Het in principe belastbaar bedrag 

Omdat het gaat om een zogenaamde “beroepsmatige verhuur”, dit wil zeggen dat het pand wordt verhuurd aan een huurder die het gebruikt voor zijn beroepswerkzaamheid. In principe wordt het totale bedrag van de huurprijs belast als onroerend inkomen, met een minimum belastbaar bedrag dat gelijk is aan het kadastraal inkomen verhoogd met 40 pct (artikel 7, § 1, 2°, c) WIB 92). 

Forfaitaire kostenaftrek 

Om het netto bedrag van de huurprijs te bekomen wordt het brutobedrag van de inkomsten verminderd met een forfaitair geraamd bedrag aan onderhouds- en herstellingskosten. Dit forfaitair bedrag is gelijk aan 40 pct. 

Dit forfait mag wel niet meer bedragen dan tweederde van het gerevaloriseerd kadastraal inkomen.

 Aftrek van intresten 

Het hiervoor vermelde belastbaar inkomen wordt aanzien als een onroerend inkomen. Dit maakt dat intresten op leningen aangegaan voor het verwerven van onroerende goederen hiervan mogen worden afgetrokken, voor zover deze niet al werden aangewend voor de bijkomende intrestaftrek of de aftrek voor enige eigen woning 

Dus, als u een lening heeft afgesloten voor de aankoop van het appartement, of voor de aankoop van enig ander onroerend goed, dan is het mogelijk dat men interesten betaalt die tot nu toe nog geen fiscaal voordeel opleverden, bijvoorbeeld omdat de maximumgrens van de bijkomende intrestaftrek of de aftrek voor enige eigen woning was bereikt. 

In dat geval mogen de intresten in mindering worden gebracht van de hiervoor vermelde belastbare huurinkomsten, en kan de belastbare grondslag worden verminderd, in het beste geval tot nul.

 Belastingtarief

Het voormelde netto-inkomen, eventueel na aftrek van intresten, is belastbaar aan de progressieve tarieven in de personenbelasting. Dit wil zeggen dat het wordt ‘bijgeteld’ bij de beroepsinkomsten. 

Voor iemand met een ‘normale’ werknemersbezoldiging is de marginale schijf doorgaans die van 45 % of, wanneer het beroepsinkomen groter is dan 32.860 euro netto belastbaar, die van 50 %, telkens te verhogen met de gemeentelijke opcentiemen (doorgaans 7 % op de belasting, dus uiteindelijk 48,15 of 53,5 %).