//Afschrijven in de personenbelasting en de vennootschapsbelasting

Afschrijven in de personenbelasting en de vennootschapsbelasting

Over  de techniek van afschrijven ontstaan wel eens vragen. Tijd om een aantal zaken op een rij te zetten, met een aantal klemtonen.

Het principe van afschrijven is dat bepaalde goederen, die duurzaam in de onderneming aangewend worden, gespreid in de tijd in waarde afnemen.  Deze invetseringen mogen dan ook niet onmiddellijk in kost worden genomen.

De afschrijvingen worden berekend op de aankoopprijs te verhogen met de bijkomende kosten die gepaard gaan met de aankoop.  Denken we maar aan de niet aftrekbare BTW, de registratiekosten, enz …

Maar voor deze bijkomende kosten heeft de belastingplichtige echter wel de keuze.  Hij kan deze kosten :
– afschrijven op dezelfde wijze als het desbetreffende activa waarop deze kosten betrekking hebben;
– in één keer volledig in aftrek nemen
– afschrijven volgens een bepaald ritme (bv over twee jaar, …).
Let wel dat hij deze keuze niet heeft voor :
– personenwagens;
– minibussen;
– auto’s voor dubbel gebruik.

Deze bijkomende kosten moeten samen met wagen over dezelfde termijn worden afgeschreven.

De afschrijvingstermijn wordt bepaald door de vermoedelijke gebruiksduur van de investering. Voor sommige investeringen gelden er voorschriften voor het bepalen van het afschrijvingspercentage.

Tip in de personenbelasting is de investeringsaftrek voor sommige investeringen nog volledig van toepassing.  In de vennootschapsbelasting is dit echter niet meer het geval (op enkele uitzonderingen na).  Er zijn wel een aantal voorwaarden waaraan moet worden voldaan.  Eén ervan is dat er dient te worden afgeschreven over min. 3 jaar.  Ook dit kan ervoor zorgen dat sommige zaken beter én afgeschreven worden én over een minimale termijn van drie jaar.

Afhankelijk van het activum wordt de afschrijvingsduur bepaald.  Wanneer dit elk jaar hetzelfde bedrag uitmaakt, spreken we over een lineaire afschrijving.

Bijvoorbeeld :
– kantoor- en handelsgebouwen : 3 %
– machines en uitrusting : 10 %
– software : 20 %
– rollend materieel : 20 %
– (…)

Er zijn twee mogelijkheden om af te schrijven : lineair of degressief.  De keuze is aan de belastingplichtige.  Let wel oa personenwagens, auto’s voor dubbel gebruik en minibussen kunnen niet degressief afgeschreven worden.
Bij een degressieve afschrijvingsmethode is het afschrijvingspercentage gelijk aan het dubbele van het lineaire.  Telkens toegepast op de saldo boekwaarde van de investering.    Let wel zodra het bedrag van deze degressieve afschrijving kleiner is dan de lineaire afschrijving dan wordt er overgeschakeld op de lineaire methode. Het bedrag van de afschrijving, bekomen via de degressieve methode, mag fiscaal nooit hoger zijn dan 40 % van de aankoopprijs van de activa.

Toepassing  een machine, met  aankoopprijs 100 000 EUR, wordt afgeschreven over 10 jaar.
jaar                        Lineair                           Degressief                               Residuwaarde
1.                          10 000                              20 000                                    80 000
2.                          10 000                              16 000                                    64 000
3.                          10 000                              12 800                                    51 200
4.                          10 000                              10 240                                    40 960
5.                          10 000                              10 000(*)                                30 960
6.                          10 000                              10 000                                    20 960
7.                          10 000                              10 000                                    10 960
8.                          10 000                              10 000                                         960
9.                          10 000                                   960
10.                        10 000
Totaal    100.000      100.000

(*) de degressieve afschrijving bedraagt : 40 960 x 20 % = 8 192 EUR. Het lineaire stelsel (10 000 EUR) is dus groter dus stappen we over.

Wat vennootschappen betreft , zijn de regels vergelijkbaar met die van de personenbelasting.

Maar er zijn wel twee niet onbelangrijke verschillen.  Niet elke vennootschap heeft de keuze de bijhorende kosten onmiddellijk in aftrek te nemen, maar moet deze bijhorende kosten mee afschrijven over de looptijd dat het activum zelf wordt afgeschreven.  Bijkomend moeten sommige vennootschappen in het jaar van het verwerven van afschrijfbare vaste activa pro rata afschrijven.   Een investering (die op vijf jaar wordt afgeschreven) aanschaffen op 1 december van het jaar kan maar voor 1/12 van de afschrijving van 1/5de i.p.v. de volledige 1/5de  in aftrek genomen worden.

