gevestigd worden gedurende een termijn van drie jaar vanaf 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.  Dit kan (oa) wanneer  de verschuldigde belasting hoger is dan de belasting mbt de belastbare inkomsten en andere gegevens vermeld in de aangifte.  En dat is hier het geval.

En het kan zelfs nog langer worden.  De vermelde termijn van drie jaar wordt met vier jaar verlengd in geval van inbreuken gepleegd op de bepalingen van het wetboek inkomstenbelastingen en dit met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden.  Bij fraude (feitenkwestie) in de aangifte kan er een aanslag gevestigd worden over aanslagjaar 2010 tot 31 december 2016 !  De bewijslast ligt wel bij de fiscus.

Trouwens er is nog een speciale aanslagtermijn (geen onderzoekstermijn) van 24 maanden mogelijk wanneer een controle of onderzoek door een bevoegde autoriteit van een land (waarmee België een dubbel belastingsverdrag heeft gesloten) uitwijst dat de belastbare inkomsten in België niet werden aangegeven in de loop van één der vijf jaren vóór het jaar waarin de resultaten van die controle of dat onderzoek ter kennis van de Belgische Administratie werd gebracht.

 

Noot Het Europees Hof van Justitie heeft op 1 juli 2010 gesteld dat het niet toelaatbaar is dat wie buitenlandse roerende inkomsten geniet, waarop geen roerende voorheffing werd ingehouden, in tegenstelling tot bij wie de roerende voorheffing wel werd ingehouden, onderworpen wordt aan een aanvullende gemeentebelasting op deze buitenlandse ontvangen roerende inkomsten.  Kortom met de 15% of 25% belasting op het buitenlands roerend inkomen houdt het dan ook op.

 

Kortom de aanslagtermijn kan dus duidelijk aanzienlijk verlengd worden en dit met alle gevolgen vandien (boetes, …). 

 

Wie een tak 23 beleggingsverzekering in het buitenland onderschrijft, hoeft zich mogelijk geen zorgen te maken.  Ook in België bestaat immers een belastingvrijstelling.