Stel dat een koppel, al dan niet gehuwd, een woning wenst te bouwen op een perceel grond dat eigenaar is van één van hen. Waarop moet men dan allemaal letten ? Ingevolge het recht van natrekking is het zo dat de eigenaar van de grond ook eigenaar is van de gebouwen. Betekent dit dat, indien het koppel bouwt op grond van één van hen, degene die geen eigenaar is van de grond geen rechten heeft op de waarde van de gebouwen ? Voor gehuwden onder een wettelijk stelsel is voorziet de wet in het opmaken van vergoedingsrekeningen (art. 1432 e.v. B.W.), waardoor de eigenaar van de grond bij overlijden of echtscheiding aan de huwelijksgemeenschap de waarde van de gebouwen zal moeten vergoeden.  

Voor ongehuwden zijn de zaken minder evident, want bestaan er geen dergelijke vergoedingsrekeningen. Daar is het zo dat men best in een samenlevingsovereenkomst concrete afspraken maakt, anders kunnen er complexe procedures voor de rechtbank van komen die veel geld kunnen kosten en lang kunnen aanslepen. Ook gehuwden onder een stelsel van scheiding van goederen moeten concrete afspraken maken. 

Concreet wordt doorgaans (maar dat moet natuurlijk geval per geval bekeken worden) geadviseerd dat :

1° bij gehuwden : de grond in de huwelijksgemeenschap wordt gebracht (middelgrote wijzigingsprocedure van het huwelijksvermogensstelsel, kostprijs ± 600 EUR), waardoor beide echtgenoten recht hebben op grond en gebouwen (met een echtscheidingsclausule die inhoudt dat de grondeigenaar zijn grond kan recupereren bij echtscheiding). Desgevallend kan ook, indien het om een grond gaat die aan één der echtgenoten zal geschonken worden, voorafgaandelijk aan de schenking een kleine wijziging van het huwelijksvermogensstelsel gebruikt worden (kostprijs ± 300 EUR);

2° bij ongehuwden : de grondeigenaar verzaakt aan het recht van natrekking voor de helft, en dus een opstalrecht verleent voor deze helft aan zijn partner, waardoor beiden eigenaars zijn van de gebouwen voor de helft.

 In beide voormelde oplossingen kunnen beide partijen ook van de fiscale aftrekmogelijkheden voor het woonkrediet genieten, wat toch ook niet onbelangrijk is.