De moelijke weg van de sterfhuisconstructie  …

De sterfhuisconstructie is een beding dat opgenomen wordt in een huwelijkscontract (met gemeenschap) en dat ervoor kan zorgen dat na het eerste overlijden er geen successierechten dienen betaald te worden. Dit lijkt onmogelijk, maar niets is minder waar. Zulke constructie wordt wel eens toegepast wanneer één van de gehuwden op jonge leeftijd zeer ziek wordt en helaas niet lang meer te leven heeft. De zieke partner wil ervoor zorgen dat de andere huwelijkspartner het ganse vermogen toebedeeld zal krijgen. De kinderen zijn misschien nog veel te jong.

Wat zegt de wet? Het klopt dat ons wetboek successierechten een aantal zogenaamde fictieartikels kent die ervoor moeten zorgen dat er alsnog successierechten dienen betaald te worden niettegenstaande de goederen die verkregen worden in feite niet in de nalatenschap vallen. Want successierechten worden geheven bij de overgang van goederen veroorzaakt door het overlijden. M.a.w. de oorzaak ligt in het overlijden zelf en dit is niet hetzelfde dan wanneer het overlijden de aanleiding is tot de verkrijging.

Wat huwelijkscontracten betreft verdient het fictieartikel art 5 W.Succ de nodige aandacht.  Maar dit fictieartikel is in sommige gevallen echter niet van toepassing.  Art. 5 W.Succ stelt het volgende  : “De overlevende echtgenoot, wie een huwelijksovereenkomst, die niet aan de regelen betreffende de schenkingen onderworpen is, op voorwaarde van overleving meer dan de helft der gemeenschap toekent, wordt voor de heffing der rechten van de successie en van overgang bij overlijden, gelijkgesteld met de overlevende echtgenoot die, wanneer niet wordt afgeweken van de gelijke verdeling der gemeenschap, het deel van de andere echtgenoot krachtens een schenking of een uiterste wilsbeschikking geheel of gedeeltelijk verkrijgt ”.

M.a.w. wanneer we dit fictieartikel nader bekijken dan is dit enkel van toepassing wanneer de langstlevende het gemeenschappelijk vermogen verkrijgt ‘op voorwaarde van overleving’.  Dit betekent concreet dat wanneer bv. in het huwelijkscontract er een beding werd opgenomen dat een van de echtgenoten het gemeenschappelijk vermogen in elk geval, dus ongeacht de oorzaak van onbinding van het huwelijk, verkrijgt, art 5 W.Succ niet van toepassing is. Deze werkwijze werd door de Administratie altijd aanvaard (S2/04-02 en nummer S5/04-02  en Besl. 22 oktober 2003, nr. E.E./99.731 en Besl. 30 augustus 2005, nr. E.E./100.998). 

Maar ondertussen werd dit weer ingetrokken (Besl. 15 juli 2011 , nr. E.E./103.490) – zie verder.

De rechtsleer is echter verdeeld wat de sterfhuisconstructie betreft. Sommige bekijken art 5 W.Succ eng en anderen bekijken het artikel dan weer breed.

De eerste groep stelt dat wanneer het ganse gemeenschappelijk vermogen overgaat naar de andere partner zonder overlevingsvoorwaarde (dus ongeacht het einde van het huwelijk) dit moeilijk anders uitgelegd kan worden dan een vrijgevigheid. 

De andere groep stelt dan weer dat hier van een vrijgevigheid geen sprake is en dat het duidelijk een huwelijksvoordeel uitmaakt. Een huwelijksvoordeel is immers onder bezwarende titel en maakt geen schenking uit (behoudens enkele uitzonderingen).

Cruciale vraag : ‘Wie heeft het bij het rechte eind … ?’ (zie verder)

Maar voor u euforisch wordt moeten we toch een aantal zaken nader toelichten.

Gevaar

Dat de sterfhuisconstructie ook een aantal gevaren inhoudt is duidelijk. Want wanneer het tot een echtscheiding komt dan zal ook die echtgenoot het ganse gemeenschappelijke vermogen verwerven (“… in elk geval …”). Ook zal de fiscale druk toenemen wanneer het nu net die vernoemde echtgenote (die beschermd dient te worden) nu net eerst sterft. Haar erfgenamen (dus ook de zieke partner) zullen immers belast worden op het volledige gemeenschappelijke vermogen, in plaats van op de helft zoals het normaal het geval zou geweest zijn.

Soms finaal ook duurder

Ook zou de uiteindelijke successiefactuur uiteindelijk wel eens duurder kunnen uitvallen.  Er zijn weliswaar geen successierechten verschuldigd bij het eerste overlijden, maar later mogelijk des te meer. De kinderen erven na het overlijden van de langlevende ouder immers dan het ganse vermogen en kunnen daardoor in de hogere tarieven vallen. Anders was de helft al vererfd geweest. Een gepaste successieplanning na het eerste overlijden is dan ook een ‘must’.  Bijvoorbeeld door de roerende goederen te schenken aan 3%.

