Een erfenis van iemand valt open door het overlijden van deze persoon.  Dus niet niet door zijn afwezigheid.  Deze erfenis valt open op de plaats waar de erflater zijn laatste wettige woonplaats had op de datum van overlijden.   Dit kan belangrijk zijn om te weten welke rechtbank uiteindelijk bevoegd is.

De nalatenschap is ruimer dan men meestal denkt.  De nalatenschap bestaat uit al de goederen en rechten die de overledene bezat op datum van zijn overlijden.  Zoveel is duidelijk.  Maar ook de goederen waarover de overledene tijdens zijn leven ten kosteloze titel heeft beschikt maken nog deel uit van de nalatenschap.  In het vakjargon wordt ook wel eens de zogenaamde ‘fictieve massa’ genoemd.

Het spreekt voor zich dat bij het openvallen van de nalatenschap ook het huwelijksstelsel cruciaal is.  Het is immers zo dat de vereffening van de huwelijksgemeenschap de vereffening van de nalatenschap vooraf gaat.  Of anders gezegd het huwelijksvermogensrecht primeert op het erfrecht. 

Het huwelijkssstelsel is dan ook van primordiaal belang. 

Wanneer er een huwelijkscontract van scheiding van goederen was dan wordt de nalatenschap samengesteld uit de eigen goederen van de overledene.  Van één of andere gemeenschap is in principe hier immers geen sprake.   Was er daarentegen geen huwelijkscontract dan bestaat de nalatenschap enerzijds uit de helft van de gemeenschap (de overlevende is immers ook voor de helft eigenaar) en uit de zogenaamde eigen goederen van de overledene.  In het tweede deel komen we hierop uitgebreid terug. 

De nalatenschap is opengevallen.  De vraag hierbij is of iedereen wel kan erven ?

Ook hier is de mogelijke erfgenaam niet enkel aan wie we eerst zouden denken.  Het spreekt voor zich dat om te kunnen erven men, op het ogenblik dat de erfenis openvalt, in leven moet zijn. Iemand die reeds is komen te overlijden kan zelf niet meer erven.  Maar een nog niet geboren kind dat weliswaar reeds verwekt is kan wel reeds erfgenaam zijn.  Dit onder de voorwaarde dat het kind levend geboren is.  Het begrip ‘verwekt zijn’ wordt in ons burgerlijk wetboek gedefinieerd.

Het Burgerlijk Wetboek zegt dat de verwekking in principe vermoed wordt zich te situeren tussen de 180ste en 300ste dag voor de geboorte. Dit is echter wel een weerlegbaar vermoeden. 

Over het openvallen van de nalatenschap kan nog meer verteld worden.  Stel u de volgende situatie voor.  Man en vrouw gaan samen op reis met het vliegtuig.  Dit vliegtuig komt in de problemen en stort uiteindelijk neer.  Hoe zal nu de nalatenschap verdeeld worden ?  Man en vrouw erven immers van mekaar maar erft man eerst van vrouw of omgekeerd.  Het behoeft weinig commentaar dat in sommige gevallen niet onbelangrijke gevolgen kan hebben voor de overblijvende erfgenamen. 

Ook hier komt ons Burgerlijk Wetboek te hulp.  Dit stelt dat indien niet kan bepaald worden wie eerst is gestorven, er wordt verondersteld dat beide personen gelijktijdig zijn overleden.  Tenzij er alsnog kan aangetoond worden wie eerst is gestorven.

 Om te kunnen erven mag men ook niet onwaardig zijn.  Ook hier vertelt ons Burgerlijk Wetboek iets meer over.  In drie gevallen verliest de wettige erfgenaam zijn aanspraak op de nalatenschap : 

  • Diegene die schuldig is bevonden aan moord of moordpoging op de erflater.
  • Diegene die de erflater lasterlijk heeft beschuldigd van een misdrijf waarop de doodstraf stond.
  • Diegene (meerderjarige) die de doodslag verzwijgt van de decujus.

 Noot deze ‘onwaardige’ verliest volledig zijn erfrecht met als gevolg dat  de nalatenschap wordt verdeeld alsof hij niet bestond.  Dit heeft dan ook nefaste gevolgen voor zijn kinderen.  Deze nemen zijn (onwaardige) plaats niet in.   Niemand kan gedwongen worden om erfgenaam te zijn.  Een erfgenaam heeft drie mogelijkheden :
-Ofwel aanvaardt hij de nalatenschap.
-Ofwel aanvaardt hij de nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving  (aangewezen wanneer men niet zeker is of de bezittingen de schulden wel overtreffen of niet).
-Ofwel verwerpt hij de nalatenschap. Zowel een aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving als een verwerping dient te gebeuren door een verklaring neer te leggen bij de griffie van de rechtbank van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen.  Dit kan ook d.m.v. een volmacht.