//BTW: nieuwe spelregels vanaf 1 januari!

BTW: nieuwe spelregels vanaf 1 januari!

BTW-pakket: belangrijke wijzigingen voor grensoverschrijdende B2B

Op 1 januari 2010 treedt het zogenaamde BTW-pakket in werking. Dit pakket, dat vereenvoudiging beoogt, bevat met name nieuwe regels voor de plaatsbepaling van diensten. Voortaan wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds B2B-transacties, waarbij de plaats van de dienst de plaats zal zijn waar de ontvanger van de dienst is gevestigd, en anderzijds B2C-transacties, waarbij de plaats van de dienst de plaats zal zijn waar de dienstverrichter is gevestigd.

Eind 2007 bereikte de ECOFIN-raad een politiek akkoord over het BTW-pakket, een reeks maatregelen die tot doel hebben de bestaande BTW-reglementering te vereenvoudigen en te moderniseren. Het BTW-pakket treedt in werking op 1 januari 2010 en wijzigt op ingrijpende wijze de plaatsbepaling van grensoverschrijdende diensten en, als een gevolg daarvan, de aanduiding van de schuldenaar van de BTW. Daarnaast worden de regels voor de teruggaaf van in het buitenland opgelopen BTW vereenvoudigd en worden de regels van toepassing op de administratieve samenwerking en informatie-uitwisseling tussen lidstaten gewijzigd.

Twee hoofdregels

Thans worden diensten in regel geacht plaats te vinden in het land van de dienstverrichter, met dien verstande dat er tal van uitzonderingen op deze regel bestaan. Vanaf 1 januari 2010 zullen voor de plaatsbepaling van diensten twee hoofdregels naast elkaar bestaan, waarbij een onderscheid gemaakt zal moeten worden tussen (1) dienstenprestaties verricht voor als zodanig handelende BTW-plichtigen – zogenaamde B2B-transacties – en (2) dienstenprestaties verricht voor niet-BTW-plichtigen – zogenaamde B2C-transacties.

Diensten die worden verricht voor als zodanig handelende BTW-plichtigen worden voortaan geacht plaats te vinden daar waar de ontvanger van de dienst de zetel van zijn economische activiteit gevestigd heeft of waar hij een vaste inrichting heeft waarvoor de dienst wordt verricht. Deze regel zal eveneens van toepassing zijn op diensten verricht voor niet-belastingplichtige rechtspersonen die voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd en op de diensten verricht voor gedeeltelijke belastingplichtigen, dit zijn personen die zowel (vrijgestelde) BTW-plichtige handelingen als niet-BTW-plichtige handelingen verrichten.

Diensten die worden verricht voor niet-BTW-plichtigen blijven onderworpen aan de hoofdregel zoals die vandaag geldt. De dienst wordt in dat geval geacht plaats te vinden daar waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd of waar hij een vaste inrichting heeft van waaruit de dienst wordt verricht. Deze regel is eveneens van toepassing op diensten die worden verricht voor belastingplichtige natuurlijke personen die niet als belastingplichtige handelen maar deze diensten voor privé-doeleinden aanwenden (infra).

Net zoals in de huidige regeling blijven er voor specifieke dienstenverrichtingen verschillende uitzonderingen op de twee hoofdregels bestaan. Zo zullen er onder meer bijzondere regels bestaan voor de plaatsbepaling van diensten met betrekking tot onroerende goederen, diensten van tussenpersonen, transportdiensten, restaurantdiensten, telecommunicatiediensten, langs elektronische weg verrichte diensten, …

Schuldenaar van de BTW
 
Voor de meeste B2B-transacties zal voortaan dus de plaats van vestiging van de ontvanger van de dienst doorslaggevend zijn. Wanneer de dienstverrichter en de ontvanger van de dienst niet in dezelfde lidstaat zijn gevestigd, wordt er voorzien in een verlegging van de heffing en zal de ontvanger van de dienst aangemerkt worden als schuldenaar van de BTW.
Voor B2C-transacties blijft de dienstverrichter schuldenaar van de BTW.

Wanneer wordt een dienst verricht voor een vaste inrichting van de ontvanger van de dienst?

De nieuwe hoofdregel voor de plaatsbepaling van diensten verstrekt in een B2B-situatie heeft tot doel ervoor te zorgen dat dergelijke diensten zoveel als mogelijk belast worden op de plaats waar zij werkelijk worden verbruikt. Daarom wordt de dienst geacht plaats te vinden in het land waar de ontvanger van de dienst een vaste inrichting heeft, wanneer de dienst verricht wordt voor een vaste inrichting waarover de ontvanger beschikt in een ander land dan het land waar hij de zetel van zijn economische activiteit gevestigd heeft.