Aanvankelijk gold deze regel voor de zogenaamde niet-fiscale KMO-vennootschappen.  Een fiscale KMO-vennootschap is een vennootschap die voor het verlaagd opklimmend tarief in aanmerking komt.  Doch het toenmalige Arbitragehof vernietigde deze wetsbepaling (31 maart 2004, B.S. 3 mei 2004)  Voortaan kunnen alle vennootschappen kiezen voor de al dan niet onmiddellijke aftrekbaarheid van de bijhorende kosten en dienen ze niet te prorateren zolang het maar een boekhoudkundige KMO-vennootschap (ook wel eens ‘kleine’ vennootschap genoemd) betreft (art 15 W.Venn).

 ‘Kleine’ KMO-vennootschappen zijn die vennootschappen die voor het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

– jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50
– jaaromzet (exclusief B.T.W.) : 6 250 000 euro
– balanstotaal: 3 125 000 euro
Tenzij het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt.

Weetjes

Afschrijvingen mogen toegepast worden in het jaar waarin het desbetreffende ‘goed’ verkregen wordt.  Het is maw niet van belang dat de aankoop in het begin of het einde van het jaar gebeurt.  Wel is er een verschil voor het jaar van de aanvang van de beroepsactiviteit.  Hier is er wel een afschrijving mogelijk in functie van de maand waarin de activiteit start.  Bv wie start op 8 maart kan maar 10/12 de van de normale afschrijving toepassen.  De maand van aanvang van de beroepsactiviteit wordt echter wel voor een ganse maand opgenomen.

Het jaar waarin een afschrijfbaar activum bv verkocht wordt kan voor dat ganse jaar niet meer afgeschreven worden, aldus de administratie (Com.IB 61/100).  Nochtans wordt dit door zowel rechtspraak als rechtsleer op de korrel genomen.  Ook hier zou een gedeeltelijke afschrijving meer dan aanvaardbaar zijn.

Wat met investeringen op het einde van een jaar ?

Nog niet door de belastingplichtige ontvangen materiële vaste activa, maar waarover echter wel reeds gecontracteerd werd (bv bestelling),  kunnen  reeds afgeschreven worden volgens de gangbare regels (voor niet KMO-vennootschappen is dit wel niet mogelijk).  Maar dan mag er geen eigendomsvoorbehoud voorzien zijn.  Meestal is dit wel voorzien zolang er niet betaald werd.  Toch kan er reeds afgeschreven worden, maar dan wel enkel op het betaalde voorschot.  Betaalt men echter het ganse bedrag dan kan men alsnog volledig afschrijven.  Maar hou er rekening mee dat dit risico’s inhoudt (faillissement van de leverancier).

Let wel dit is een mogelijkheid, geen verplichting (ComIB 61/85).

Kan een vennootschap op het einde van het jaar een wagen aanschaffen en zo nog snel een fiscaal voordeel creëren ? 
Dit brengt vaak weinig op.  Een wagen dient immers lineair afgeschreven te worden afgeschreven.  Maar dit kan opgelost worden dmv een leasing met verhoogde restwaarde.

Afhankelijk van het percentage van deze restwaarde, zal de wagen zowel boekhoudkundig als fiscaal anders verwerkt worden.  Wie opteert voor een leasing met een optie groter dan 15% dient te wagen niet af te schrijven, maar wel in kosten te nemen over de duurtijd van de overeenkomst.  M.a.w. de vennootschap wenst een wagen aan te schaffen.  Kiest zij voor een contante aankoop of een financiering of een leasing met een restwaarde van maximaal 15% dan zal de vennootschap deze wagen moeten afschrijven (in principe) over de klassieke afschrijvingstermijn van vijf jaar.  Onafgezien de looptijd van de financiering of de looptijd van de leasingovereenkomst.  Kiest de vennootschap daarentegen voor een leasingcontract met een optie van 16% dan zal de wagen in kosten (niet afschrijven) moeten genomen worden over de looptijd van de overeenkomst.  Als dit drie jaar is dan is het drie jaar.  

En dit kan nog verder opgetrokken worden door de eerste huurfactuur op te trekken.

Een wagen verliest immers in de aanvang snel zijn waarde. Het is dan ook verdedigbaar dat in de beginperiode van de leasingovereenkomst een hogere huurpijs wordt betaald.  Deze verhoogde huurpijs kan in één keer in aftrek genomen worden.  Hierover bestaat ook rechtspraak die deze manier van werken toelaat (Rb Antwerpen 20 mei 2005).  Dit biedt ook voordelen voor de niet-KMO vennootschappen !

2010-10-22T16:10:00+00:00
Donderdag 26 oktober 2017 - 11:00u

Gratis Seminar: Bulgarije, Ster in Europa

In een handomdraai krijgt u een overzicht van de mogelijkheden in Bulgarije en de belangrijkste componenten voor ondernemers:
  • 10% personenbelasting
  • 10% vennootschapsbelasting
  • 10%, de loonkost bedraagt slechts 10% van een gemiddeld Belgisch/Nederlands loon
JA, IK WIL ME INSCHRIJVEN

De 112 Meest Begeerde Fiscale Tips - Editie 2017


Voor al wie belastingontwijking een mensenrecht vindt, 112 haalbare en praktische fiscale tips 
GRATIS INKIJKEXEMPLAAR
Click Me