Alle Europese ondernemers kunnen voortaan een forse belastingbesparing realiseren door een vennootschap te vestigen in een lidstaat met een aanzienlijk lager belastingtarief dan in hun eigen land. De fiscus mag de winsten van een buitenlandse dochtermaatschappij niet belasten, ook niet als de constructie alleen opgezet is om belasting te ontwijken.

Een recente baanbrekende uitspraak van het Europese Hof van Justitie heeft betrekking op een geschil tussen voedingsmiddelenconcern Cadbury Schweppes en de Britse fiscus. Om te ontkomen aan het hoge belastingtarief in het Verenigd Koninkrijk heeft Cadbury Schweppes in de jaren negentig twee dochtermaatschappijen in Ierland opgericht. Via deze vennootschappen werden middelen aangekocht en ter beschikking gesteld aan de moedermaatschappij in het Verenigd Koninkrijk. Deze constructie zorgde ervoor dat de winst in het Verenigd Koninkrijk werd verminderd en dat deze winst in Ierland werd belast tegen een veel lager tarief van 10 procent. In 2000 legde de Britse fiscus het bedrijf een extra heffing van 8,6 miljoen pond op over de winst van zijn Ierse dochters.

Om een einde te maken aan de heksenjacht op ondernemers die een fiscaal voordeel trachten te behalen, heeft het Europese Hof wederom het belang van het beginsel van vrijheid van vestiging onderstreept. De Cypriotische raadsheer verwees in de behandeling van deze rechtszaak onder andere naar het door het Haags Juristen College uitgelokte Inspire Art-arrest: Een ondernemer moet vrij zijn om te kiezen voor een rechtsvorm uit een andere lidstaat, ook al doet hij dit alleen om te profiteren van het voordelige vennootschapsrecht in deze lidstaat. Het Europese Hof oordeelde dat deze argumentatie ook van toepassing is in het geval dat de ondernemer voornamelijk probeert te profiteren van de fiscale wetgeving in een andere lidstaat.

De Europese rechter heeft bepaald dat de Britse wetgeving in strijd is met het Europese Verdrag en dat een nationale overheid geen belemmeringen op mag leggen aan een Europese ondernemer die een vennootschap wil vestigen in een andere lidstaat. De fiscus kan alleen tot heffing over de winsten van buitenlandse dochtermaatschappijen overgaan indien aangetoond wordt dat er sprake is van kunstmatige constructies zonder economische activiteiten: een brievenbusmaatschappij of schijnvennootschap.

Zo opent het Cadbury Schweppes-arrest de deur voor elke Nederlandse ondernemer voor een vestiging in een "low tax" Europese jurisdictie, zoals Ierland of Cyprus. Cyprus is de lidstaat met de laagste belastingen van de EU: Het vennootschapsbelastingtarief is 10 procent. Anti-misbruikwetgeving van betekenis is er niet, zodat winsten veelal eenvoudig kunnen worden verlegd naar een zero tax haven. Zo ontstaat een effectief tarief van minder dan 1%, bijvoorbeeld bij royalties, de inkomsten uit intellectuele eigendomsrechten op patenten, merken, software en (franchise)formules. Ook import/export firma’s kunnen hiervan profiteren. De Engelstalige financieel-economische infrastructuur versterkt de concurrentiepositie van Cyprus nog verder. Het land heeft zich bovendien ontwikkeld tot de beste locatie voor holding- en financieringsmaatschappijen in Europa.