De vraag rijst wanneer een dienst geacht kan worden te zijn verricht voor een vaste inrichting. De Minister van Financiën heeft verduidelijkt dat de plaats van de vaste inrichting als aanknopingspunt voor de plaats van de dienst ondergeschikt is en slechts gehanteerd mag worden wanneer de dienst uitsluitend ten behoeve van de vaste inrichting wordt verricht en duidelijk samenhangt met de werkzaamheid van deze inrichting (Parl. Vr. nr. 498 van 28 mei 2009 van de heer F. de Donnea, Vr. en Antw. Kamer 2008-2009, 105). Om aan te tonen dat de vaste inrichting de werkelijke verbruiker en begunstigde is van de dienst stelt de Minister volgende formele criteria voorop die hij aanmerkt als nuttig maar op zich niet als noodzakelijk voldoende: (i) het contract werd afgesloten door de vaste inrichting zelf, (ii) de bestelbon gaat uit van de vaste inrichting, (iii) de handeling wordt gefactureerd op naam en adres van de vaste inrichting met vermelding van dezes BTW-identificatienummer, en (iv) de betaling gebeurt door de vaste inrichting. Wanneer in het kader van een globaal contract zowel voor de zetel van de ontvanger als voor de vaste inrichting een dienst wordt verricht die noch juridisch noch materieel kan worden afgesplitst, moet die dienst worden gelokaliseerd in het land van de zetel van de ontvanger.

Wanneer wordt een dienst verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige?

Voor een dienstverrichter die diensten verleent die onder de toepassing van de hoofdregels vallen, zal het, wanneer hij handelt met een buitenlandse belastingplichtige natuurlijke persoon, voortaan belangrijk zijn te weten of de ontvanger handelt als belastingplichtige dan wel de diensten bestemt voor privé-doeleinden. Handelt de buitenlandse ontvanger van de dienst als belastingplichtige, dan zal de dienst gelokaliseerd worden in het land waar de ontvanger is gevestigd. De ontvanger is dan eveneens de schuldenaar van de BTW (supra). Is de ontvanger daarentegen een belastingplichtige die de dienst bestemt voor privé-doeleinden, dan zal de dienst gelokaliseerd worden in het land van de dienstverrichter. In dat geval is de dienstverrichter de schuldenaar van de BTW (supra).

De Minister van Financiën heeft verduidelijkt dat, wanneer de ontvanger van een dienst deze dienst zowel voor privé-doeleinden als voor de doeleinden van zijn economische activiteit aanwendt, de administratie zal aanvaarden dat de dienstverrichter de plaatsbepaling vaststelt alsof de afnemer de dienst louter voor de doeleinden van zijn economische activiteit aanwendt (Parl. Vr. nr. 498 van 28 mei 2009 van de heer F. de Donnea, Vr. en Antw. Kamer 2008-2009, 103). De Minister verduidelijkte verder dat dienstverrichter die te goeder trouw is, van zijn aansprakelijkheid is ontheven in de mate dat hij beschikt over het BTW-identificatienummer van de afnemer dat door laatstgenoemde werd verstrekt en waarvan hij de geldigheid heeft nagekeken. Daarnaast is vereist dat de dienstverrichter de normale controles heeft verricht met betrekking tot het gebruik van de diensten en dit zowel in het kader van het gewone handelsverkeer als in het kader van een rationele beoordeling van de aard of de omvang van de verstrekte diensten.

Volgens de Minister van Financiën moet de bestemming van de dienst uitsluitend beoordeeld worden op het ogenblik waarop de dienst wordt verstrekt. Wanneer de aanwending van de dienst nadien wijzigt, zal dit in beginsel zonder gevolgen blijven voor de plaatsbepaling van de bedoelde handeling.

 

2009-12-04T20:15:33+00:00

Gratis Ebook: Bulgarije, ster in Europa

In een handomdraai krijgt u een overzicht van de mogelijkheden in Bulgarije en de belangrijkste componenten voor ondernemers:
  • 10% personenbelasting
  • 10% vennootschapsbelasting
  • 10%, de loonkost bedraagt slechts 10% van een gemiddeld Belgisch/Nederlands loon
DOWNLOAD NU

De 112 Meest Begeerde Fiscale Tips - Editie 2017


Voor al wie belastingontwijking een mensenrecht vindt, 112 haalbare en praktische fiscale tips 
GRATIS INKIJKEXEMPLAAR
Click Me