Noot er bestaan een aantal varianten op de sterfhuisconstructie. Deze kan optioneel zijn en beperkt worden tot een aantal goederen of een deel van de goederen of nog bv enkel betrekking hebben op de onroerende en niet de roerende goederen.

Voorbeeld

Echtpaar (gehuwd onder wettelijk stelsel) met twee kinderen (3 en 4 jaar)

Samenstelling vermogen (uitsluitend gemeenschappelijk vermogen)

Onroerend vermogen                                                                

Gezinswoning  400.000 euro

Tweede verblijf  300.000 euro

Man (40 jaar) heeft een terminale ziekte en heeft niet lang meer te leven.

Hier berekenen we het verschil na de twee overlijdens wanneer er al dan niet met een sterfhuisconstructie wordt gewerkt.

Sterfhuisconstructie

Man sterft (echtgenote op dat moment 41 jaar)

Successierechten vrouw is nul euro.

Vrouw sterft (op dat moment zijn de twee onroerende goederen verdubbeld in waarde)

Successierechten kinderen zijn dan 282 000 EUR. DUS in totaal zijn er 228.000 euro successierechten betaald.

Zonder sterfhuisconstructie

Man sterft (echtgenote op dat moment 41 jaar). Successierechten vrouw zijn 4 560 EUR en kinderen 7 860 euro, of samen 12 420 euro. Stel dat de vrouw sterft (op dat moment zijn de twee onroerende goederen verdubbeld in waarde).  Successierechten kinderen bedragen dan 93.000 euro. Dus in totaal werden er 105 240 euro successierechten betaald.

Het verschil bedraagt 176.580 euro en dit in het nadeel van de sterfhuisconstructie.

Het spreekt dan ook voor zich dat de sterhuisconstructie met de nodige aandacht en voorzichtigheid moet toegepast worden. Maar het kan zijn diensten (soms jammer genoeg) bewijzen wanneer iemand van de partners op jonge leeftijd terminaal ziek wordt en het niet opportuun is dat de zeer jonge kinderen reeds in de nalatenschap worden betrokken.

MAAR …

Sommige belastingsplichtigen gingen nog een stap verder door eerst EIGEN goederen in het gemeenschappelijk vermogen in te brengen en dit verder in combinatie met een sterfhuisconstructie. De Administratie echter zag dit duidelijk niet zitten en stapte naar de rechtbank. Uiteindelijk kwam het tot bij het Hof van Cassatie (Cassatie 10 december 2010).

We besparen u de details maar de Administratie kreeg uiteindelijk ongelijk. 

En dit was duidelijk niet naar de zin van de Administratie.  Het ging zelfs zo ver dat de Administratie ook hun oude standpunt (waar ze de ‘normale’ constructie aanvaardde) heeft ingetrokken. Voortaan zal de Administratie de sterfhuisconstructie toch belasten en dit o.b.v. art. 5 W.Succ. Hiermee is het hek van de dam. Want door deze nieuwe beslissing van juli 2011 negeert de Administratie in feite de uitspraak van het Hof van Cassatie. 

Ook negeert zij hiermee gezaghebbende rechtsleer. 

Des te opmerkelijker baseert de Administratie zich op art 5 W.Succ. Nochtans laat de letterlijke tekst van art. 5 W.Succ een taxatie niet toe.  En dan zwijgen we nog maar over het feit dat  zij vroeger de sterfhuiscontractie altijd wel aanvaard heeft.

Kortom de Administratie volgt de eerste mening (zie boven). Mee rbepaald wanneer een echtgenoot zonder tegenprestatie afstand doet van zijn goederen (die deel uitmaken van het gemeenschappelijk vermogen) en dit onder alle omstandigheden dan is er geen huwelijksvoordeel meer van toepassing en gaat het over een vrijgevigheid die bedoeld wordt in art 5 W.Succ (zie verder).

Gezaghebbende rechtsleer volgt de Adminsitratie niet en oordeelde onmiddellijk dat het niet lang zal kunnen uitblijven tot zulke zaken voor de rechter dienen te worden beslecht.  En zij hebben ondertussen ook gelijk gekregen.

De Rechtbank van Eerste Aanleg te Nijvel oordeelde dat de Adminsitratie het duidelijk verkeerd voor heeft (Rb Nijvel 6 januari 2012).  Dit is bemoedigend maar de vraag is of het hiermee zal eindigen.

Kortom vandaag nog een successieplanning uitwerken o.b.v. een sterfhuisconstructie is niet zonder gevaar.  Er moet misschien eerder naar een alternatief gezocht worden.  Maar de uitspraak van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Nijvel is wel een opsteker …

Ebook: De Vlaamse Successierechten

Laat je dit e-book aan jouw voorbijgaan dan is dit een doodzonde. Doe alstublieft aan intelligente en creatieve successieplanning en vermijd dat uw teerbeminde erfgenamen verder de bodemloze staatskas spijzen met uw zuurverdiende centen.

Lees Meer…
vlaamse successierechten

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Successierechten Tip.