//BTW en zwartwerk

BTW en zwartwerk

Medio 2004 deed de btw-administratie een onderzoek naar zwartwerk op een bepaald adres. Voor de deur van het pand trof de ambtenaar een gehuurde bestelwagen.  De btw –administratie deed bij de verhuurder navraag wie deze bestelwagen huurde.  Hierop kwam echter nooit antwoord, zodat de btw administratie een administratieve boete oplegde van 2.500 euro.  De verhuurder argumenteerde per gewone brief te hebben geantwoord, die blijkbaar nooit werd ontvangen bij de btw-administratie. Het ingediende bezwaarschrift werd afgewezen. Na de uitvaardiging van het dwangbevel, leidde het verhuurbedrijf een fiscale voorziening in voor de rechtbank van eerste aanleg tegen de opgelegde boete.  De rechtbank van eerste aanleg oordeelde dat de boete onwettig was opgelegd. De vraagstelling kaderde niet binnen de wettelijke bevoegdheden tot nazicht op de juiste heffing van de btw in hoofde van de huurder van de bestelwagen. Een loutere vraagstelling in het kader van een onderzoek naar mogelijk zwartwerk is onvoldoende precies. Kortom, aangezien de vraagstelling niet kaderde binnen het vraagrecht in de zin van artikel 62 W BTW was er sprake van machtsafwending (Rb. Antwerpen, 31 maart 2008, Acc. & Fisc., 2008, afl. 38, 6).  De Belgische Staat stelde hoger beroep in (Antwerpen, 19 maart 2009).

Het Hof stelt vast dat de verhuurder geenszins het bewijs levert dat hij tijdig geantwoord heeft.  Vervolgens onderzoekt het hof of er sprake is van machtsafwending. In tegenstelling tot de eerste rechter meent zij dat zulks niet het geval is .  Op grond van artikel 62, § 1 W BTW is eenieder gehouden op verzoek van de btwadministratie mondeling of schriftelijk alle inlichtingen te verschaffen die hem gevraagd worden teneinde de juiste heffing van de btw in zijn hoofde of hoofde van derden na te gaan.   Er kan volgens het hof niet ontkend worden dat een btw-onderzoek kan kaderen in een onderzoek naar zwartwerk, zodat er geen sprake kan zijn van machtsafwending. De eerste rechter heeft dan ook een foutieve interpretatie gegeven aan artikel 91 W BTW. 
 
In ondergeschikte orde had de verhuurder verzocht de boete te herleiden.  Het hof bevestigt dat zij niet enkel de wettigheid van de opgelegde sanctie mag onderzoeken, en inzonderheid nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het intern recht, inclusief de algemene rechtsbeginselen. Deze toetsing moet de rechter toelaten na te gaan of de sanctie niet onevenredig is met de inbreuk.  Bij deze toetsing wordt rekening gehouden met de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van reeds opgelegde sancties en wijze waarop in gelijkaardige situaties werd geoordeeld.  Dit toetsingsrecht houdt echter niet in dat de rechter op grond van een subjectieve interpretatie van verzachtende omstandigheden om loutere redenen van opportuniteit en tegen de wettelijke regels in boeten kan kwijtschelden of verminderen.   Het niet tijdig antwoorden op de vraag om inlichtingen belemmert de administratie om op een adequate wijze haar werk te doen. Rekening houdende met de geringe impact van de inbreuk oordeelt het hof dat een boete van 1000 euro als redelijk kan beschouwd worden.

Bron: Antwerpen, 17 maart 2009

Met dank aan Mr G Poppe

2009-06-05T13:29:39+00:00

Gratis Ebook: Bulgarije, ster in Europa

In een handomdraai krijgt u een overzicht van de mogelijkheden in Bulgarije en de belangrijkste componenten voor ondernemers:
  • 10% personenbelasting
  • 10% vennootschapsbelasting
  • 10%, de loonkost bedraagt slechts 10% van een gemiddeld Belgisch/Nederlands loon
DOWNLOAD NU

De 112 Meest Begeerde Fiscale Tips - Editie 2017


Voor al wie belastingontwijking een mensenrecht vindt, 112 haalbare en praktische fiscale tips 
GRATIS INKIJKEXEMPLAAR
Click Me