Er is steeds discussie geweest in welke mate antiek dat uw vennootschap bv. in haar praktijk zet of in de wachtzaal, wel fiscaal aftrekbaar is. Vele belastingcontroleurs vinden het kosten die op zgn. ‘onredelijke wijze de beroepsbehoeften’ overtreffen. Daarom komt het erop neer de belastingambtenaar te overtuigen (is dus weer voor een stuk een feitenkwestie) dat de antieke stukken in uw bedrijf noodzakelijk zijn voor de standing en uitstraling van uw bedrijf.  

De cruciale vraag is of er mag worden afgeschreven op kunstvoorwerpen.

In principe zijn kunstwerken niet aan enige waardevermindering onderworpen met als gevolg dat de afschrijving niet wordt aanvaard. 

Maar kunstwerken die in bestaande ondernemingsgebouwen worden ingewerkt zoals beelden, mogen, mits ze een integrerend deel van die gebouwen uitmaken, wel afgeschreven worden.

Hoeveel?

De aanschaffingsprijs van die kunstwerken mag in één of meer malen worden afgeschreven tot beloop van 2 % van de aanschaffingswaarde van het beroepsgedeelte van het nijverheids- of handelsgebouw waarin ze zijn ingewerkt.  Het gedeelte dat meer bedraagt dan deze limiet van 2% mag worden afgeschreven volgens het afschrijvingsritme van het gebouw (ComIB 61/233). 

Als uw vennootschap de kunstwerken huurt dan kan zij de huur aftrekken. Maar ook nu moet er sprake zijn van een beroepsmatige aanwending van het kunstwerk, anders zal ook de huur niet fiscaal aftrekbaar zijn. 

BTW? 

Goederen, zoals kunstwerken die door een BTW-belastingplichtige worden gekocht, zonder de bedoeling ze door te verkopen maar als belegging, en waarvan de waarde niet vermindert door het gebruik, zijn geen bedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, of, meer algemeen, zijn geen goederen die bestemd zijn om te worden gebruikt voor het verrichten van handelingen bedoeld in artikel 45, § 1, 1° tot 3° , van het W.B.T.W. De BTW geheven van de aankoop van die goederen is dus niet aftrekbaar.

Dezelfde oplossing geldt voor de aankoop van lijsten, voetstukken en andere houders of steunen bestemd om bovenbedoelde kunstwerken te beschermen of ten toon te stellen (Beslissing nr. E.T. 13210 dd. 19.01.1973) .

Die beslissing geldt ongeacht of de belastingplichtige een natuurlijk persoon of een rechtspersoon is.  Noot de latere verkoop van die goederen is een handeling die buiten de werkingssfeer van de BTW blijft (Beslissing nr. E.T. 19449 dd. 06.12.1974).