Aannemers mogen voor "werk in onroerende staat" en daarmee gelijkgestelde handelingen geen B.T.W. in rekening brengen aan klanten die een B.T.W.-nummer hebben. De klant moet zelf de B.T.W. voldoen.

Wat is werk in onroerende staat staat en welke zijn de daarmee gelijkgestelde handelingen?

  1. bouwen, verbouwen, afwerken, inrichten, herstellen, onderhouden, reinigen en afbreken van een onroerend goed of een deel ervan
  2. levering met plaatsing van een roerend goed dat door die plaatsing onroerend uit zijn aard wordt
  3. levering met plaatsing van :
    • centrale verwarming, airconditioning
    • sanitaire installatie
    • elektrische installatie
    • elektrische belinstallaties, alarmtoestellen, huistelefoon
    • ingebouwde kasten, ingerichte keukens
    • luiken, rolluiken aan de buitenkant van een gebouw
    • wandbekleding, vloerbekleding
  4. plaatsen, herstellen, onderhouden en reinigen van onder 3. bedoelde goederen.

Verlegging van heffing

De aannemer brengt geen B.T.W. in rekening voor "werk in onroerende staat" verricht voor de beroepswerkzaamheid van een klant die B.T.W.-belastingplichtige is. Die regeling geldt ook als het werk bestemd is, ten dele voor de B.T.W.-beroepswerkzaamheid en ten dele voor het privé-gebruik van die klant. Maar als het werk uitsluitend bestemd is voor het privé-gebruik van de klant, dan moet de aannemer wel de B.T.W. in rekening brengen.

Fakturatie

Op de faktuur van de aannemer wordt noch het BTW tarief noch het bedrag van de verschuldigde BTW vermeld; op die faktuur komt volgende melding voor: "BTW te voldoen door de medecontractant – KB nr. 1 artikel 20."

Werk in onroerende staat Tarief aan klant-belastingplichtige, indiener van BTW-aangiften
Uitsluitend gebouw voor beroepsdoeleinden – uitsluitend aan het beroepsgedeelte van een woning – uitsluitend voor het beroep van de klant. Verlegging
Werk voor gemengd gebruik (deels voor beroep, deels voor privé van de klant). Verlegging op de gehele overeenkomst.

De medecontractant is verplicht de verschuldigde BTW te verleggen naar vak 56 van zijn periodieke aangifte als volgt:

Facturatie werk in onroerende staat aan woningen ouder dan 15 jaar Vak 56
Uitsluitend gebouw voor beroepsdoeleinden – uitsluitend aan het beroepsgedeelte van een woning – uitsluitend voor het beroep van de klant 21 pct
Werk voor gemengd gebruik (deels voor beroep, deels voor privé van de klant) De privé-aanwending is overwegend 6 % op het geheel der werken
De privé-aanwending is bijkomstig 6 % en 21 % in functie van privé- en beroepsgedeelte

Aftrek – sancties

In geen geval mag de medecontractant de BTW in aftrek brengen die de leverancier verkeerdelijk in rekening heeft gebracht op een faktuur die hij heeft uitgereikt ingevolge het verrichten van een der handelingen bedoeld in art. 20 van het KB nr. 1
Anderszins stelt de leverancier die, voor een handeling niet beoogd in het KB 1 art. 20 een 0-faktuur uitreikt, zich bloot aan navordering van de niet toegepaste BTW, onverminderd de intresten en boeten.
De medecontractant die noch vak 56 noch vak 59 invult kan een administratieve boete oplopen; is de BTW niet volledig aftrekbaar, wordt bovendien het niet-aftrekbare gedeelte nagevorderd, onverminderd de boeten en intresten.

Contract dat verschillende handelingen tot voorwerp heeft

De administratie aanvaardt, bij wijze van vereenvoudiging, dat, wanneer een contract verschillende handelingen tot voorwerp heeft waarvan sommige vallen onder de toepassing van artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 en andere niet, de regeling van de verlegging van de heffing wordt toegepast voor het geheel zodat de factuur niet moet worden uitgesplitst.
Deze tolerantie kan evenwel slechts worden toegepast voor zover het hoofdvoorwerp van het contract een door de regeling van de verlegging van de heffing beoogde handeling uitmaakt en de elementen van bedoeld contract die niet in het toepassingsgebied van deze regeling vallen derhalve slechts bijkomstig zijn.
Indien het hoofdvoorwerp van het contract een handeling betreft die niet bedoeld is door de regeling van de verlegging van de heffing en de belastingplichtige bijkomstig handelingen moet verrichten waarvoor artikel 20 van voormeld koninklijk besluit nr. 1 wel van toepassing is, moet de factuur worden uitgesplitst en is het uitgesloten dat de verlegging van de heffing wordt toegepast voor de hoofdhandeling.
Daarentegen blijft in de regel deze verlegging van de heffing van toepassing voor de bijkomende handelingen bedoeld in bovengenoemd artikel 20.
De administratie zal in een dergelijk geval evenwel geen kritiek uitoefenen wanneer de belastingplichtige op de factuur eveneens de BTW aanrekent voor de bijkomende handelingen beoogd door de regeling van de verlegging van de heffing. In het geval de belastingplichtige gebruik maakt van deze tolerantie zal hij op de factuur een verwijzing aanbrengen naar de onderhavige beslissing.
(Beslissing van 12 juni 1995)

Let op! Verkoop van een gebouw is geen werk in onroerende staat! De overdracht onder bezwarende titel van gebouwen met toepassing van het B.T.W.-regime worden niet aangemerkt als werk in onroerende staat. Op de verkoop van een gebouw (een woning, appartement, kantoor, winkel, enz.) op plan, in opbouw of afgewerkt, is de verlegging van de heffing van B.T.W. dus niet van toepassing.
Op een afzonderlijk aannemingscontract waarin de aannemer zich verbindt tot de voltooiing van het gebouw daarentegen wel.